Steeds tafels en koffiekannen. En toch weet schilder Klaas Gubbels niet van tevoren wat het stilleven worden zal.

Het is pas tien uur in de ochtend, maar Klaas Gubbels (70) heeft zich al een paar uur in het zweet gewerkt in het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem, waar de laatste hand wordt gelegd aan een grote overzichtstentoonstelling van zijn werk. Centraal op de expositie staat een vijf meter hoog houten beeld dat is opgebouwd uit vier koffiekannen. Het zaagwerk is elders gebeurd, maar het schilderen doet Gubbels zelf.

,,Dat is een warm klusje om vanaf een ladder te schilderen.'' Zijn vrouw Heleen hoort het hoofdschuddend aan. Hoe vaak ze hem al niet heeft gezegd dat hij geen vent van dertig meer is. ,,Maar hij luistert toch niet, hij gaat maar door.''

Na een douche en een kop koffie is Gubbels klaar voor een rondleiding langs zijn oeuvre, dat een halve eeuw en vele honderden doeken omspant. ,,Ik heb geen idee hoeveel schilderijen ik heb gemaakt en hoeveel er is verkocht. Daar hou ik me nooit mee bezig.'' Dat hoofdstuk is het terrein van Heleen. ,,Zij doet de administratie en financiën en regelt alles. Geen idee ook wat ik verdien.''

Het liefste wat hij doet is naar zijn atelier gaan, zelfs als hij niet schildert. Toen hij nog op de Kunstacademie in Arnhem zat ontdekte hij al liftend een prachtig koetshuis op het landgoed De Lichtenbeek. ,,Ik was er meteen verliefd op. In die tijd had ik een spraakgebrek, ik hakkelde heel erg, maar ik heb toen al mijn moed verzameld om de boswachter te vragen of het te huur was. Tot mijn stomme verbazing kon ik op de bovenverdieping voor een klein bedragje een prachtige ruimte huren. En dat is nog steeds mijn atelier.''

In het begin van zijn loopbaan schilderde Gubbels ook portretten. Op de academie was dat een onderdeel van de lessen. Een aantal van deze vroege werken hangt ook op de tentoonstelling. ,,Kijk, die rooie daar is Jan Cremer, een klasgenoot van mij'', wijst Gubbels. Sommige portretten vindt hij 'best knap'. ,,Maar ik zou het nu niet meer kunnen. Technisch wel, maar het is zo'n andere stijl, het was een fase in mijn leven waarin ik ook heel andere kleuren gebruikte.'' In die periode is nog enigszins de invloed merkbaar van de Vlaamse expressionist Permeke, wiens werk Gubbels erg aanspreekt.

Op de academie moest hij ook stillevens schilderen, met fruit, bloemen of andere attributen die de leerlingen zelf bij elkaar mochten zoeken.

,,Fruit of bloemen; vond ik geen moer aan. Ik ben toen begonnen met een lege tafel, rechthoeken met vier poten, waaraan elk perspectief ontbrak. Later vond ik een koffiekan waarvan de vorm me aansprak. Ik vond hem mooi, maar hij irriteerde me ook omdat het zo'n stom ding was. Omdat ik het te gemakkelijk vond om in sprekende kleuren te schilderen, koos ik voor rauwe-omberachtige kleuren. Ik wilde kijken of ik daarmee toch voldoende spanning kon opbouwen.''

En nu schildert hij dus al vijftig jaar tafels en koffiekannen. Soms komt er een stoel bij, een schaakbord of een kopje en onlangs zelfs een poes onder de tafel. ,,Ik wilde iets burgerlijks, iets van huiselijk geluk maken. Dat heeft ook met mijn stemming te maken. Ik weet van tevoren nooit wat het precies gaat worden. Ik ga heel intuïtief te werk, werk niet vanuit een concept, al heeft het meestal wel iets te maken met het doek dat ik ervoor heb geschilderd.'' Zijn tafels en koffiekannen hebben allemaal een eigen karakter. Er zijn droevige en vrolijke tafels, tafels met vier en met drie poten, tafels met zware contourlijnen en tafels die lijken op te gaan in de ruimte. Sommige tafels zijn vergroeid met een koffer of een menselijke figuur. De variatie aan koffiekannen is al even groot: er zijn agressieve kannen, verlegen en hondsbrutale. De tuit staat fier overeind of bungelt zielig naar beneden en sommige hebben twee oren.

Af en toe permitteert Gubbels zich een 'aanstellerig' uitstapje en schildert hij bijvoorbeeld een roze naakt. En voor zijn vrouw maakt hij elk jaar een verjaardagsschilderij, waarin ook altijd een tafel of koffiekan opduikt, maar dan wel in combinatie met een roze of rood hart en de tekst 'LIEVE SCHAT'. Behalve schilderijen maakt hij ook houtdrukken en objecten. Gubbels' werk is wel vergeleken met dat van Morandi, die ook kiest voor een simpele vorm en daarop eindeloos voortborduurt. Maar in feite is hij een volstrekte eenling en niet onder te brengen in een kunsthistorische stroming.

De reacties op zijn werk zijn altijd zwart-wit: mensen vinden het helemaal niks, noemen hem zelfs een charlatan, of raken erdoor gefascineerd. Gubbels maakt het niet uit. ,,Ik doe toch altijd wat ik zelf wil.''

Vorig jaar dacht hij even dat hij 'opgedroogd' was. Dat hij in clichés of herhalingen zou vervallen. ,,Inmiddels heb ik toch weer prachtige schilderijen gemaakt. Maar het is wel intensief. Soms ben ik compleet uitgeput, zo intens ben ik ermee bezig. Na een periode met duidelijke contourlijnen mogen die er nu niet meer zo sterk uitkomen. Het zijn nu haast diffuse vormen. En zo komt er telkens weer iets nieuws.''

Zijn lijfspreuk is een citaat van de schrijver/vertaler August Willemsen: ,,Wie niets te zeggen heeft, bedenkt steeds iets anders. Wie iets te zeggen heeft, blijft dat zijn hele leven herhalen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden