Steeds meer sporters, steeds minder sportclubs

De Nederlandse sportdeelname stijgt al jaren, en daarmee de ledenaantallen van sportbonden. Maar door toenemende individualisering en consumentengedrag profiteren verenigingen steeds minder van die groei. Hun maatschappelijke positie komt daarmee onder druk te staan.

Bonden bieden in toenemende mate individuele lidmaatschappen aan zonder tussenkomst van de sportvereniging. Mensen die bijvoorbeeld hardlopen, fietsen, skiën of golfen kunnen daarmee voor een relatief laag bedrag deelnemen aan evenementen en krijgen verzekeringen en informatie. Ze zijn bovendien gevrijwaard van clubverplichtingen.

Met stagnerende of zelfs dalende ledenaantallen, in combinatie met toenemende gemeentelijke bezuinigingen, dreigen clubs hun functies als ruggegraat van de sport en sociaal bindmiddel te verliezen. Dat vrezen hoogleraar sportontwikkeling Maarten van Bottenburg en Jan-Willem van der Roest, promovendus aan de Universiteit Utrecht, naar aanleiding van een promotieonderzoek.

Van 1996 tot eind 2012 groeide het ledenaantal van NOC-NSF van 4,47 naar 5,22 miljoen. In diezelfde periode daalde het aantal verenigingen met 5000 naar 25.084. De onderzoekers: "Het aantal mensen dat sport beoefent als lid van een sportorganisatie is dus flink gestegen, maar maatschappelijk gezien krijgt dat lidmaatschap minder betekenis."

Zij stellen dat bij sportclubs de meeste uren vrijwilligerswerk worden gemaakt. De verenigingen drijven erop en zijn daarmee een belangrijke leerschool voor de participatiesamenleving. De vraag is of de sportvereniging deze positie kan vasthouden. Mede gelet op gemeentelijke bezuinigingen.

Van der Roest kijkt in zijn promotieonderzoek 'Consumentisme in de sport(vereniging)' naar de organisatorische gevolgen van voor de clubs. Op het eerste gezicht lijkt sprake van een tegenstelling: waar de organisatie van verenigingen is gestoeld op sociale relaties en gezamenlijk gedragen verantwoordelijkheid, daar gaat consumentenlogica uit van een klant die een dienst afneemt.

Van der Roest stelt dat "de angst voor consumptiegedrag onder sporters niet onterecht is, aangezien sommige sporten zeker last hebben van een afbrokkelend verenigingsleven". Toch denkt hij dat veel bonden het gevaar overschatten. Clubs zijn 'behoorlijk weerbare organisaties' en bonden moeten hun achterban beter leren kennen voordat zij beleidsacties ondernemen om verenigingen te moderniseren.

Hij signaleert bovendien contouren van een tegenbeweging. "Zowel buiten als binnen de sport zijn organisaties (KNVB, ANWB) initiatieven gestart waarin de waarde van het lidmaatschap juist wordt benadrukt en de meerwaarde van verbinding met de organisatie (en aangesloten verenigingen) wordt gezocht." Die trend is ook zichtbaar bij bedrijven die van hun consumenten juist lid proberen te maken.

Tussen 2007 en 2012 werden 337 clubs gevraagd naar moderniseringen die ze hebben doorgevoerd: flexibel lidmaatschap, activiteiten voor niet-leden, aanbieden van aanvullende diensten als kinderopvang, fitness en vergaderruimtes. Verenigingen die hiermee bezig zijn rapporteren een hoger aantal actieve vrijwilligers dan verenigingen dit niet doen.

Ook blijkt dat mensen met een hoger inkomen graag meer contributie betalen als zij daarmee minder vrijwilligerswerk hoeven doen. Voor mensen met een lager inkomen geldt het omgekeerde. "Hier geldt wel dat in de internationale literatuur zorgen worden uitgesproken over de onderlinge solidariteit in de vereniging."

Alleen Scandinaviërs sporten meer dan wij
De sport- en beweegdeelname in Nederland ligt hoger dan het gemiddelde in Europa. Alleen Zweden, Denemarken en Finland blijven Nederland voor op het gebied van sportdeelname. Nederland neemt wel de eerste plaats in op de ranglijst voor maandelijks (89%), wekelijks (83%) en tenminste 5 keer per week (43%) recreatief en niet sportgerelateerd bewegen.

Dat blijkt uit de Eurobarometer 2013, een vergelijkend onderzoek van sport- en beweegdeelname in de 28 lidstaten van de Europese Unie. Wat betreft sportdeelname van tenminste vijf keer per week is Nederland gestegen van de 22ste naar de 14de plaats. Acht procent van de Nederlanders gaat tenminste vijf keer in de week sporten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden