Steenkool: vloek en zegen voor Zuid-Afrika

Inwoners van het Zuid-Afrikaanse Siyathemba merken zelf dat het klimaat verandert. Koken en stoken doen ze op steenkool - een brandstof die ironisch genoeg op wereldschaal veel bijdraagt aan de uitstoot van broeikasgas CO2. De townshipbewoners hebben er dubbel belang bij hun energieverbruik aan te passen.

Het regent harder in Siyathemba, het stormt vaker, en het dorp zucht onder de ene na de andere hittegolf. Miriam Mbokane hoeft niet meer overtuigd te worden: de aarde warmt op. "Hopelijk vinden ze daarvoor in Durban, waar ze praten over het klimaat, een oplossing", zegt Mbokane.

De inwoners van de township Siyathemba zijn goed op de hoogte van wat er zich afspeelt, zo'n 500 kilometer verderop, in Durban. Ze hebben veel last van klimaatverandering en volgen het nieuws van de klimaattop op televisie of uit de krant. "De harde regenbuien vernielen de oogst. Soms zie je zelfs de wortels van de gewassen boven de aarde uitsteken", zegt Phillipinah Maijaba. Ze zit in de schaduw op een kleed achter één van de vele kerken in het dorp. Ze kijkt uit op een klein moestuintje.

Siyathemba, 60 kilometer onder Johannesburg, ligt in Zuid-Afrika's steenkoolregio. De mijnen leveren het land zijn grootste energiebron, en een belangrijk exportproduct. Over de spoorlijn die het dorp in tweeën snijdt, denderen dagelijks volle kolentreinen. Het welvarender dorp Balfour ligt aan de andere kant van het spoor, waar witte boeren uit de regio hun boodschappen doen.

De opzet is bedacht ten tijde van de apartheid om de blanken van de zwarten te scheiden. De deling wordt min of meer in stand gehouden omdat de inwoners van Siyathemba gehecht zijn geraakt aan het dorp. "Maar we hebben het moeilijk", zegt inwoner Maijaba die al dertig jaar in de township woont. "Het is hier 's avonds op straat niet veilig. Meisjes worden verkracht, er worden veel drugs gebruikt en er is veel geweld." Pinky Mokgomong, die nog op school zit, beaamt dat. "Niemand heeft hier werk. Jongens vervelen zich en gaan de straat op."

Wie wel een baan heeft, werkt in de dichtbijgelegen kolen- of goudmijnen. De inwoners koken op kolen en verwarmen er hun huis mee: velen zijn niet aangesloten op het elektriciteitsnetwerk. Iedere week kopen ze een paar zakken kool van 25 kilo voor 80 rand (zo'n acht euro).

"De inwoners beseffen niet hoe schadelijk de kolen zijn", zegt Obed Nelovholwe van het Nova Instituut, een Zuid-Afrikaanse niet-gouvernementele organisatie die de leefomstandigheden van mensen in kleine gemeenschappen probeert te verbeteren. "Niet alleen voor het klimaat, maar ook voor de gezondheid. De zwavel die vrijkomt als de steenkool gaat roken veroorzaakt veel klachten. Dat de inwoners geen weet hebben van het gevaar is ook een overblijfsel van de apartheid. De zwarte bevolking is slecht opgeleid omdat de blanken het niet nodig vonden om goed onderwijs te verzorgen. Daardoor ontbreekt het ze aan kennis."

Het Nova Instituut helpt de townshipbewoners, ook in Siyathemba. Samen met hen zoeken ze naar een manier om de kolenrook terug te dringen. "Nee, dan leggen we dus niet direct een zonnepaneel op het dak", zegt Jaap de Jong, die via de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie ICCO ook werkzaam is voor het Nova Instituut. "De mensen hebben geen idee hoe zo'n paneel werkt, en als het kapot gaat, zit er geen monteur om de hoek en een nieuwe is onbetaalbaar. Bovendien kunnen ze het niet gebruiken als verwarming, in tegenstelling tot het kolenvuurtje. Kool is onderdeel van hun leefstijl, dat kun je niet zomaar wegnemen."

Wat de mensen uit Siyathemba in samenwerking met het Nova Instituut hebben bedacht om de rook terug te dringen is eigenlijk heel simpel. Inwoner Tshepo Sekhoto doet het voor op twee oude verfblikken. Eerder kookten de inwoners van het dorp op een stoof waarin ze onderin hout en papier legden, en bovenop de kolen. Dat veroorzaakte veel rook waardoor de township, vooral in de winter, met een deken van smog bedekt was. Bij de nieuwe techniek worden de kolen onderin geplaatst, daarop liggen hout en papier en dat wordt bedekt met een paar kolen. De techniek wordt Basa Magogo genoemd, wat zoiets betekent als 'steek aan, oma'.

Inmiddels gebruiken 50.000 huishoudens deze techniek (zie kader). De kolen worden op die manier veel effectiever verbrand. Met de nieuwe manier van verstoken gebruiken de inwoners nog maar twee in plaats van drie zakken kolen per week. Dat levert de bewoners een fikse besparing op. Rook en de CO2-uitstoot worden flink teruggedrongen, met zo'n 1,3 ton per huishouden per jaar. In Nederland verbruiken we zo'n 11 ton per persoon per jaar, maar de vergelijking is lastig omdat de Nederlanders sowieso veel meer broeikasgassen uitstoten dan een gemiddeld Zuid-Afrikaans huishouden. Bovendien brandt het vuurtje met de Basa Magogo-techniek vele malen langer waardoor de inwoners minder geld hoeven uit te geven aan kool. Jaap de Jong: "Naast terugdringing van de CO2-uitstoot en geldbesparing, bereik je ook dat de bewoners aan den lijve ondervinden dat het loont, ze hebben veel minder gezondheidsklachten."

In breder verband blijft de vraag of Zuid-Afrika moet vasthouden aan de schadelijke en vieze kolenindustrie (zie kader). Want het land is, zeker in Afrikaans perspectief, een grootverbruiker en -producent. Dit terwijl juist de arme bevolking in Afrika veel hinder ondervindt van de opwarming van de aarde. Zij worden hard getroffen door overstromingen en droogte. Als de uitstoot van broeikasgassen niet wordt teruggebracht, en de aarde gemiddeld met 2 graden opwarmt, warmt Zuidelijk Afrika met 5 graden op. Maar het is duidelijk dat Zuid-Afrika het zich moelijk kan permitteren om de steenkolen te verruilen voor andere energiebronnen.

Patrice Motsepe van energiebedrijf African Rainbow Mineral, kent de kritiek. "We moeten nieuwe technieken bedenken om de industrie te verduurzamen", erkent hij tijdens een bedrijvenbijeenkomst tijdens de klimaatonderhandelingen in Durban. "Maar vergeet niet dat 100.000 mensen in Zuid-Afrika werkzaam zijn in de mijnindustrie, waar de kolenmijnen een zeer belangrijk onderdeel van uitmaken. In heel Afrika ligt dat getal zelfs op 2,4 miljoen. Bovendien zijn alle kleine huishoudens, zeker in de buurt van Johannesburg waar kolen goedkoop zijn, in hun energievoorziening afhankelijk van de grondstof."

Volgens Motsepe is het met een werkloosheidscijfer van 27 procent onmogelijk om de industrie van de ene op de andere dag de rug toe te keren, en hoge belasting te gaan heffen op de vieze grondstof. "Het wrange is dat de kolen- en mijnindustrie zich bevindt in de armste regio's ter wereld. De lokale bevolking is er vaak blij mee want het verschaft werk; mensen krijgen toegang tot elektriciteit, en de infrastructuur in de regio wordt flink verbeterd."

Ook in Siyathemba kunnen de inwoners zich voorlopig geen leven indenken zonder kolen. Miriam Mbokane: "Vooral in de winter gebruik ik kolen om mijn huis te verwarmen.'' Mbokane woont in een zogenoemd RDP-huis, gebouwd net nadat Nelson Mandela president werd in 1994. Het RDP-programma (Reconstruction and Development Programme) beoogde de kloof tussen zwart en blank te verkleinen, door de arme, zwarte bevolking gratis woonruimte te geven, maar de kwaliteit is matig.

Mbokane's huis (45 vierkante meter, waar ze woont met haar man, dochter, schoonzoon en kleinkind) is niet geïsoleerd en wordt enkel bedekt door een golfplaten dak. Ze heeft de stoof met de kolen hard nodig. De nieuwe stooktechniek past Mbokane braaf toe. "Het helpt echt. Vroeger kon je vanaf de heuvels het dorp niet zien. Het was bedekt onder een dak van rook. Nu hebben we weer vrij uitzicht."

Grootverbruiker Zuid-Afrika legt prioriteit elders
Zuid-Afrika neemt de dertiende plaats in als het gaat om CO2-uitstoot ter wereld, het is de grootste uitstoter in Afrika. De huishoudens die de kolen op kleine schaal stoken, zijn niet het grootste probleem. De grote energiecentrales zijn het schadelijkst.

Zuid-Afrika is bovendien de op vier na grootste kolenexporteur ter wereld. In Zuid-Afrika zelf wordt 90 procent van de elektriciteit opgewekt uit kool, 5 procent komt van de kerncentrale die in de buurt van Kaapstad staat en Zuid-Afrika haalt 5 procent uit biomassa en zon- en windenergie.

In 2003 heeft de Zuid-Afrikaanse regering een zogenoemd white paper opgesteld waarin het zich voorneemt meer gebruik te maken van duurzame bronnen. De bedoeling is dat er in 2013 10.000 megawatt aan groene energie bij is gebouwd, dat staat gelijk aan twee kolencentrales.

Jaap de Jong: "De wet- en regelgeving in Zuid-Afrika is goed in orde. Het schort alleen aan de uitvoering. Er is te weinig deskundigheid en het gaat langzaam. De prioriteit ligt toch vaak ergens anders.''

Toch is Zuid-Afrika er veel aan gelegen dat in Durban een klimaatakkoord wordt gesloten. De regering voelt zich verantwoordelijk voor het continent, dat veel problemen ondervindt. En het wil natuurlijk graag de krantenkoppen zien met: 'Kyoto is gered in Durban.'

Fair Climate Fund
Het Basa Magogo project werkt samen met het zogenoemde Fair Climate Fund. Dit fonds is opgezet door ontwikkelingsorganisatie ICCO. Het is een manier om de CO2-uitstoot van bedrijven en particulieren in Nederland te compenseren. Het werkt als volgt: mensen kunnen vrijwillig een recht kopen. Zo'n recht staat gelijk aan 1 ton CO2 en kost momenteel zo'n 12,50 euro. Hiermee worden klimaatprojecten in ontwikkelingslanden gefinancierd.

Het Fair Climate Fund is actief op de zogenoemde vrijwillige emissiemarkt. Kleine bedrijven zijn immers niet verplicht om hieraan mee te doen, maar kunnen zelf ervoor kiezen om de CO2-uitstoot te reduceren en projecten in ontwikkelingslanden te ondersteunen.

Het Kyotoprotocol, het enige bindende klimaatverdrag, is de basis van een verplichte emissiehandelsmarkt: het Clean Development Mechanism (CDM). De landen die Kyoto hebben ondertekend mogen de CO 2-uitstoot deels compenseren door projecten in ontwikkelingslanden te financieren. Nederland doet dat ook.

Probleem is dat het systeem uit zijn voegen barst. Zo krijgt China bijvoorbeeld geld uit CDM voor een windmolenpark, terwijl het land al lang zelf in staat zo'n park te financieren. Bovendien gaat maar 2 procent van het CDM-geld naar Afrika, het armste continent. De rest gaat naar Azië, waaronder China en India.

Tijdens de klimaatonderhandelingen in Durban wordt opnieuw gekeken of het systeem aangepast moet worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden