Stelen, chanteren: alles om te overleven

Uitgevers durfden de boeken van Edgar Hilsenrath lang niet aan. Holocaustsatire: kan dat? Mag je zeggen hoe amoreel je wordt in een getto?

Edgar Hilsenrath; Nacht. Uit het Duits vertaald door Ingrid ten Bos, Chrétien Breukers en Willem Desmense. Met een nawoord van Arnon Grunberg. Uitgeverij IJzer, Utrecht. ISBN 9789074328944. 493 blz. euro29,95

Edgar Hilsenrath: De nazi en de kapper. Uit het Duits vertaald door Annemarie Vlaming. Met een nawoord van Helmuth Braun. Anthos, Amsterdam. ISBN 9789041412362; 395 blz. euro22,95

De Duitse schrijver Edgar Hilsenrath werd in 1926 in Leipzig geboren. In 1938 vluchtte hij, met zijn moeder en een jongere broer, voor de nazi’s naar Roemenië – geen gelukkig keuze, want dat land koos kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog resoluut de kant van de as-mogendheden. In 1941 belandde Hilsenrath dan ook in een Joods getto in de Oekraïne. Hij overleefde het getto, de oorlog, en emigreerde naar Palestina. In 1951 vestigde hij zich in New York.

Zijn debuut als schrijver, in 1964, met de onlangs in het Nederlands vertaalde roman ’Nacht’, had nogal wat voeten in de aarde. Aanvankelijk weigerden tientallen uitgevers het boek, omdat de Joden erin werden afgeschilderd als tot opportunisme gedwongen overlevers, en dat maakte hen niet gerust op de ontvangst bij het publiek. Boeken over de Holocaust waren er inmiddels uiteraard genoeg verschenen, maar een boek als dit bestond nog niet.

Nieuwe problemen doemden luttele jaren later op, toen Hilsenrath een Duitse uitgever zocht voor zijn tweede boek, de onweerstaanbare Holocaustsatire ’De nazi en de kapper’, die onlangs ook in het Nederlands werd gepubliceerd. Daarin neemt een voormalige kampbeul na afloop van de oorlog de identiteit aan van de Joodse kapperszoon met wie hij als kleine jongen bevriend was, en vestigt zich in Israël.

Toen de eerste boeken van Hilsenrath verschenen, waren tegenwoordig gangbare termen uit het commerciële gruwelkabinet, zoals format en content nog geen gemeengoed, en waren financiële verwachtingen misschien minder vaak de enige reden om een boek op de markt te brengen, maar ook toen al vonden uitgevers het een hachelijke zaak om het publiek iets voor te zetten dat al te sterk afweek van de verwachtingen. En dat hebben de romans van Hilsenrath altijd in niet geringe mate gedaan.

In ’Nacht’ beschrijft Hilsenrath een aantal maanden van het leven in het getto van stadje Prokow, aan de Dnjestr, bij de Roemeense grens met Rusland, onder de Duitse bezetting. De hoofdpersoon van het boek, de Jood Ranek, overleeft zo goed en zo kwaad als het gaat. Steeds moeizamer scharrelt hij zijn kostje bij elkaar, hij deinst voor steeds minder terug. Via het leven van Ranek en de tientallen andere personages uit het boek, krijgen we inzicht in de werking van de gettomaatschappij, verhaald op een bijna klinische, onbewogen toon.

Want dat was één van de aspecten van Hilsenraths eersteling die het publiek in verwarring brachten: het is een boek van bijna vijfhonderd bladzijden dat zich afspeelt in een Joods getto, maar de nazi-ideologie, de problemen van goed en kwaad, van onschuld en schuld, rancune, en zelfs het verlangen naar wraak komen in deze roman niet of nauwelijks aan de orde. In een troosteloos grijs getto waar alles om het naakte overleven draait, is het overdenken van dergelijke vraagstukken een vorm van luxe die energie vergt die beter kan worden benut voor de allereerste levensbehoeften.

De beklemming van het gettobestaan, de onontkoombaarheid van de opsluiting, wordt daardoor – enigszins paradoxaal misschien – juist nog scherper voelbaar gemaakt. Hilsenraths steeds havelozer personages verliezen geen tijd met dromen van toekomstige wraak en rechtvaardigheid, zelfs niet met denken aan een betere toekomst – dat zou zinloos zijn.

Daarin ligt ook de reden van de onthutsende gelijkmoedigheid waarmee zij hun levens leiden, slapen onder een halve tafel, elkaar bestelen, met een hamer een gouden tand uit de mond van een lijk slaan, zich prostitueren om de begrafenis van een naaste te kunnen betalen. Wanneer de nood zo groot is, laat Hilsenrath zien, worden alle morele normen opgeschort. Onontkoombaar, en dus niet of nauwelijks meer verwijtbaar.

Naarmate er minder eten, kleren en andere levensbehoeften voorhanden zijn, naarmate de bewoners van het getto sterven en de winterse kou genadelozer in de botten van de overlevenden trekt, geraakt het leven in Prokow steeds verder in verstarring. Van economische en menselijke vitaliteit en dynamiek is uiteindelijk alleen nog sprake in het bordeel van het stadje, waar de bezettende soldaten aan hun gerief komen in ruil voor het geld, het eten, de sigaretten en de cosmetica die zij aan de meisjes verstrekken.

Het bordeel is de plaats waar alles samenkomt wat er uiteindelijk, in deze uiterste omstandigheden, voor de gettobewoners en ook voor hun bezetters nog toe doet: de behoefte aan eten en aan de paringsdaad – de enige zaken immers die een voorbijgaand moment van vergetelheid kunnen schenken. „Als een vrouw goed gevoed is, dan kan dat een man helemaal gek maken”, zegt één van de personages.

Dat geldt zelfs voor Ranek, hoewel hij impotent is. Uit een dierlijke behoefte aan de nabijheid van een warm lichaam, maar zeker ook uit conformisme, probeert Ranek toch van tijd tot tijd zich lichamelijk met een lid van het andere geslacht te verenigen, doorgaans op basis van de meest verwerpelijke vormen van chantage. Herhaaldelijk biedt Hilsenrath in zijn proza verlichting door middel van dergelijke schitterende, diepmenselijke en wrang-humoristische uitschieters. De fiasco’s waarop Raneks pogingen tot contact onveranderlijk uitlopen, ritmeren zijn onvermijdelijke neergang, die door Hilsenrath in zeer sober, precies proza wordt weergegeven.

’Nacht’ laat goed zien waarom Edgar Hilsenrath behoort tot de meest belangwekkende schrijvers van de Duitse taal – een taal die hem, ondanks alles, zo dierbaar is dat hij inmiddels sedert jaren alweer in Berlijn woont.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden