Steeds meer trendy yuppen in de bergen

Op de camping hadden ze het natuurlijk niet willen toegeven, maar geknepen hadden ze 'm wel. Toen ze rond tienen opstapten, had de zon nog geschenen. De Petzeck, 3 500 meter hoog, lag er goed bij, dus waren er niet meer dan een korte broek, een T-shirt, een paar gympen en een flesje water uit de tent gehaald.

DICK RINGLEVER

Maar dat beeld veranderde rap. Op 2 000 meter sloeg plots het weer om. Regen, hagel, wind. Het weerbericht had dat wel voorspeld, maar dat hadden ze niet gehoord. Doodmoe en tot op het bot verkleumd kwamen ze uren later beneden.

“Die pa en twee zoons mochten nog van geluk spreken, het had slechter kunnen aflopen”, zegt Ton van den Hout, voorzitter van de Nederlandse Bergsportvereniging. “De mensen hebben er geen idee van welke risico's ze lopen. Onderkennen niet het gevaar en gaan op alle fronten onvoorbereid de bergen in.”

Bijna honderd doden zijn er deze zomer al in de Alpen geteld. Nog geen record, maar toch. “Het trieste is dat het niet had gehoeven, want de slachtoffers vallen niet zo zeer onder de geroutineerde klimmers, als wel onder wandelaars die, zich van geen gevaar bewust, zonder gids naar hoger gelegen plateaus trekken om in de berghut een kom Nudelsuppe te nuttigen”, weet instructeur Van den Hout uit jarenlange ervaring.

Recent Zwitsers onderzoek bevestigt dat. Van de 1631 vorig jaar geregistreerde ongelukken ging het in 723 gevallen om gewone wandelaars, en 456 keer om alpine trekkers. Slechts in 178 gevallen betrof het echte klimmers.

Gewoon plezierstappers, die zelfs zonder bergschoenen op pad gaan, uitglijden over een steen, nat gras of op een spoortje van maar een paar meter gletscher en dan botten breken. Meestal gebeurt dat buiten de paden, bij het afsnijden van Sbochten in de bergpas. Waaghalzen? Van den Hout: “Zo zien ze zichzelf niet. Ze weten best dat er ongelukken gebeuren, maar gaan ervan uit dat dat alleen de echte klimmers overkomt.

Het tegendeel is waar.

Behalve dat men geen weet heeft van de fysieke gevaren, kent men ook de financiele risico's niet. Een misstap kan snel in de papieren lopen. Ook voor wie gevaarlijke sporten heeft meeverzekerd. In de kleine lettertjes staat het er wel: 'mits men op voor iedereen toegankelijke paden blijft'. Maar dat wordt gemakkelijk over het hoofd gezien. In de meeste gevallen moet de bergreddingsdienst een heli inzetten. Dat kost 400 tot 450 gulden per minuut. En dat is dan, als het ongeluk buiten de paden gebeurde, niet door de gewone reisverzekering gedekt.''

Van den Hout heeft nog een waarschuwing aan het adres van mensen die er zonder gids op uit gaan. “In Oostenrijk is het regel dat in dat geval de meest ervarene van de groep aansprakelijk wordt gesteld als er een ongeluk gebeurt. Strafrechtelijk maar ook civiel. Daar zijn ze erg streng in.”

Ondanks de regelmaat waarmee ongelukken de krant halen, blijkt de belangstelling voor de bergsport snel te groeien. De twee verenigingen - de Nederlandse Bergsportvereniging (27 000 leden) en de Koninklijke Nederlandse Alpenvereniging (18 000) - merken dat. “Het is nog nooit gebeurd dat we er in een jaar 4 000 nieuwe leden bij kregen. Dat zegt toch wel iets over de mode”, aldus Henk Verhaar, directeur van de vereniging. “Je ziet steeds meer trendy yuppen in de bergen. Survival courses zijn in. Maar als je al een paar vakanties in de Ardennen hebt gekletterd, staat het voor de verandering aan te kondigen dit jaar naar de Mont Blanc te gaan. Het is bijna gemeengoed geworden. Dagelijks beginnen 200 a 300 mensen de klim.”

Cursussen

Van de twee verenigingen is de eerste de meest algemene: maar twintig procent van de leden klimt echt, de rest bestaat uit wandelaars. Bij de Alpenvereniging ligt die verhouding bijna andersom: die richt zich vooral op het expeditiewerk. De Bergsportvereniging heeft dit jaar zo'n 600 leden op zomerkamp in Oostenrijk gehad en zo'n duizend volgden een klimcurus. Ook dat is een record.

Van den Hout: “Daar leren ze de regels van de sport. Eerst op een beginnerscursus van een week, dan cursussen voor gevorderden. We leiden ze zo op dat ze na drie jaar zelfstandig een huttentocht kunnen maken.”

Met een rugzak vol kennis rijker, hopen de instructeurs. Van den Hout: “Van belang is vooral dat zij hun eigen fysieke grenzen kennen, bij onderkoeling, verbranding. Uit ervaring weten dat je je krachten nooit bij de start mag inschatten, maar dat pas na tien uur zware arbeid kunt doen, als je totaal kapot beneden komt. En dan natuurlijk de grenzen kennen die de berg zelf stelt. De gevaren van de gletscher. Vergeet ook het weer niet. Nergens kan dat zo wisselvallig zijn als in de bergen.

Wat doe je als je overhaast door regen terug moet, en hoe ben je daarvoor uitgerust?''

Gebrek aan dat laatste werd nog onlangs twee Tsjechische bergsporters fataal. Zij stierven van uitputting tijdens een huttentocht in Karinthie, nadat ze met een groep van dertig mensen in de leeftijd van 40 tot 60 jaar op 3 000 meter hoogte verrast werden door een sneeuwstorm. Volgens de leider van de reddingsoperaties had de groep beslist onvoldoende uitrusting bij zich. Ook hij constateerde: veel bergbeklimmers overschatten hun fysieke vermogen en stellen zich onvoldoende op de hoogte van het weer.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden