Review

Stel geen vragen aan de bron waaruit je drinkt door Lieke van Duin

Roberto Piumini: 'Motu-Iti, het meeuweneiland', vert. Anthonie Kee, Querido, 122 p, F 22,90, v.a. 12 jaar.

De jonge Italiaanse dichter Roberto Piumini weet het wel, maar hoe hij het aan de weet gekomen is, mag hij niet vertellen. Zegt hij. Want 'dan zou er een grote hanekam op mijn hoofd gaan groeien en mijn tong zou veranderen in een roodgloeiende steen die nooit meer zou doven, hoeveel water ik ook dronk.' Aan het begin van zijn eerste jeugdboek 'Motu-Iti, het meeuweneiland' belooft hij het verhaal te vertellen, 'maar dan moeten jullie me wel vertrouwen en mogen jullie geen vragen stellen. Net zoals je, wanneer je een ontzettende dorst hebt, geen vragen stelt aan de bron waaruit je drinkt.'

En dus blijven Piumini's bronnen een goed bewaard geheim. Is hij op Paaseiland geweest? Heeft hij er cultureel-antropologische studies over gelezen? Laat maar. Al zou hij alles uit zijn duim gezogen hebben, zijn verhaal is er niet minder om. 'Motu-Iti, het meeuweneiland' is een geschenk uit de hemel, als een gave, zeldzaam mooi gevormde diepzeeschelp. Het verhaal speelt zich, lang geleden, af op Paaseiland en twee kale rotseilandjes voor de kust: Motu-Nui, waar de zeezwaluwen wonen, en verderop Motu-Iti, het onherbergzame domein van de meeuwen. Opperhoofd van het eiland is hij, die de jaarlijkse, met rituelen omgeven kanowedstrijd naar Motu-Nui wint en het eerst terugkomt met een zwaluw-ei in zijn mond. Tou-Ema is al zeven jaar opperhoofd, vanaf zijn zeventiende jaar. Dat wekt de jaloezie op van andere jonge mannen. Hun leider is Kontuac, die met een list probeert te winnen, hetgeen mislukt. Ze beginnen een lastercampagne tegen Tou-Ema door afbeeldingen van een man met een vogelkop op platte stenen uit te houwen, en tekens, die de oudsten lezen als: “Tou-Ema is Makemake, de godvogel, hij die de aarde in zijn klauwen heeft en haar in het verderf stort.” Tou-Ema raakt geisoleerd; alleen zijn geliefde, Kintea-Ni, gelooft nog in hem. Ze koestert een wit steentje, dat zijn ziel symboliseert.

Op een nacht wordt Tou-Ema door de samenzweerders van een hoog rif in zee gegooid. Kontuac wordt opperhoofd. Maar Tou-Ema overleeft de val en zwemt naar het kale meeuweneiland, waar hij zich in leven houdt door miti-viti-vissen leeg te zuigen. Hij merkt dat de meeuwen reageren op zijn handen en dat ze aanvoelen dat er een hevige woede in hem heerst. Geleidelijk aan krijgt hij macht over de meeuwen; tenslotte krijgt hij ze zover dat ze het dorp op Paaseiland aanvallen, behalve de hut van Kintea-Ni. Piumini weet dit heel geloofwaardig te beschrijven, in passages die doen denken aan 'The birds' van Hitchcock.

Door deze aanvallen komt het bedrog van Kontuac aan het licht. Als hij op last van de oudsten met een kano vol geschenken voor Tou-Ema en met as op zijn gezicht op weg gaat naar Motu-Iti, wordt hij gedood door de meeuwen. Tou-Ema slaat van schrik met zijn vlakke handen keihard op de rotsen en als op bevel laten alle meeuwen zich te pletter vallen. Terug op Paaseiland wordt Tou-Ema in ere hersteld, maar hij heeft geen macht meer over de meeuwen, die doorgaan met hun aanvallen. Bij toeval vindt zijn geliefde de manier om de meeuwen op afstand te houden: maskers blijken een vogelverschrikkende uitwerking te hebben. Ziedaar de link met de metershoge beelden.

'Motu-Iti, het meeuweneiland' voelt aan als een klassiek verhaal over goed en kwaad, misdaad en wraak, liefde en wantrouwen, en de in eenvoudige woorden geschreven tekst zingt soms als een ballade uit het proza weg, zoals de klacht van Kintea-Ni tegen TouEma, nadat hij beschuldigd is: 'Jij die goed en sterk bent, zeg me, wat gebeurt er toch? De weken gaan voorbij, en als ik in de ingang van onze hut zit kan ik mijn ogen opslaan maar ik zie je niet meer voorbijkomen, en niet langer vind ik roze bloemen van de niu-j-o naast de boom die ik je zwijgend heb aangewezen. Mijn handen waren al bezig met het weven van een grote mat, maar ze zijn ermee gestopt. Je komt niet meer langs om naar me te kijken en te hopen dat ik terugkijk.'

Net zo beeldend als dit citaat zijn de bezweringen en vervloekingen, zoals deze, door Tou-Ema uitgeschreeuwd als hij naar Motu-Iti is gezwommen: 'Eiland, niet langer mijn thuis, verloren eiland! Slangenest dat in de voeten bijt! Ik hoop dat de vulkaan op je neerstort, verraderseiland!'

De tekst is sterk theatraal en roept filmische oerbeelden op in je hoofd, met de oceaan als allesoverheersend decor, als 'de gerechtigheid van de wereld'.

Het verhaal is nauwelijks met andere jeugdromans te vergelijken. Qua stijl doet het denken aan de mytisch-historische jeugdromans 'Het gouden oog' en 'De weg van de wind' van Hans Hagen, maar het is nog poetischer, en in tegenstelling tot Piumini vertelt Hagen tot in detail hoe hij aan zijn informatie (over het oude Mesopotamie) komt. Ook heeft het iets weg van de Brandaanmythe 'Anderland' van Paul Biegel, maar 'Motu-Iti' is simpeler: het is als mythe een eindprodukt, terwijl het in 'Anderland' niet zozeer om het eindprodukt gaat als wel om het mogelijke wordingsproces van de mythe, die van mond tot mond doorverteld wordt en tijdens dat doorvertellen voortdurend grotesker wordt. Bovendien gaat het in 'Anderland' meer om de macht van de woorden, en in 'Motu-Iti' meer om die van de beelden. Hoe het ook zij, 'Motu-Iti' is van een schoonheid, waarin natuur en cultuur samenvallen. Soms ongerept en ontroerend, dan weer hevig dramatisch, dreigend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden