Steiner behoeft toelichting

Rudolf Steiner, Karma en beroep. Tien voordrachten, Dornach, 427 november 1916. Vrij Geestesleven, Zeist, 215 blz. 35,

Vermoedelijk zijn weinig mensen in deze tijd tegelijk zo bekend en onbekend als Rudolf Steiner (18611925). Enerzijds hebben alleen al in Nederland vele tienduizenden mensen dagelijks direct of indirect te maken met zijn geestelijke nalatenschap: via de Vrije School, de biologisch-dynamische landbouw en voedingsleer, de 'antroposofische geneeskunde' of op een andere manier. Anderzijds zal slechts een zeer klein percentage van al die mensen desgevraagd meer over Steiner zelf weten te vertellen dan het feit dat zijn naam verbonden is met deze activiteiten. Een zelfde paradoxale combinatie is ook eigen aan veel van zijn nagelaten geschriften.

Enerzijds spreekt en schrijft Steiner daarin meestal over verheven en diepzinnige, op veel mensen abstract overkomende, religieus-filosofische thema's en is hij daarin voor niet-ingewijden vaak moeilijk te volgen. Anderzijds brengt hij deze thema's vaak in een onmiddellijk verband met ondubbelzinnig concrete en alledaagse zaken die iedereen onmiddellijk snapt. De tien voordrachten die nu voor het eerst in het Nederlands verschenen zijn illustreren deze paradox voorbeeldig. Ze gaan over een van de meest metafysische thema's uit de hele antroposofie, karma en reincarnatie en tegelijk over uiterst concrete alledaagse zaken als beroepsleven en werkloosheid. De combinatie van diepzinnige moeilijkheid en zonder meer begrijpelijke wijze van behandelen komt al evenzeer goed tot uiting, bijvoorbeeld in de bespreking van de Gorlitzer schoenmaker, tegenwoordig beter bekend als mysticus Jacob Boehme, wiens leven en werk door Steiner uitdrukkelijk in verband wordt gebracht met een thema dat zelfs geharnaste antroposofen nog wel hoofdbrekens bezorgt: de verschillende planetarische zijnstoestanden uit het verleden (Saturnuse.a.) en in de toekomst (Vulcanus- e.a.) van de aarde. Verschillende andere bekende en tegenwoordig minder bekende personen worden kort of relatief uitvoerig (met name Goethe) beschreven om de wisselwerking tussen karma en beroepsleven te belichten.

Soms gebeurt dat zo, dat onmiddellijk duidelijk en aannemelijk is wat er staat, in andere passages echter zo, dat zelfs menig overtuigde antroposoof vermoedelijk nog met twijfels blijft zitten, bijvoorbeeld op blz. 132/133, waar Steiner tussen de geboortejaren van de drie geallieerde staatshoofden in de Eerste Wereldoorlog en het jaar 1916 een verband legt dat althans op mij als louter speculatieve getallenmystiek overkomt.

Een dergelijk moeilijk boek vraagt om een goede inleiding en die is er gelukkig ook. De socioloog Ernst Amons, vroeger een tijdlang bestuurslid van de Anthroposofische Vereniging in Nederland, vat in ruim vier bladzijden samen waar het om gaat: zeer duidelijk, alleen veel te kort. Zulke teksten, maar dan veel langer en adequater gedocumenteerd, zouden er moeten komen: samenvattingen, overzichten, parafraseringen en bewerkingen van lezingen van Steiner, uitdrukkelijk geplaatst in het verband van wat er gebeurt in Nederland en de rest van de wereld anno 1992; niet in plaats van, maar als aanvulling op de geschriften van Steiner zelf. Deze laatste zijn langzamerhand, ongeveer een eeuw nadat Steiner met zijn werk begon, voornamelijk nog interessant voor mensen die reeds gepokt en gemazeld zijn in de antroposofie.

Hugo Verbrugh

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden