Stelletje amateurs

Het aantal voetbalclubs in Amsterdam neemt snel af. In sommige stadsdelen dreigt voetbal daardoor buiten bereik te komen van groepen kinderen. Dan verdwijnt een bindmiddel voor de samenleving.

Achter de bar in de kantine staan twee dames op leeftijd. Zoals ze daar bijna elke zondag staan, al jaren en jaren. Niet dat ze het druk hebben vanmiddag. In de hoek van de kantine zitten vier mannen - vijftigers, zestigers - met bier en borrelnootjes voor zich op tafel televisie te kijken: Go Ahead Eagles - FC Twente. Buiten is net afgetrapt voor de wedstrijd Voorland 1 - Sloterdijk 1, maar dat boeit de mannen niet zo.

Voorland, een voetbalclub in Amsterdam-Oost, houdt aan het eind van dit seizoen op te bestaan. Waarom? "Tja, als te veel leden hun contributie niet betalen... ", zegt Jan Stroker, een van de mannen aan het bier. Zelf heeft hij eerder deze zondagmiddag met zijn eigen team, Voorland 4, gewonnen van WVHEDW 13, met 8-1. ("Volgens ons was het 7-1", komt de elftalleider van WVHEDW nog even protesteren. "Nee", zegt Stroker, "twee vóór de rust, zes erna. Dat zijn er acht." "Wij dachten zeven." "Nee, acht", zegt Stroker, en hij neemt nog een slok.)

Stroker (54) werd vijf jaar geleden lid van Voorland, nadat zijn vorige club opgedoekt werd. De afgelopen tijd heeft hij samen met het bestuur gesprekken gevoerd over de toekomst van de club, onder meer met stadsdeel Oost. Maar die toekomst bleek er niet te zijn. Voorland heeft één veld, een afgeleefde kantine en bovenal een stevige schuldenlast. Dat is meer dan de club aankan. Vorige week verkocht ze de kantine aan het stadsdeel, voor 75.000 euro. Daarmee kan ze net haar schulden afbetalen en het seizoen afmaken. Daarna is het afgelopen.

Een club met historie verdwijnt zo. Urby Emanuelson, die via Ajax en AC Milan ooit het Nederlandse elftal haalde, begon er zijn voetballoopbaan. Maar in de geschiedenis van Voorland valt ook een lange serie incidenten op. Een paar jaar geleden werd een speler voor vijf jaar geschorst nadat 'ie de scheidsrechter had mishandeld. Ook werd er al eens een team gestraft met degradatie omdat er herhaaldelijk voetballers zonder spelerspas meededen. En vorige week nog, vertelt Stroker, is Voorland 2 uit de competitie gehaald na een uit de hand gelopen wedstrijd. Toch verdient onze voorzitter niet zomaar één lintje, wordt er in de kantine gezegd, maar wel tien. Tinie van der Drift heet ze, ze is de zeventig voorbij en al ruim vijftien jaar in functie. Zij hield leden bij de club die elders allang weggestuurd zouden zijn. Omdat ze hun contributie niet betaalden. Of omdat ze 'wel eens iets gedaan' hadden, zoals Stroker het zegt. "Nou ja, die jongens hebben waarschijnlijk gewoon het geld niet. Je kunt het ze niet eens kwalijk nemen."

Meer teams

Het verdwijnen van Voorland staat niet op zichzelf, want het aantal amateurvoetbalclubs in Amsterdam daalt snel. Waren het er eind vorige eeuw nog 97, dit seizoen zijn daar nog 63 van over en het einde van de daling is nog niet in zicht. "Binnen een jaar of drie zijn er zo'n vijftig over", voorspelt wethouder sport Eric van der Burg (VVD). Geen slechte zaak, vindt hij, want de clubs die overblijven, zijn sterk en gezond. "En het aantal leden daalt niet. Sterker nog, alle clubs samen hebben dit jaar meer teams dan vorig jaar."

Maar zo zorgeloos kijkt de Sportraad Amsterdam er niet tegenaan. Die roept gemeente en KNVB op om clubs waarvan het voortbestaan in het geding is te helpen. Deze week besprak de gemeenteraad dat advies. "Nee, het aantal voetballers neemt niet af", zegt voorzitter Robert Geerlings van de sportraad. "Maar dat komt vooral door het groeiend aantal meisjes dat voetbalt. En voetbal is zó populair dat je je moet afvragen: waarom trekken de clubs niet veel meer leden?"

Voetbal is belangrijk, dat staat voor Geerlings en zijn sportraad buiten kijf. Elke week brengt het in Amsterdam 50.000 mensen in beweging, en op de velden komen zij stadgenoten tegen met wie ze anders nooit in aanraking komen. "Vermenigvuldig dat aantal maar met drie", zegt Geerlings, "want al die vrijwilligers, al die ouders langs de zijlijn komen elkaar ook tegen."

Dat er niet méér bloeiende clubs zijn die leden aan zich binden, is dus een gemiste kans, vindt de sportraad. "Veel clubs die nu dreigen te verdwijnen, hebben best bestaansrecht, die zouden in staat moeten zijn om genoeg leden te trekken. Als ze maar beter bestuurd werden."

Zwakke besturen

Want daar wringt de schoen. Een aantal clubs wordt geleid door een zwak bestuur. Niet alle besturen zijn in staat genoeg vrijwilligers te trekken, soms zijn de financiën niet op orde en bestuurders kijken soms nauwelijks verder dan aanstaand weekend: staan er mensen achter de bar in de kantine, zijn er scheidsrechters geregeld, zijn de ballen opgepompt?

De sportraad heeft een remedie: zet een 'collectief managementteam' op, een groep professionals die besturen helpt om de boel op poten te zetten. Met deze 'vliegende kieps' - onder de hoede van de gemeente of van de KNVB, dat maakt de raad niet uit - kan een hoogstaand voetbalaanbod beter gewaarborgd worden.

Ook niet onbelangrijk: volgens de sportraad zal het aantal incidenten met agressie op de velden daardoor afnemen. "Bij goed geleide clubs komt agressie minder vaak voor", stelt Geerlings, "omdat een goed bestuur grenzen aangeeft en snel ingrijpt."

Klopt de diagnose van de Sportraad Amsterdam? Bedreigt een gebrek aan bestuurskracht het voetbalaanbod? Paul Verweel heeft z'n twijfels. Hij deed als hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit Utrecht veel onderzoek naar sport en is zelf voorzitter van de Utrechtse voetbalvereniging Hoograven. Als het over het maatschappelijk belang van voetbal gaat, vindt de sportraad hem aan zijn zijde.

"Waar anders komen zoveel mensen elkaar tegen?" zegt Verweel. "Al die mensen die hun zoon of dochter naar de trainingen en de wedstrijd brengen, die blij zijn met de glimlach van hun kind en meeleven met de teleurstellingen! Dat maakt de band in gezinnen sterk. En dat beleven ze samen met anderen langs de zijlijn. Dat is heel belangrijk: voetbal is een soort oefenvorm voor de samenleving, een bindmiddel."

Er wordt in dit verband nogal eens gewezen op de individualisering. De vroeger soms levenslange band tussen club en clublid komt nauwelijks nog voor. "Maar die binding kun je organiseren", zegt Verweel. "Waarom zitten sommige clubs met een tekort aan vrijwilligers? Omdat die niet of niet op de goede manier gevraagd worden. En hoezo individualisering, als teamsporten als voetbal en hockey zo populair zijn, terwijl het aantal tennissers alleen maar afneemt?"

Maar dat een aantal voetbalclubs het niet redt vanwege een gebrek aan bestuurskracht, zoals de Sportraad Amsterdam stelt, is volgens Verweel een te eenzijdige diagnose. "Er verandert veel in de stad. Hier in Utrecht bestonden een aantal echte arbeidersclubs, die nauw verbonden waren met bepaalde fabrieken. Die industrie is deels verdwenen en bij die clubs daalt daardoor het ledenaantal. Utrecht is een kennisstad geworden en nu nemen bij sommige van die clubs de studenten het over. Dat is een natuurlijke beweging, en clubs kunnen daarin meegroeien."

Wat in Utrecht ook helpt: de gemeente heeft gezorgd voor accommodaties die goed gespreid over de stad liggen. "Daardoor zijn clubs vaak verbonden met bepaalde wijken", zegt Verweel. "Zo krijg je binding."

Daarmee stipt Verweel een punt aan waarover in Amsterdam zorgen bestaan: de spreiding van het voetbalaanbod over de stad. De sportraad merkt op dat de velden van bloeiende clubs vooral in welgestelde wijken liggen. Clubs die met moeite het hoofd boven water houden, zitten in de stadsdelen waarvan de bevolking het sociaal-economisch minder goed heeft.

Wethouder Van der Burg onderkent het gevaar. "Vooral Nieuw-West is echt een probleemgebied: heel veel kinderen, niet altijd het kader dat de toestroom aankan."

De waarneming dat het vooral gaat om clubs met veel allochtonen - die dús een zwak bestuur hebben en dús, zoals het vooroordeel wil, ook veel met incidenten te kampen hebben - noemt Van der Burg te makkelijk. "Het heeft met opleiding te maken. Voetballertjes uit Amsterdam-Zuid hebben vaker hoogopgeleide ouders en als die zich met de club bezighouden, heeft dat uiteraard invloed op de kwaliteit van het bestuur. En die sociaal-economische positie beïnvloedt ook de financiën. Een advocaat betaalt de contributie van z'n kind makkelijker dan iemand die maar net z'n gas en licht kan betalen."

Maar nee, Van der Burg ziet voor de gemeente geen rol op dit gebied - behalve dat armlastige ouders steun kunnen krijgen voor contributies. De clubs moeten zelf zorgen voor het innen van contributies, ze zijn zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van hun bestuur. En als ze steun nodig hebben om te overleven, is dat allereerst een taak voor de KNVB, niet voor de gemeente.

Ziet de KNVB dat ook zo? Gaat die het door de Amsterdamse sportraad bepleite managementteam van professionals opzetten? Voorlopig niet. "Wij ondersteunen verenigingen zodat ze het zelf te kunnen doen, bijvoorbeeld door ze samen te brengen zodat ze van elkaar leren", zegt Joost Nulkes, als projectleider van het zogeheten Amsterdams Voetbalverdrag nauw betrokken bij het wel en wee van de clubs in de stad. De KNVB is een vereniging die bestaat van de contributies die de clubs opbrengen, legt hij uit. "Elke professional die wij in dienst nemen, leidt tot een hogere bijdrage per club. Als de clubs dat ervoor over hebben, valt het te overwegen."

Dikke coachjassen

De kwaliteit van bestuurders is al sterk verbeterd, voegt manager Guus Posthumus van KNVB-district West 1 daaraan toe. "Als je ze vroeger bij elkaar had, zag je een zaal vol mannen met dikke coachjassen aan, met de naam van de sponsor achterop: slager Jansen, voor al uw worst. Die jas ging de hele avond niet uit. De gratis pennen die we voor ze hadden klaarliggen, werden niet gebruikt, maar na afloop wel meegenomen. Nu zit er een heel ander slag mensen: managers, strategische denkers die verder vooruitkijken dan alleen naar komend weekend."

Voorland-voorzitter Tinie van der Drift is niet zo'n coachjassendrager, wel een clubvrouw van het ouderwetse soort - en ze heeft het 'veel te druk' om de krant te woord te staan, zegt ze zelf. "Tante Tinie", zegt Posthumus, "is zo iemand die zich met hart en ziel voor de club inzet. Een hart van goud en het hart op de tong. Het type dat, als niemand anders het doet, zelf maar weer achter de bar gaat staan. Maar uiteindelijk is dat niet genoeg om een club draaiend te houden."

Voor het doek valt, wint Voorland nog wel van Sloterdijk, met 6-4. Vanaf de krakkemikkige tribune - ooit voor een habbekrats op de kop getikt bij het ook al verdwenen KBV - zien vijf of zes toeschouwers het gebeuren. Lekker in de zon, lekker een beetje kletsen, lekker voetbalmiddagje.

Voetbal als gezinssport

Beleving, daar draait het om als een voetbalclub aantrekkelijk wil blijven, zegt voorzitter Robert Geerlings van de Sportraad Amsterdam. En daar doen de clubs te weinig aan. "Kijk naar het hockey. Dat trekt veel meer meiden, en daar kunnen voetbalclubs een voorbeeld aan nemen. Zo creëer je een veel natuurlijker omgeving op de velden, dan treffen hele families elkaar daar. Jongens vinden het leuk als er ook meiden zijn, en andersom en dan blijven ze na de wedstrijd langer hangen."

De Amsterdamse wethouder sport Eric van der Burg is het er zeer mee eens. Voetbal kan veel meer een gezinssport worden dan het nu is, zegt hij. "Dan krijg je een andere cultuur, een cultuur waarin testosteron minder bepalend is, met waarschijnlijk ook minder agressie."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden