Stemmen die nooit verstommen

Het is een van de mooiste scènes uit een muziekdocumentaire ooit. In ’Il bacio di Tosca’ (1984) van Daniel Schmid wordt de bijna 80-jarige Italiaanse sopraan Sara Scuderi (1906-1987) gevolgd. De zangeres, die ooit de bijnaam la diva Olandese had omdat ze in Nederland enorm populair was, zit ongeveer halverwege de film op een stoel naast een eenvoudig platenspelertje. Op de draaitafel ligt een plaat met de aria ’Vissi d’arte, vissi d’amore’ uit Puccini’s ’Tosca’. Degene die erop zingt is Scuderi zelf, in hoorbare gloriedagen toen haar stembanden nog in topvorm waren. Ze zit daar, meemimend met de tekst, af en toe ontsnapt haar een geluidje, intens genietend van haar eigen eerdere zelf. Che bella!, mompelt ze.

Peter van der Lint

Het is een even mooie als trieste scène. Het verval van een gave, weten dat je nooit meer zó mooi zult kunnen zingen. En toch is die stem er nog, opgeslagen in de groeven van het schellak, bewaard voor het nageslacht.

De film over Scuderi en haar collega’s werd opgenomen in het Casa di Riposo Giuseppe Verdi in Milaan. Een rusthuis voor operazangers die het niet breed hebben, opgericht door Verdi zelf. Voorzitter van het bestuur van het rusthuis was ooit Giulietta Simionato, befaamd mezzosopraan, vorige maand vlak voor haar honderdste overleden.

Ik was vorige maand redelijk uitgeschakeld en had het nieuws van Simionato’s dood niet meegekregen. Pas deze week las ik erover. De pavlovreactie die ik bij dat soort zacht schokkende berichten heb is een gang naar de cd-kast. Zoeken naar het zo vertrouwde geluid dat ondanks de dood niet verstomt.

Er was veel te beluisteren, want sinds ik me kan heugen was Simionato een favoriet en verzamelde ik veel van haar. Eén van haar allereerste opnamen uit 1950 bijvoorbeeld, waarop ze samen met Giuseppe Taddei voor een onvergetelijk duet uit Rossini’s ’Il barbiere di Siviglia’ zorgt. Een dag nadat ik het fragment beluisterde, kwam het bericht dat ook Taddei op 93-jarige leeftijd overleden was. Bestaat toeval?

Taddei, nog zo’n volmaakt zanger. Altijd wat in de schaduw gestaan van zijn tijdgenoot Tito Gobbi, maar veruit de betere zanger. In Nederland zong hij Mozarts Figaro in het Holland Festival van 1961. Simionato zong daar in 1954 en 1955 Rossini’s ’La Cenerentola’ en ’L’Italiana in Algeri’. Er zijn gelukkig opnamen van. Die staven de bewering van prima donna assoluta Gilda dalla Rizza in het boek ’The Last Prima Donnas’: ’Er zijn veel grote zangers geweest, maar slechts weinigen zullen permanent herinnerd worden. Simionato voert wat mij betreft die lijst aan, en niet Callas.’ Zo!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden