Steeds jonger, steeds gewelddadiger?

Het Haagse Terra College, 15 januari 2004, een dag na de moord op conrector Hans van Wieren door een 17-jarige leerling. (FOTO JOÿL VAN HOUDT) Beeld Houdt, Joël van
Het Haagse Terra College, 15 januari 2004, een dag na de moord op conrector Hans van Wieren door een 17-jarige leerling. (FOTO JOÿL VAN HOUDT)Beeld Houdt, Joël van

Zware misdrijven met zeer jonge verdachten doen de discussie oplaaien: moet het jeugdstrafrecht strenger worden?

Ivo Barends en Sofie Cerutti

Een aantal zware misdrijven met zeer jonge verdachten zorgde vorige week voor commotie. Kloppartijen in Musselkanaal waarbij jongeren tussen 15 en 23 jaar leeftijdgenoten met honkbalknuppels in elkaar sloegen. De dood van Dirk Post in Urk, met een vijftienjarige verdachte. En een dertienjarige jongen die een bejaarde vrouw aanrandde in Amsterdam.

De zaken doen de discussie over het jeugdstrafrecht onmiddellijk weer oplaaien. Dat zou, met zijn maximale straf van twee jaar cel, niet toereikend zijn. ’Bespottelijk’ zelfs, vindt oud-LPF Kamerlid Joost Eerdmans van het het Burgercomité tegen onrecht. „We zien tegenwoordig kinderen van dertien, veertien jaar die vreselijke misdrijven plegen: ontucht, roofovervallen, kinderen die tegels van viaducten gooien. Een of twee jaar cel doet dan geen recht aan de slachtoffers.”

Eerdmans wil daarom dat de leeftijdsgrens voor volwassenenrecht wordt verlaagd van zestien naar veertien jaar en dat bij heel ernstige misdaden als moord en doodslag, de rechter altijd het volwassenenrecht moet toepassen. Want: „Wie een volwassen daad pleegt, moet als volwassene berecht worden”, redeneert Eerdmans. „Het huidige jeugdrecht is bedacht vanuit het idee ’geef het kind een kans’. Da’s een mooi ideaal, maar dit zijn geen normale kinderen.”

Ook VVD-Kamerlid Fred Teeven wil dat de leeftijdsgrens voor het volwassenenstrafrecht omlaag gaat. Hij werkt aan een wetsvoorstel dat rechters de mogelijkheid biedt verdachten al vanaf 14 of 15 jaar als volwassene te berechten. De exacte leeftijd, daar is hij nog niet over uit.

„Mijn wetsvoorstel lost meteen een lastig probleem op, dat ik steeds vaker zie”, zegt Teeven. „Als een clubje jongeren gepakt wordt voor een misdrijf, schuiven ze alle schuld op de minderjarigen binnen de groep, omdat die toch niet zwaar gestraft kunnen worden.” Teeven maakte dat zelf mee toen hij nog officier van justitie was. „Een oud vrouwtje in Amsterdam Zuid-Oost werd beroofd door drie jongens. Eén was minderjarig en die kreeg alle schuld op zich geschoven, omdat ze wisten dat hij geen lange celstraf kon pakken.” Teeven wil de leeftijdsgrens alleen verlagen voor ernstige misdrijven.

Bij zestien- of zeventienjarige verdachten kunnen rechters ervoor kiezen om het volwassenenstrafrecht toe te passen (zie kader). Dat gebeurt niet vaak. Maar bijvoorbeeld wel bij Murat D., de zestienjarige scholier die in 2004 zijn conrector doodschoot. In Murats rechtszaak besloten de rechters dat hij als volwassene berecht moest worden, gezien de ernst van het delict. Hij kreeg vijf jaar cel en tbs.

„Het is al lang mogelijk om jongeren via het volwassenenstrafrecht te berechten”, zegt Theo Doreleijers, hoogleraar jeugdpsychiatrie verbonden aan VUMC de Bascule. „Daar hoef je de wet niet voor te veranderen. Het gebeurt alleen opvallend weinig. Opmerkelijk is ook, dat jongeren die via het volwassenenstrafrecht berecht worden, vaak helemaal geen zwaardere straf krijgen. Eerder een lichtere.”

Meestal kiezen rechters bij minderjarigen voor het jeugdrecht. Bij de zestienjarige jongen die in de koninginnenacht van 2008 in het Zeeuwse Zaamslag de plaatselijke postbode met een klauwhamer doodsloeg bijvoorbeeld. Hij werd niet als volwassene berecht. Het was geen moord, oordeelden zijn rechters, maar doodslag. Doordat hij volgens het jeugdrecht werd berecht, kon hij niet meer dan twee jaar jeugddetentie krijgen. Een vonnis dat op veel onbegrip in samenleving stuitte.

„Twee jaar lijkt inderdaad weinig”, zegt Doreleijers. „Iemand onder de zestien jaar kan maximaal zelfs maar één jaar gevangenisstraf krijgen. Maar de rechter kan zo iemand daarnaast wél zes jaar jeugd-tbs opleggen. Dat betekent dat je hem zeven jaar kunt opsluiten: een niet geringe strafmaat. En het betekent ook dat je iemand kunt behandelen.”

Plegen jongeren op jongere leeftijd steeds zwaardere delicten? „Nee”, zegt bijzonder hoogleraar jeugdcriminaliteit aan de Universiteit Utrecht Ido Weijers met nadruk. „Moord of doodslag door minderjarigen komt in Nederland heel weinig voor. Het cijfer ligt in Nederland al jaren rond de tien per jaar. Dat stijgt of daalt nauwelijks.”

En dan gaat het bijna altijd om zeventienjarigen. Ernstig genoeg, natuurlijk, maar het idee dat er een snelle toename is van het aantal minderjarige moordenaars, zoals Fred Teeven nu suggereert, klopt volgens de wetenschapper niet. üls de vijftienjarige verdachte in de zaak rond Dirk Post het inderdaad gedaan heeft, zou dat een zeer uitzonderlijk geval zijn.

Afgezien van moorden lijkt de leeftijd waarop jongeren bijvoorbeeld overvallen plegen met zwaar geweld, wel lager geworden. „Dat is inderdaad een ontwikkeling die we waarnemen: een heel langzame trend in de laatste dertig jaar naar jongere daders, van zwaardere delicten”, zegt Doreleijers. De vakgroep van de jeugdpsychiater doet onder meer onderzoek naar kinderen onder de twaalf jaar die in aanraking zijn geweest met de politie. Die worden gevolgd en elk jaar opnieuw geïnterviewd. „Daar zitten heel serieuze klanten tussen. Het is dus zaak jonge kinderen die al politiecontact hebben goed te screenen op stoornissen.”

Hoe die trend te verklaren, dat is nog niet zo eenvoudig. „De maatschappij is gecompliceerder geworden, er zijn meer prikkels dan vroeger, kinderen groeien veel minder beschermd op. Kwetsbare kinderen met bijvoorbeeld ADHD zijn er niet meer dan vroeger, maar kinderen komen er nu wel veel vaker mee in de problemen. Inderdaad, door al die clichématige oorzaken: te veel prikkels, te weinig rust, alcohol en drugs onder handbereik, te weinig toezicht van ouders.”

Behalve de strafmaat staat ook de openbaarheid van jeugdrechtszaken ter discussie. Zittingen met minderjarige verdachten vinden standaard achter gesloten deuren plaats, om de privacy van het kind te beschermen.

Bij zware delicten zou dat moeten veranderen, vindt Fred Teeven. Dat wil hij ook in zijn wetsvoorstel verwerken. Teeven: „Het gaat me er niet om meer leed toe te brengen aan de dader. De vraag is: aan wiens belang hecht je meer waarde? Aan dat van de verdachte of aan het belang van het slachtoffer? Neem bijvoorbeeld Urk: die vijftienjarige verdachte heeft er belang bij dat de zaak achter gesloten deuren is. Maar de ouders van Dirk, het slachtoffer, hebben er misschien belang bij dat de zaak openbaar is.” Daarom vindt het Kamerlid dat de slachtoffers moeten kunnen bepalen of de rechtszaak openbaar is of niet.

„Openbaarheid is ook belangrijk omdat dan beter inzichtelijk wordt waarom een rechter voor het jeugdrecht of het volwassenenrecht kiest. Nu moeten we daar vaak maar een beetje naar raden als de zitting besloten is”, zegt Teeven. Weijers wijst dat argument van de hand: „Een beslissing van de rechter is altijd openbaar, al kan de verantwoording inderdaad vaak beter.” Elk kind heeft recht op behandeling en op een tweede kans, vindt Doreleijers. „Dat kan niet meer als kinderen in het openbaar worden berecht.”

„Bovendien kán het helemaal niet”, zegt Weijers. „Je spiegelt het publiek op die manier mogelijkheden voor die helemaal niet kunnen. Nederland heeft het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind ondertekend, net als bijna alle landen ter wereld. Als wij ineens kinderen in het openbaar gaan berechten, wordt zoiets onmiddellijk voor het Europese hof gebracht. En daar zal ons land voor zo’n praktijk op de vingers worden getikt, met alle gezichtsverlies van dien. Zo’n roep om openbaarheid, dat is echt appelleren aan primitieve wraakgevoelens”

„Het is waar dat de VN hier kritisch over zijn”, erkent Teeven. „Maar juridisch is mijn wetsvoorstel niet onmogelijk. Het is wel scherp aan de wind zeilen.”

„Op dat argument van internationale verdragen staat ons hele land stil”, vindt Eerdmans. Dat is bedacht door mensen die alles bij het oude willen laten. Bovendien: verdragen kunnen ook veranderd worden.”

In de ogen van Weijers wordt ten onrechte vaak aangenomen dat ’het publiek’ de strafmaat te laag vindt. „Dat is helemaal niet bewezen, integendeel. Onderzoek wijst steeds opnieuw uit dat het publiek bij pubers rekening houdt met het feit dat ze nog niet volwassen zijn.” Uit onderzoek blijkt ook dat het publiek vaak eerder milder dan zwaarder zou straffen dan de rechters.

Weijers vindt dat Nederland kinderen juist al erg jong volgens het strafrecht berecht. „Wij brengen kinderen vanaf twaalf jaar voor de rechter. Dat is erg jong. In Europa is veertien jaar het gemiddelde.”

Theo Doreleijers wil juist het tegenovergestelde van wat Teeven wil: hij pleit voor het straffen van volwassenen, van achttien tot twintig jaar, volgens het jeugdrecht. „Niet omdat je dan lichtere straffen kunt opleggen, maar omdat je dan veel beter kunt behandelen. Een jongen van negentien met een autistische stoornis die een zedendelict pleegt en die in een reguliere gevangenis terechtkomt, die wordt daar helemaal doodgepest. Die komt daar alleen maar slechter uit. Zo iemand moet behandeld worden, door een psychiater die verstand heeft van jongeren, van adolescenten. Dan is de kans op recidive veel kleiner.”

„Ik ben zeker niet tegen straffen”, zegt Doreleijers. „Dat is soms nodig, al helpt het nooit om recidive te voorkomen. Er zijn mensen die ongevoelig zijn voor straf. Dat is biologisch bepaald. Daar heeft straffen dus geen nut in de zin dat hun gedrag verbetert. Maar straffen geeft ook een belangrijk signaal af naar de maatschappij: deze daad tolereren wij niet. Daar zijn echter effectievere methoden voor dan opsluiten tussen andere criminelen van wie ze heel veel slechte dingen leren.”

Aan de andere kant: behandelen helpt ook niet altijd. „Zeker niet. Er zijn mensen, en dus ook jongeren, met psychopathische trekjes, die niet of nauwelijks reageren op behandeling. Maar bijvoorbeeld ADHD is heel goed te behandelen. Of autisme. Of verslavingen. We hebben onderzoek gedaan naar jongvolwassenen in strafinrichtingen. Daarvan heeft 30 procent ADHD. Van de kinderen of jongeren die bijvoorbeeld brand stichten of zedenmisdrijven plegen heeft een deel een autistische afwijking. Dat zijn aandoeningen waar we veel aan kunnen doen.”

„Het onderzoek op dit gebied is veel geavanceerder geworden. We weten veel meer van de hersenen, we kunnen veel meer aandoeningen veel beter behandelen. Daarom denk ik dat we met al die nieuwe kennis het strafrecht opnieuw onder de loep zouden moeten nemen. Elk kind heeft recht op een goede diagnostiek en een goede behandeling. En voor de maatschappij is dat uiteindelijk veel beter.”

Het Haagse Terra College, 15 januari 2004, een dag na de moord op conrector Hans van Wieren door een 17-jarige leerling. (JOÿL VAN HOUDT) Beeld Houdt, Joël van
Het Haagse Terra College, 15 januari 2004, een dag na de moord op conrector Hans van Wieren door een 17-jarige leerling. (JOÿL VAN HOUDT)Beeld Houdt, Joël van
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden