Steeds weer in verzet

Vijftig jaar stond de LKG op de barricaden voor de pensioenen voor verzetslieden. Die tijd is voorbij. De overblijvers maken een laatste boottocht op de Rijn.

Een van de meest strijdvaardige verzetsorganisaties die Nederland kende is ter ziele gegaan. Een handvol nog in leven zijnde leden van de Landelijke Kontact-Groep verzetsgepensioneerden 1940-1945 (LKG) maakten woensdag voor de laatste keer de jaarlijkse boottocht over de Rijn. Het einde van een tijdperk.

Sommigen gaan met rolstoelen en rollators van de Rijnkade in Arnhem de boot op. Anderen lopen nog als een kievit. Ze zijn bijna allemaal negentig en ouder. Ooit, toen de belangenvereniging LKG in 1965 werd opgericht, behoorden zij tot de 'jonkies' en nu, 70 jaar na de bevrijding, zijn zij de laatsten die nog uit eigen waarneming over het verzet in de Tweede Wereldoorlog kunnen praten.

Telde de LKG in de hoogtijdagen meer dan drieduizend leden, nu komt dat aantal niet boven de tweehonderd uit. In de turbulente jaren zestig en zeventig werden ledenvergaderingen gehouden in de Meervaart in Amsterdam dat tot de nok toe vol zat. De emoties konden hoog oplopen. Dat is anders tijdens de laatste boottocht. Er vloeit hier en daar een traantje, niet uit woede maar uit weemoed over die jaren dat zij samen op de barricaden stonden.

De LKG was volgens Ronald Leopold een unieke club. Hij is nu directeur van de Anne Frank Stichting, maar gaf daarvoor leiding aan de Pensioen en Uitkeringsraad en heeft nog altijd een warme band met ze. "Dit zijn volstrekt authentieke mensen", zegt hij op de boot. "Ze waren niet makkelijk, ze vlogen er af en toe met gestrekt been in, maar het kwam voort uit een prachtig rechtvaardigheidsgevoel."

Achteraf gezien was de LKG een uitgesproken kind van de opstandige jaren zestig. De kiem van de vereniging lag in Amsterdam, waar in 1963 een groepje verzetsmensen een blad begonnen met de naam De Koerierster. Daarin uitten zij op ongepolijste wijze hun ongenoegen over de onrechtvaardigheden in de uitvoering van de Wet buitengewoon pensioen.

Waar bovendien vele Nederlanders profiteerden van de enorme welvaartsgroei in die jaren, bleven de pensioenen van verzetslieden ongewijzigd. De belofte in 1947 dat verzetsinvaliden en nabestaanden een inkomen zouden krijgen dat vergelijkbaar zou zijn met dat van anderen, was bij lange na niet ingelost.

Weer in verzet

De Koerierster raakte een gevoelige snaar bij verzetsgepensioneerden in de rest van het land. De steunbetuigingen stroomden bij de redactie binnen. Contacten in heel het land werden gelegd en op 9 oktober was het zover. In hotel Thalia in Utrecht kwamen ze bij elkaar om een vereniging op te richten die niet over zich zou laten lopen. Twintig jaar na de capitulatie van die verschrikkelijke nazi's, kwamen zij wéér in verzet.

Zij stonden net als toen op tegen onrechtvaardigheid. Dat was het echter niet alleen. Zo waren zij het zat dat er werd beslist 'over ons en zonder ons'. De samenleving schudde langzaam de volgzaamheid af en eiste meer democratie. De behoefte aan inspraak was terug te zien in de LKG.

Die onvrede smolt samen met een opkomend gevoel van onrust. Her en der herkenden zij, zoals het toen in De Koerierster stond, het 'streven het lijden en strijden uit de bezettingstijd tot verleden tijd te verklaren'. Die neiging zagen de oprichters van het eerste uur Martin van Lent en Ben Kuster terug in de officiële afschaffing van de jaarlijkse viering van 5 mei. Dat 'vergeten' mocht nooit gebeuren.

Verdeeld

Van de nu nog levende leden kan niemand de beginjaren van de LKG uit eigen ervaring navertellen. Zij werden later lid, maar ze werden allemaal geraakt door het strijdvaardige dat de LKG tot bijna het einde uitstraalde. Lotty Auffener (93) kan zich herinneren hoe hopeloos verdeeld de 'anti-Hitlercoalitie' al vrij snel na het einde van de oorlog was. "Je houdt het niet voor mogelijk. De oorlog was nog niet afgelopen en de Koude Oorlog brak uit. Tijdens de oorlog had het niet uitgemaakt of je communist was of gereformeerd. Nu wilde iedereen zijn eigen club. Door die vijandschap was het verzet eigenlijk machteloos. Met de LKG hadden we eindelijk een vakbond die voor onze belangen opkwam."

Aanvankelijk was de LKG een club met vooral mensen met een communistische achtergrond. Dat veranderde toen bleek dat deze vereniging met de regering en Tweede Kamer het gevecht aanging voor bijvoorbeeld waardevaste pensioenen en zowaar resultaten boekte. Dat om de LKG een linkse waas bleef hangen, ontdekte Koosje van de Ven-Jacobs (88) nadat zij in 1992 voorzitter werd. "Na een paar dagen kreeg ik een anonieme brief. Hoe het mogelijk was dat een katholieke vrouw als ik voorzitter kon worden van zo'n club. 'U gaat toch zeker niet de kar trekken van een stel communisten', stond erin. Ik wist dat het inmiddels anders zat."

Het was voor Van de Ven wel even wennen. Bij haar eerste bestuursvergadering wist ze niet wat ze meemaakte. "Ik kom uit Limburg en daar waren ze niet zo fel. Het was daar 'vrijheid, blijheid': een korte vergadering en dan een heerlijke lunch. Dat was een dagje uit. Bij de LKG ging het totaal anders. Daar kwamen de problemen op tafel en werd gekeken wat daaraan gedaan kon worden." Van de Ven voelde zich in die cultuur meteen thuis. "Je had het gevoel dat je zo invloed kon hebben. Kijk, een feestje is leuk, maar resultaten zijn nog veel leuker."

Al een jaar na de oprichting kwam het LKG landelijk in beeld toen de toenmalige minister Samkalden besloot om Willy Lages, een van de beruchtste nazibeulen, vrij te laten vanwege een ernstige ziekte. De vereniging zocht vaak de straat op om van hun ongenoegen blijk te geven. Bij de behandeling door de Hoge Raad van de zaak-Menten in 1979, stond de LKG prominent op de trappen voor het gebouw in Den Haag.

Dagje varen

Dat waren de hoogtijdagen. Na 1990 vulde de Meervaart zich steeds moeilijker met leden en verhuisden de vergaderingen noodgedwongen naar kleinere locaties. Het bezoek aan de landelijke contactdag, die elk jaar in een andere provincie werd gehouden, liep eveneens terug. Twaalf jaar geleden besloot de club om met de overgebleven leden eens per jaar een dagje te gaan varen.

"Ik zal die boottochten gaan missen", zegt Nel Borsboom, met 86 jaar de jongste van het stel. "We komen niet allemaal uit dezelfde plaats. We zijn niet meer zo mobiel en dit was wel de mogelijkheid om elkaar nog eens te spreken. Het zijn prettige mensen, we hebben dezelfde achtergrond. Je had aan een half woord genoeg. Jammer dat het klaar is, maar het is ook goed zo."

Dat vond het bestuur van LKG ook. Het geld was op, de laatste boottocht kwam er door een royaal gebaar van reder Constant Geerlings, die een boot gratis ter beschikking stelde. "We gaan de boel nu een beetje opruimen", zegt secretaris Marije van Urk (79). "Ons archief gaat naar het Niod en dan behoort de LKG tot het verleden."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden