STEFAN HEYM - Robin Hood in de Bondsdag

81 is hij nu. Daar waar anderen blij waren “eindelijk een ouwe sukkel te mogen worden” (aldus Einstein op zijn zestigste verjaardag), daar wilde Stefan Heym een al te mooie uitdaging niet laten lopen. Het lukte.

Deze week mocht Heym als oudste lid van het parlement de openingsrede van de nieuwe Bondsdag houden - een bekroning voor een bewogen leven. Een opmerkelijk ogenblik was het wel, niet alleen voor Heym, maar ook voor de Duitse parlementaire geschiedenis. Als niet Heym via de kandidatenlijst van de postcommunistische PDS in de Bondsdag zou zijn gekozen, dan zou de rol van openingsredenaar aan de 73-jarige christen-democraat Alfred Dregger zijn toegevallen. Dan was de Bondsdag geopend door een man die in '45 het uniform van de Wehrmacht droeg en niet - zoals nu - door een man die toen in het uniform van het Amerikaanse leger tot de bevrijders behoorde.

Voor het eerst sinds 1932, toen in de Rijksdag de nazi's de sterkste fractie vormden en de communiste Clara Zetkin de openingsrede hield, stond weer een man op het podium wiens leven laten we zeggen door het communisme goeddeels werd bepaald. En dat terwijl het communisme zojuist ten onder gegaan is. De schrijver Stefan Heym hield geen grote ideologische rede, althans geen rede met een onverbeterlijk geloof in het socialisme. Heym deed zelfs iets wat intellectuelen in Duitsland maar hoogst zelden doen: hij bekende van zijn land te houden en hoopte dat het zijn nieuwe gewicht met wijsheid zou inzetten.

Om stilte of aandacht hoefde hij tijdens zijn rede niet te manen. Hij hoefde slechts zijn levensverhaal te vertellen om de 671 afgevaardigden - ook zijn vele tegenstanders - te laten zwijgen. Geboren werd hij in 1913 onder de naam Helmut Flieg als zoon van een joodse koopman. Zijn eerste vorm van oppositie uitte zich in een gedicht dat in '31 in de Chemnitzer Volksstimme werd afgedrukt. De jonge Heym kritiseerde het militarisme van de Reichswehr, een kritiek die hem zijn plaats op het lokale gymnasium kostte. Heym ziet zich gedwongen zijn eindexamen in Berlijn te halen.

In maart '33, kort na Hitlers machtsovername, vlucht Heym naar Praag, diens vader wordt door de nazi's gearresteerd. In Praag leeft Heym van de publikatie van korte verhalen in een Duitstalige krant, totdat hem in '35 een beurs van een joodse studentenvereniging in Amerika wordt aangeboden. Hij werkt een tijdje als medewerker germanistiek aan de universiteit van Chicago, daarna als kelner en verkoper. In '37 wordt hij in New York hoofdredacteur van de Deutsche Volksecho, een links krantje voor Duitse emigranten, dat zich ten doel stelt op te roepen tot de strijd tegen Hitler. Twee jaar later gaat het krantje failliet en Heym wijdt zich aan het schrijven van zijn eerste roman die in '42 onder de titel 'Hostages' in Amerika uitkomt en een bestseller wordt.

Heym wordt daarna Amerikaanse staatsburger en meldt zich voor het Amerikaanse leger. Ingedeeld bij de afdeling 'psychologische oorlogsvoering' neemt hij in '45 in Normandië deel aan de invasie en heeft tot taak via radio-uitzendingen Duitse frontsoldaten murw te maken en tot capitulatie te overreden.

Eind '45 keert Heym terug naar de VS, maar ergert zich toenemend aan Amerika's anticommunistische houding. Bij een staking van mijnwerkers in Pennsylvania kiest hij publicitair partij voor de mijnwerkers en raakt verzeild op de zwarte lijst van de McCarthy-commissie. Heym neemt in '52 de wijk naar Praag en belandt daar midden in het eerste stalinistische show-proces in Tsjechoslowakije. Terecht staat de eerste communistische premier Rudolf Slánsky, die wegens zijn joods-burgerlijke afkomst ter dood wordt veroordeeld. En weer weet Heym dat hij voor het antisemitisme moet vluchten.

Met enige moeite neemt hij het besluit naar Duitsland terug te keren, al is het dan naar het 'betere' - oostelijke - deel. Nauwelijks een jaar is hij in Oost-Berlijn, of hij is er getuige van de arbeidersopstand van 17 juni '53, die met de hulp van Sovjet-tanks wordt neergeslagen.

Heym slaagt er niet in in zijn krantecolumn (hij schrijft voor de door de SED-gestuurde Berliner Zeitung) afstand van het staatsgeweld te nemen, integendeel. Hij verdedigt het optreden van de autoriteiten en hekelt, geheel conform de SED-propaganda, de opstand als een provocatie van de Amerikanen. Hij leek in die redenering te geloven. Later zei hij: “Ik heb fouten gemaakt, maar ik heb altijd het socialistische bewustzijn willen stimuleren.” Heym ontkent echter met de beruchte staatsveiligheidsdienst - de Stasi - te hebben samengewerkt, hoewel hij wel eens contact met Stasi-agenten heeft gehad.

In '57 is de toon van zijn column zo kritisch geworden dat hem zijn rubriek wordt afgenomen. Heym kritiseert de kloof die groeit tussen de arbeider en de partijfunctionaris: “De bureaustoel moet niet het bewustzijn gaan bepalen.” Enige jaren krijgt hij een publikatieverbod opgelegd, zijn boeken verschijnen alleen in het Westen. In '76 wordt Wolf Biermann niet meer in de DDR toegelaten en menige intellectueel moet het land uit. Heym blijft omdat hij zich niet door “dat stel kleine schoften” wenst te laten verdrijven. Later mogen enkele van zijn boeken weer in de DDR verschijnen en Heym verwerft zich een status van 'gedoogde criticus'.

Op 4 november 1989, vijf dagen voor de val van de Muur, houdt Heym op de grote massademonstratie op het Berlijnse Alexanderplatz een rede 'voor een nieuw, beter socialisme in de DDR'. Een week later ziet hij met enige bitterheid hoe het DDR-volk op koopjesjacht de supermarkten en warenhuizen in het Westen bestormt.

In '94 is hij kandidaat voor de PDS voor een zetel in de Bondsdag. Om nog één keer een grote rede te kunnen houden. Om er nog éénmaal op te wijzen dat de problemen van deze wereld, vooral de ecologische, niet met het winstprincipe van het kapitalisme opgelost kunnen worden.

Op de verkiezingsaffiches prijkt Heym met grote, breedgerande zwarte hoed. “U ziet eruit als een piraat”, zei een reporter tegen hem. Heyms antwoord luidde: “Zo is het. Ik ben de Robin Hood van de Bondsdag.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden