’Stel dat iemand een moord pleegt met mijn donornier?’

Opvallend weinig allochtonen staan geregistreerd als donor. Daar moet een campagne gericht op moslims verandering in brengen.

Jolanda Breur

Slechts 4 procent van de Marokkanen, 8 procent van de Turken en 13 procent van de Surinamers en Antillianen zegt in het donorregister ingeschreven te staan. Bij alle Nederlandse volwassenen samen ligt dat percentage op grofweg 40, en van die ingeschrevenen is bijna 60 procent bereid om als donor te fungeren.

De lage donorbereidheid onder allochtonen blijkt uit een enquête onder Marokkanen, Turken, Surinamers en Antillianen van 15 jaar en ouder. Het onderzoek is in april en mei gehouden in opdracht van het Nederlands Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie (NIGZ).

In 2005 is al eens een vergelijkbaar onderzoek uitgevoerd. Ten opzichte van die peiling is vooral onder Turken en Marokkanen de bereidheid om organen te doneren gedaald.

Het huidige onderzoek maakt deel uit van een donorcampagne die de NIGZ afgelopen week onder moslims is gestart. De campagne informeert de doelgroep via internet, flyers en posters.

Het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO) riep vorig jaar na een debat met verschillende moskeeorganisaties haar achterban op om een positieve houding aan te nemen tegenover orgaandonatie en registratie. Maar in de praktijk is de weerzin onder moslims aanzienlijk.

„Ik ga liever dood dan dat ik afhankelijk moet zijn van een ander om verder te leven.” Riswan Ahmed (25), half Pakistaans, half Hindostaans, spreekt ferme taal. „Maar als mijn zoontje van anderhalf een nier nodig heeft, zou ik er zo een van mezelf geven. Ik geef niet aan een onbekende. Stel je voor dat zo iemand een moord pleegt met mijn nier in zijn lichaam. Dat mag niet volgens de islam, toch?”

Vragend kijkt hij zijn Hindostaanse vriend Mark (21) aan. Die beaamt dat moslims afstand moeten nemen van mensen die slechte dingen doen. „Iemand die ik vertrouw als goed mens mag mijn organen hebben, dan kan hij nog goede dingen betekenen”, besluit Riswan.

De soennitische imam Mahfooz Anwar van de Noori moskee in Watergraafsmeer legt uit: „Volgens de Koran mag je geen ledematen of organen doneren. Op de dag des oordeels zal iedereen volmaakt opstaan. Maar je kunt niet aankomen met een weggegeven oog of nier. Je levert in wat je hebt gekregen.”

Hij geeft toe dat er verschillende islamitische stromingen zijn waarbij andere denkbeelden leven. „Sommige stromingen proberen de islam in een modern jasje te steken, maar een geloof kun je niet moderniseren.” Op de vraag wat hij zou doen wanneer het hemzelf of zijn familie betreft, antwoordt hij stellig: „Als we niet mogen geven, mogen we ook niet nemen.”

De sjiitische Zainab Al-Touraihi kwam op haar negende vanuit Irak naar Nederland en heeft een donorcodicil op zak. De meeste korangeleerden zeggen dat doneren mag, weet zij. Zelf vindt ze een professionele, respectvolle transplantatie wel een voorwaarde. „De wet mag wat mij betreft veranderd worden. Je doneert, tenzij je aangeeft dit niet te willen. Een extra duwtje om mensen een keus te doen maken, is nodig. Er staan zoveel patiënten op de wachtlijst.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden