Steeds minder aanvragen voor het fonds van de sociale baron

In de Nederlandse verzorgingsstaat lijkt liefdadigheid overbodige folklore. Maar kleine organisaties, die een erfenis of langzaam opgebouwd vermogen beheren, doen langs particuliere weg veel goeds. Deze zomer een serie over fondsen. Aflevering 4: Het Fonds Hulpbetoon aan de arbeidende klasse in de buurtschap Meerten te Lienden.

In 1865 stierf de eigenzinnige Baron van Brakell van den Eng. Met zijn bezit voedde hij een fonds voor de hulpbehoevenden onder de 'arbeidende klasse' in het buurtschap Meerten en hun nakomelingen. Meerten is een klein buurtschap van de gemeente Lienden in de Betuwe. Links van de weg vanaf het gemeentehuis heet het Lienden, rechts heet het Meerten. Daar wonen de mensen die aanspraak kunnen maken op het fonds. Hun overburen kunnen dat niet.

Maar zelfs niet iedere inwoner van Meerten komt in aanmerking voor geld. De baron liet een waslijst met voorschriften achter. Zo moest je behalve hulpbehoevend in loondienst zijn, voor je 25ste de gereformeerde belijdenis hebben gedaan en een hoofdstuk uit de bijbel verstaanbaar kunnen voorlezen. Wie trouwde met iemand van buiten het buurtschap verloor zijn rechten.

Zo streng is het fonds nu niet meer. Wat wel overeind is gebleven, is dat je voorouders tot in de tijd van de baron in Meerten moeten hebben gewoond. Waren er in 1865 533 arbeidende inwoners van Meerten, nu zijn er nog maar 23 rechthebbenden over, vertelt secretaris/penningmeester T. Berends. Vier tot vijf krijgen een uitkering uit het fonds, omdat ze boven de zestig zijn. De rest van het geld gaat naar andere goede doelen.

Baron van Brakell van den Eng was een bijzonder man. Daarover waren zijn tijdgenoten het eens. Een militaire loopbaan lag voor de hand voor een man van zijn stand, maar een 'ongemak aan den voet' weerhield hem daarvan, vertelt een lijvig boek dat bij het honderdjarig bestaan van het fonds werd geschreven.

Van Brakell werd boer, of liever: landbouwpionier. Hij voerde allerlei nieuwe dingen in op zijn bedrijf. Hij was de eerste die graan in rijen ging telen, zodat onkruid gemakkelijker te bestrijden was. Van Brakell verzon een eigen drainagesysteem en vond de eerste kunstmeststrooier en een handploeg uit. Van Brakells handploegje, zoals het officieel heette, was een succes in heel West-Europa. Zijn moderne inzichten en zijn koppigheid veroorzaakten veel onenigheid met tijdgenoten, maar in deze eeuw kijkt Meerten met bewondering terug op deze vooruitstrevende man.

Van Brakell was niet alleen zijn tijd vooruit in het boerenbedrijf, maar ook in sociale aangelegenheden. In zijn latere leven kwam hij daarom terug op zijn uitvindingen, omdat ze werkloosheid op het platteland veroorzaakten. Op zijn eigen land gebruikte hij zijn ploeg niet, maar liet hij de grond door dertig arbeiders omspitten.

De boer-baron en zijn vrouw kregen geen kinderen en in zijn testament liet hij al zijn geld na aan een fonds voor de behoeftigen in Meerten. Het fonds zou starten een jaar na het overlijden van zijn vrouw. Dat duurde nog 28 jaar, maar toen konden mensen boven de zestig een lapje grond krijgen voor het verbouwen van groenten, onder de hervormde weduwen en wezen werd de opbrengst van het elzenhakhout van zijn landgoed verdeeld en gezinnen met meer dan zes kinderen konden ook op een bijdrage rekenen. Bij een geboorte kreeg een gezin zeven gulden kindergeld. Arbeidsongeschikten kregen een gulden per week voor eten, maar dan moesten ze door twee onafhankelijke artsen zijn afgekeurd.

Het toezicht op het fonds was in handen van de Liendense kerkeraad. De hoeveelheid voorschriften zorgde al snel voor onenigheid en leidde zelfs tot enkele rechtszaken. En naarmate de tijd vordert, bleven er steeds minder hulpbehoevenden over wier voorvaderen al in Meerten woonden en die niet buiten Meerten getrouwd zijn. Een ander probleem is het enorme landgoed bij Huize Den Eng, waar de baron heeft gewoond. Dat moet het fonds onderhouden, evenals de idyllisch op een eilandje gelegen graven van de baron en zijn vrouw. Het huis zelf werd platgebombardeerd in de oorlog en later herbouwd op dezelfde plek. De burgemeester woont er nu in, terwijl de scoutingclub de stallen in gebruik heeft genomen. Het Geldersch Landschap beheert nu grote delen van het landgoed en heeft een museumpje gevestigd in één van de andere panden van het landgoed. En het bestuur vergadert er op blauw pluche in een zaal waarvoor een college van burgemeester en wethouders in een middelgrote gemeente zich niet zou hoeven te schamen.

Behalve het onderhoud van het landgoed is het sociale leven van Meerten onderwerp voor het fonds geworden. Individuele rechthebbenden zijn er dan bijna niet meer, de stichting Welzijn Ouderen, de stichting Thuiszorg, de hervormde kerk die zijn fresco's moet restaureren, het museum dat moet uitbreiden, zijn geschikte goede doelen voor het fonds. Volgens secretaris Berends zou het zonde zijn het fonds op te heffen, ook al is de oorspronkelijke doelstelling allang ver-dwenen. Berends: ,,Als je het aan de gemeente of een landelijke instelling overdraagt, zie je er niks meer van terug. Bovendien mag het fonds niet worden opgeheven. Dat staat in de voorschriften.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden