Steeds meer scholieren op het Binnenhof

huis van de democratie | Kars Veling verlaat na vijf jaar ProDemos, het Haagse instituut dat scholieren, met succes, aan de politiek laat snuiven. 'Als ik die jongeren bezig zie, denk ik wel eens: laten volwassen politici hier eens van leren.'

Er is er altijd één scholier die om zich heen blijft kijken. Eén die dan de eerste is die hem spot, die klasgenoten aanstoot. Daarna duurt het niet lang of de hele klas fluistert, bijna hardop: 'Kijk daar! Wilders!' Het is voor de reguliere Binnenhofbezoeker inmiddels een bijna dagelijks tafereel: de hele dag door treffen ze groepen scholieren, luisterend naar een rondleider. De meeste politici lopen onherkend voorbij. Behalve Geert Wilders. "Of Mark Rutte, dat is ook goed", zegt Kars Veling.

ProDemos

Veling is de directeur van ProDemos, een instituut waarvan niemand op of rond het Binnenhof zich nog kan voorstellen dat het vijf jaar geleden nog niet in bedrijf was.

Het instituut, voluit 'Huis voor democratie en rechtsstaat', brengt een steeds maar groeiende groep scholieren in contact met politiek en overheid. Ze krijgen er les in debatteren, kijken rond in de Tweede Kamer, leren nadenken over omgaan met verschillende standpunten.

Op de publieke tribune in de plenaire zaal is het inmiddels dag in, dag uit een komen en gaan van groepen scholieren. Rond de Ridderzaal staan altijd groepjes met een tablet en regelmatige bezoekers van het Plein zijn voorbereid op allerhande vragen.

Vorig jaar kwamen er 84.000, doel is om ooit alle Nederlandse scholieren een dag naar Den Haag te laten komen. Het is zo'n vast onderdeel van het politieke bedrijf geworden, dat de plannen voor de aankomende renovatie van het Binnenhof voorzien in extra ingangen voor scholieren.

Zeg tegen Kars Veling dat je niet meer weet hoe het was zónder scholieren, en hij begint te glimmen. De vijf jaren waarin hij het instituut runde waren niet altijd makkelijk, maar het is toch aardig gelukt. Als hij op 1 juli aanstaande met pensioen gaat, laat hij zijn opvolger een flink instituut na, volgend schooljaar alweer 30 procent groter dan dit.

Hij leidt er graag rondt. Veling is een onderwijsman - vóór hij ProDemos leidde, was hij rector op het Haagse Johan de Witt College. Hij weet hoe lastig het is om ze te boeien. Dus trekken ze alles uit de kast; state-of-the art-tablets, gekleurde mobieltjes, touchscreens om de boodschap over te brengen. Met enig succes.

"Mevrouw de voorzitter", zegt een scholier net, als Veling de deur van de debatzaal opent, 'Als er dan tóch vuurwerk moet worden afgestoken, kan dat dan op zijn minst niet milieuvriendelijk vuurwerk zijn?' Klasgenoten lachen, Veling glimt van trots. Dat scholieren, om half vijf 's middags nota bene, geconcentreerd debatteren over het wel of niet verbieden van vuurwerk - het is toch een klein wonder?

"Ze steken er echt iets van op", zegt Veling. "Hun politieke zelfvertrouwen is na een bezoek hier gegroeid. Helaas moet ik zeggen: meisjes meer dan jongens. We weten nog niet waarom, het is een merkwaardig fenomeen. Ik vermoed dat jongens denken dat ze het al wel weten, en dan minder goed opletten, terwijl meisjes daar niet zo zeker van zijn. "

Sprekend over sekseverschillen: er is nóg iets geks, vertelt Veling. "Vraag je kinderen als ze twaalf zijn of ze minister-president willen worden, dan zeggen evenveel jongens als meisjes 'ja'. Vraag je het vier jaar later nóg eens, dan zijn de jongens in de meerderheid. Terwijl ze er dus minder van opsteken dan die meisjes."

Hoe dat kan, is een van de onderzoeksvragen waar na de zomer een promovendus zich over zal buigen bij de Universiteit van Amsterdam. Algemeen is diens vraagstuk hoe politieke socialisatie werkt, waarbij een groep mensen langdurig zal worden gevolgd in de ontwikkeling van hun opvattingen. Want iets heel hips bedenken is één ding, maar het zou heel mooi zijn als je zeker wist dat het werkt. Ook dat kwam uit de koker van ProDemos.

Voor Veling zelf is deze laatste functie alsof al zijn vorige functies samenkomen. (zie kader) "Ik ben op mijn plaats waar ik maatschappelijk relevant ben", zegt hij.

Wiskunde en filosofie

Dat ontdekte hij overigens pas na zijn studiekeuze voor wiskunde. Het was eind jaren zestig. En de grote studentenrevoltes van destijds gingen ook aan een gereformeerd vrijgemaakte jongen als hij niet ongemerkt voorbij. "Ik besloot ook filosofie te gaan doen, maar moest wiskunde afmaken van mijn vader. Die geloofde niet dat ik met filosofie mijn brood zou kunnen verdienen."

Die filosofie gaf hem een parapluvisie. Hij denkt in concepten. "Als de maatschappij een cirkel is, en de overheid daarbinnen een kleinere cirkel, dan is de politiek er om die twee bij elkaar te brengen", zegt hij bijvoorbeeld, waar een ander zou hebben volstaan met zinnen over ontmoeting, of desnoods verbinding.

In ieder geval: het idee is duidelijk. Niet langer moet kennis van politiek, democratie en rechtsstaat de jeugd vanzelf maar aanwaaien, het wordt ze bijgebracht.

Het begon met een plan voor een huis voor de democratie, waar ook een nationaal museum bij moest komen, ongeveer een decennium geleden. Met dat plan gebeurde van alles: eindeloos werd er gesteggeld over het nationaal museum, dat er uiteindelijk niet kwam. Ook het plan voor een democratie-instituut kende strubbelingen. Tot er zes jaar geleden gekozen werd voor tijdelijke huisvesting tegenover het Binnenhof, bovenin een bedrijfsverzamelgebouw.

Ze zitten er nog - van tijdelijk is geen sprake meer. ProDemos had het grote geluk dat de ene na de andere medehuurder het pand verliet. Aankomende september opent op een nieuw vrijgekomen verdieping een compleet nieuw deel, ook toegankelijk voor toevallige passanten. Daar ervaart de bezoeker in één klap, met touchscreens en rollenspelen, wat een ingewikkelde kluwen het geheel van overtuigingen, keuzes en belangen voor een politicus moet zijn: hij moet ze zelf maken, aan de hand van een plots opgestoken virusuitbraak.

Eenvoudig was het niet, want democratie is niet alleen het Binnenhof. Het is lokaal, het is provinciaal, landelijk, Europees. Dus met een installatie op en rond het Binnenhof ben je er niet; ook in het land is werk te doen. Maar ook dat komt langzaamaan van de grond. "We geven gastlessen, plannen rechtbankbezoeken. We proberen steeds meer binnen te komen waar je mensen vindt voor wie politiek helemaal niks is."

Veel gedoe

Er was, twee jaar geleden nog, een dreigende subsidiekorting, maar die werd het hoofd geboden. Er was gedoe over de plek waar het centrum zich moest vestigen. Er was een rapport van een visitatiecommissie vol lof, maar ook met de kanttekening dat scholieren van het vmbo - toch de helft van de Nederlandse scholieren - relatief weinig bediend werden.

Allemaal het hoofd geboden, zegt Veling bij zijn afscheid. "Ik steek mijn hand ervoor in het vuur dat we programma's hebben waarbij ook bij vmbo-leerlingen iets gebeurt. Dat ze nog weinig komen, is ook onwennigheid van de scholen. Die denken: is dat niet te theoretisch, moet dat wel? Daar is nog wel wat te winnen. Net als bij scholen op grote afstand. Groningen en Limburg blijven nog wat achter."

Positief gevoel

Veling, als gematigde ChristenUnie-man, vindt het helemaal niet erg dat de meeste scholieren hopen op een glimp van Wilders. Of Rutte dus. De extremen zoeken is nu eenmaal in de adolescent geprogrammeerd. Bij de scholierenverkiezingen is de PVV ook steevast de grootste partij.

"Ik ben daar niet helemaal onbevangen over, maar als ik met die scholieren contact heb dan geeft het me eerder een positief gevoel dan dat ik denk : waar moet het met de jeugd naartoe", zegt hij. "Als ze zelf keuzes moeten maken, in de rollenspelen die we hier doen, dan houden ze rekening met elkaar en met minderheden. Dan hangen ze helemaal niet allemaal de Wilders' uit, absoluut niet."

"Het is eerder andersom. Van mij mogen ze vinden wat ze willen, dat is democratie. Als ik die jongeren bezig zie, dan denk ik wel eens: laten die volwassen politici hier eens van leren. Daar spelen zoveel andere dingen; grote ego's, of dat politici toch te veel doen wat de mensen van ze willen. Daar hebben die jongeren minder last van."

kars veling

Kars Veling (1948) is vooral bekend als voormalig Tweede Kamerlid en ex-fractievoorzitter van de ChristenUnie. Dat was hij in 2002, het eerste jaar dat de partij onder die naam meedeed aan de verkiezingen. Bij deze verkiezingen verloor de partij een van de vijf zetels die de voorgangers RPF en GPV voor de verkiezingen samen hadden gehad. Kort daarop vertrok hij uit de Kamer. Zijn plaats als fractievoorzitter werd ingenomen door André Rouvoet. Veling werd rector van het Johan de Witt College in Den Haag, de school waar Mark Rutte regelmatig gastlessen geeft.

Voor hij lijsttrekker werd was Kars Veling bijna tien jaar senator voor het GPV. Hij studeerde wiskunde en filosofie in Groningen en werkte een groot deel van zijn carrière bij de gereformeerde sociale academie in Zwolle. Eerst was hij daar docent filosofie, later adjunct-directeur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden