Stedje van lol en plezeer

Vorige week donderdag, twee dagen na de dodelijke vechtpartij, kopte het Dagblad De Limburger: 'Heeft Venlo een Marokkanen-probleem?' De Venlose autoriteiten antwoorden: nee. De antropoloog Hans Werdmölder antwoordt: ja.

'Heb een beetje respect voor oudere mensen.' Deze opmerking tegen een voorbijstuivende scooterrijder werd de 22-jarige Venlonaar René Steegmans noodlottig. Met bruut geweld werd hij in elkaar geslagen. Tientallen omstanders keken verbijsterd toe. Ze waren te onthutst om iets te doen, laat staan de dader een rotschop te geven. De hoofdverdachte, de 18-jarige Khalid L., is van Marokkaanse afkomst. N' de aframmeling liep Khalid met zijn vriend Silvio de supermarkt binnen om nog wat boodschappen te doen. Steegmans werd met een traumaheli weggevoerd en overleed een dag later.

Op donderdag, twee dagen na de dodelijke aanslag, kopt het Dagblad De Limburger: 'Heeft Venlo een Marokkanen-probleem?' In het artikel wordt verwezen naar jongeren die rondhangen bij McDonald's, meestal Marokkaanse drugsrunners op scootertjes, die Duitse klanten en leveranciers van drugs met elkaar in contact brengen. Opmerkingen over hun irritant gedrag leiden nogal eens tot een vechtpartij. Bij hoog en bij laag ontkennen de Venlose autoriteiten dat er een specifiek probleem is met Marokkaanse jongeren. ,,Er is wel overlast van zogenoemde hangjongeren, maar dat zijn zeker niet alleen Marokkanen'', meldt wethouder Janssen van welzijn.

Mohammed El Gachi van de Venlose welzijnsstichting Wel.kom vreest voor stigmatisering van de hele Marokkaanse gemeenschap. Ook hij ontkent een specifiek Marokkanen-probleem. De woordvoerster van de politie Limburg-Noord meldt dat het incident op zichzelf staat en niets te maken heeft met een Marokkanen-probleem. In een reactie schrijft een inwoner van Maastricht dat hij zich danig heeft gestoord aan de tendentieuze berichtgeving. Immers, zowel de verdachte als het slachtoffer is een Venlonaar. 'Individuen valt iets te verwijten, niet hun landgenoten of medeburgers.' In een opiniestuk menen twee VVD-politici van Limburgse huize dat het incident echter niet los kan worden gezien van de problematiek rondom Marokkaanse jongens. Zij pleiten voor een keiharde aanpak. 'Gemakzuchtige verkooppraatjes van politici,' meent rechtspsycholoog Crombag.

Ondertussen vraagt de Venlose gemeenschap zich wanhopig af hoe het mogelijk is dat iemand die opkomt voor anderen op een dusdanige manier wordt afgestraft. Het Dagblad De Limburger wordt overstroomd met ingezonden brieven. De gemeente Venlo opent op de eigen website een gastenboek, waarin burgers hun gevoelens kunnen uiten. De site loopt vol met racistische teksten, van alle kanten wordt aangedrongen op screening. In zes dagen leverde de site 6977 hits op. Een van de reacties is van Boom (een pseudoniem), die samen met Khalid is opgegroeid in het 'straatje'. Hij wil de daad niet goedpraten, maar neemt het op voor zijn vriend, die nu door de media wordt afgeschilderd als een moordenaar,

een crimineel. Er volgt ook een stille tocht. Niet minder dan 12.000 (De Limburger), 15.000 (NRC Handelsblad), 17.000 mensen (de Volkskrant), enkele tienduizenden (Trouw) nemen deel aan deze stille tocht. Omgeven door een zee van bloemen staat op een spandoek te lezen 'The Ultimate Warrior'.

Op de avond van de stille tocht zendt het tv-programma Netwerk een interview uit met de ouders van de Marokkaanse verdachte. We krijgen een authentiek beeld te zien van een traditioneel Marokkaans-Berbers gezin. Vader heeft zich in een donkerblauw kostuum gestoken, de moeder is een bedrijvige gastvrouw. Op zijn Marokkaans schenkt ze thee in voor de gasten. Waar schaamte, spijt en excuses worden verwacht, neemt vader het op voor zijn zoon. Khalid is een rustige jongen die niemand lastig valt. Maar wie aan hem komt, zal het gauw merken. Hij kan wel twee man aan. 'Mag hij dan niet vechten, wanneer hij wordt beledigd?' vraagt de vader zich af. De moeder meent dat haar zoon het instrument was van God. Het is het lot dat haar zoon tot zijn daad heeft gebracht. Daar kunnen we niets aan doen. Met geen woord zegt de familie zich te schamen voor de daad van hun zoon. In Venlo ontstaat grote beroering over de uitzending en de Marokkaanse gemeenschap ziet ook in dat meteen actie moet worden ondernomen. Er vindt een gesprek plaats met de familie en er wordt een brief opgesteld waarin de ouders spijt betuigen.

De uitzending biedt ongewild en onbedoeld een inkijkje in het traditionele gedachtegoed van de ouders. Ze wonen al 36 jaar in Nederland, maar spreken geen Nederlands. Vader zit al 25 jaar in de WAO. Het zijn Berbers afkomstig uit de buurt van El Hoceima, het hartje van de Rif. Hun hele gedachtegoed is opgebouwd uit typisch Marokkaans-Berberse elementen, waarbij ook veel aandacht is voor de vorm van de communicatie. De vader legt met zoveel woorden uit dat een man zijn eer moet verdedigen. Een dergelijke houding past in de Riffijnse machocultuur, waarbij een echte man nooit een stap terug zal zetten. Het feit dat een voor hem onbekende, jonge Nederlander een Marokkaan in het openbaar op zijn nummer zet, wordt niet gepikt. Veel Nederlanders hebben zich gestoord aan de opmerking van de moeder dat haar zoon 'het instrument van Allah' was geweest. Allah wikt en beschikt over het leven en het lot van mensen. In het Marokkaans wordt dit tot uitdrukking gebracht door de verwijzing naar het woordje 'ar. Vaak wordt aan 'ar gerefereerd om uit te drukken dat men is overgeleverd aan de wil en de macht van God. Het heeft ook iets weg van een goddelijke vloek. Tegelijkertijd, en dat is typisch Marokkaans, wordt de schuld voor het onaangename feit elders gelegd. Bij hoger opgeleide en stedelijk georiënteerde Marokkanen is dit gebruik veel minder in zwang. Toch gelooft men wel in het (nood)lot, waarvoor Marokkanen in het dagelijks leven de term Mektoub gebruiken. Toen ik in Marokko naast mijn Marokkaanse vriend in zijn Mercedes zat en een opmerking maakte over zijn gevaarlijke rijstijl, vertelde hij me dat het lot (Mektoub) over ons zal beslissen.

Indirect toont de uitzending aan wat de prijs is van het gepropageerde Nederlandse minderhedenbeleid, dat jarenlang in het teken stond van 'integratie met behoud van eigen taal en cultuur'. Ondanks het feit dat de ouders al zo lang in Nederland verblijven, spreken ze niet de taal en zijn ze onvoldoende ingewijd in de Nederlandse gedragscodes. Eerdere ontsporingen van hun zoon zullen vast en zeker hebben geleid tot hulpverleningscontacten, maar dat heeft het isolement niet doorbroken. De vraag luidt dan ook hoe deze ouders, waarschijnlijk analfabeet en zonder opleiding, hun taak als opvoeder in Nederland kunnen vervullen. De door multiculti's opgeworpen vraag - 'Aan wie moet de migrant zich eigenlijk aanpassen?' - krijgt door deze moord en in het bijzonder door de reactie van de ouders een heel andere betekenis. Dit Marokkaanse gezin uit Venlo is beslist geen uitzondering. Zoveel wordt duidelijk: er is wel degelijk een probleem met de achterblijvende integratie van traditioneel ingestelde Marokkaanse migranten.

De problematiek van Marokkaanse jongeren is al veel langer aan de orde. Halverwege de jaren tachtig is voor het eerst onderzoek verricht onder Marokkaanse probleemjongeren. Begin jaren negentig volgde kwantitatief onderzoek, waaruit bleek dat een op de drie Marokkaanse jongens tussen 12 en 18 jaar een of meerdere keren met politie of justitie in aanraking is geweest. Op grond van ander onderzoek is vastgesteld dat de criminaliteit onder Marokkaanse jongens zes keer zo hoog is als onder autochtone jongens. In de justitiële inrichtingen is momenteel een op de drie jongens van Marokkaanse afkomst.

In 1998 werd door een commissie onder het voorzitterschap van Mohammed Azzougarh, jarenlang Hoofd van de Afdeling Onderwijs van de Gemeente Venlo, een rapport uitgebracht onder de titel: 'Samen vol vertrouwen de toekomst tegemoet. Perspectieven voor de Marokkaanse jeugd in de Nederlandse samenleving in de 21ste eeuw'. Het aantal problematische Marokkaanse gezinnen wordt in dit rapport geschat op ongeveer 3500, vooral woonachtig in de achterstandswijken van de grote steden.

Er is kennelijk wel degelijk iets aan de hand met de Marokkaanse jongens in Nederland. Het gedrag van een bepaalde categorie Marokkaanse jongeren heeft iets gemeenschappelijks en dat gemeenschappelijke is ook herkenbaar. In de media verschijnen met de regelmaat van de klok berichten over 'Marokkaanse straatterreur', waarbij sprake zou zijn van brute berovingen, agressief gedrag en Nederlandse vrouwen die worden lastiggevallen. Marokkaanse jongeren manifesteren zich door opvallend machogedrag, weinig respect, een grote mond, veel verzet, diefstal met geweld en seksueel getinte delicten. Het verzet tegen elke vorm van autoriteit uit zich vooral tegen Nederlandse gezagsdragers, maar het richt zich ook op oplettende burgers, die menen dit gedrag te moeten corrigeren. In Venlo heeft René Steegmans dergelijk gedrag met de dood moeten bekopen. Dit type gedrag is niet zozeer een uitheems product en ook niet een plaag die met de migratie naar Nederland is geïmporteerd. Het gedrag kan worden getypeerd als een botsing tussen de Nederlandse cultuur, gebaseerd op consensus en vertrouwen, en de Marokkaans-Berberse cultuur, gedomineerd door eergevoel en wantrouwen.

Dit alles maakt nieuwsgierig naar de situatie in de gemeente Venlo. In Venlo wonen naar schatting 2400 Marokkanen, slechts een fractie op een bevolking van 90.000 inwoners. Er wonen meer Duitsers in Venlo dan Marokkanen of Turken. Al jarenlang gaat Venlo gebukt onder een negatief imago. Het is al lang niet meer het van oorsprong bekende 'stedje van lol en plezeer'.

Jan van Groenendaal (56), tot voor kort uitbater van een negental goed lopende etablissementen, vertelt dat hij in de afgelopen jaren regelmatig is geconfronteerd met ruzies in en rond zijn cafés. In vier van de vijf gevallen waren daarbij Marokkaanse jongeren betrokken. Vaak hadden dergelijke conflicten te maken met de in Venlo populaire drugshandel. Potentiële drugsrunners werd de toegang tot het café geweigerd, hetgeen nogal eens aanleiding gaf tot conflicten. Venlo telt vijf gedoogde koffieshops, waarvan koffieshop Number One misschien wel de bekendste is. Duitse drugstoeristen kunnen deze dicht tegen de grens gelegen koffieshop niet missen. Dan zijn er nog zo'n veertig tot vijftig niet-gedoogde verkooppunten, terwijl soms ook vanuit particuliere woningen wordt gedeald. Een relatief groot aantal Marokkaanse jongens verdient er wat bij door Duitse drugstoeristen te begeleiden naar een van de koffieshops. Op hun snelle scooters verzamelen Marokkaanse drugsrunners zich bij voorkeur in en rond het fastfoodrestaurant McDonald's, aan de zijkant gelegen tegenover het oude, statige stadhuis. Vandaar is het maar een kort eindje lopen naar het populaire café De Gouden Tijger. In dit café vonden en vinden nog regelmatig gevechten plaats tussen en met Marokkaanse jongens. Het kwam ook voor dat meisjes door een corridor van Marokkaanse jongens moesten lopen om in het café te komen, terwijl op sissende toon werd gevraagd 'mag ik je bellen'. Niet alleen daar, ook in discotheken werden Venlose meisjes door Marokkaanse jongens lastiggevallen of onvrijwillig betast. Een reactie van de kant van het meisje of haar vriendje is voldoende voor een opstootje. Marokkanen reageren vaak emotioneel. Een Marokkaanse jongen in problemen zal onmiddellijk via zijn mobiel een oproep uitzenden naar zijn vrienden, zodat dit soort incidenten heel gemakkelijk kan ontaarden in massale knokpartijen. Bij de autochtone Venlose jeugd bestaat ook in toenemende mate angst in het weekeinde uit te gaan. Een aantal geeft de voorkeur aan besloten feestjes. Van Groenendaal meldt tot slot dat de Venlose politie op een gegeven moment alleen nog aangiftes opnam, wanneer er bloed was gevloeid. Voor de gemeente Venlo was de verhoogde criminaliteit en drugsoverlast aanleiding om het anti-drugsoverlastprogramma Hektor in leven te roepen. Zo'n dertig man (politie en gemeentelijk personeel) zijn dagelijks in de weer met het plaatsen van cameratoezicht, het aanbrengen van verlichting in donkere steegjes en de toepassing van een repressief beleid bij ontoelaatbare drugshandel.

Vlak na de aanslag in New York van 11 september 2001 werden in Venlo en Tegelen twee pogingen tot brandstichting in moskeeën gedaan. Een halfjaar geleden had ik een interview met de daders van de aanslag in Tegelen (tegenwoordig behorende bij de gemeente Venlo). Ernie P. en zijn vriend Pino wilden met hun actie een daad stellen. Ernie, een 19-jarige slungelige en pokdalige puber, heeft een enorme hekel aan Marokkanen. Hij vertelde dat Marokkaanse jongens hun Nederlandse leeftijdgenoten vaak uit de tent proberen te lokken met opmerkingen in de trant van 'Waarom kijk je me aan?' Volgens hem 'moet je ook niet te lang naar ze kijken, want dan voelen ze zich uitgedaagd'.

Op kermissen in de wijde omgeving liep het ook regelmatig uit de hand. Zo werd het plan geboren om een molotovcocktail te gooien naar de nabij gelegen moskee. In de ogen van beide jongens een kwajongensstreek. De brandstichting mislukte, maar de Venlose politie en de justitie namen de aanslag zeer serieus. Beiden kregen een half jaar gevangenisstraf, waarna nog een halfjaar een taakstraf volgde. Dagelijks moesten de jongens met het spoor via Sittard naar Eindhoven, alwaar ze in een kliniek als onderdeel van hun taakstraf eindeloze en in hun ogen nutteloze gesprekken moesten voeren. Toen de directeur van het bedrijf waar Ernie werkzaam was, vernam dat zijn werknemer een poging had gedaan de moskee in brand te steken, reageerde hij spontaan: 'Die man verdient opslag'.

Nog dagelijks wordt op de site de vraag gesteld wie nu schuld treft aan de laffe moord. Het is duidelijk dat er maar één verdachte is van deze moordaanslag, één strafrechtelijk verantwoordelijke. De morele verantwoordelijkheid reikt verder. Zo heeft de Marokkaanse gemeenschap lange tijd de problemen in eigen kring ontkend en nauwelijks de hand in eigen boezem durven steken. Dit werd bevorderd door de Nederlandse overheid, die nooit eisen heeft willen stellen aan de integratie van laagopgeleide, soms analfabete Marokkaanse en Turkse medeburgers, terwijl al meer dan twintig jaar bekend is dat deze mensen in Nederland zouden blijven. Tot slot de politici en intellectuelen die zich jarenlang hebben gewenteld in een sfeer van politieke correctheid, waardoor de problemen nooit bespreekbaar konden worden gemaakt. Door dit soort trieste incidenten beseffen we nog eens het failliet van dit beleid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden