Stedelijk wonen wordt de trend

interview | We willen midden in de stad wonen met alle voorzieningen binnen handbereik, ziet architect Nanne de Ru. Zelf kiest hij daar ook voor.

HENNY DE LANGE

Een oude boerderij met een flinke lap grond en een boomgaard, waar zijn kinderen kunnen opgroeien in het groen. Dat is al jaren de droom van architect Nanne de Ru (38). Hij heeft zelfs al 'hele coole boerenbedstedes op wieltjes' ontworpen voor zijn kinderen van vijf, zeven en negen.

Het blijft bij dromen. Volgende maand betrekt De Ru met zijn gezin de vierde etage van een groot, voormalig kantoorpand uit de jaren zeventig in Rotterdam. Voor de deur dendert het verkeer over de drukke Westzeedijk. Aan de achterkant is een parkeerterrein. Geen plekken om buiten te spelen. Maar er is wel een groot balkon. En de woonetage is zo groot, dat daar met gemak een voetbalkooi kan worden gemaakt voor de kinderen. Hun basisschool is op loopafstand. En op woensdagmiddag zijn er kindervoorstellingen in het Maastheater aan de overkant van de straat. Ook belangrijk: De Ru en zijn vrouw Nolly Vos die ook architect is, staan niet in de file naar kantoor. Ze hoeven slechts een paar trappen naar beneden te lopen naar de eerste etage. Daar zit Powerhouse Company, het architectenbureau van De Ru.

De Ru gaat het pand, dat al geruime tijd leeg stond, samen met ontwikkelaar Being Development een tweede leven geven. Het architectengezin woont tijdelijk op de vierde etage. Er is toestemming om op het dak een woning te laten bouwen. Het ontwerp ligt al klaar. Er komt ook een terras bij met moestuin. De rust van het platteland mag op deze plek dan ver te zoeken zijn. Er staat wel een magnifiek uitzicht tegenover op alle Rotterdamse iconen, van de Euromast, de Erasmusbrug en De Rotterdam tot de rivier en de havens.

undefined

Onbetaalbare appartementen

Stedelijker kun je haast niet wonen. En dat wordt ook de trend in Nederland, voorspelt De Ru, die directeur is van The Berlage, het postdoctorale opleidingsinstituut van de faculteit Bouwkunde van de TU Delft. Vinexwijken zijn passé; ook worden er geen grootschalige woongebieden met duizenden huizen meer ontwikkeld. De toekomstige woonwijken zijn relatief klein, hooguit enkele honderden woningen, en ze verrijzen binnen de steden. Die 'binnenstedelijke uitbreidingen' (sommigen spreken van 'inbreidingen') zijn al in gang gezet in onder andere Dordrecht, Arnhem, Den Haag en Heerlen. In Dordrecht gingen plannen voor woonwijken in de polders de ijskast in. In plaats daarvan wordt nu de Stadswerven ontwikkeld. Aan de rand van de binnenstad verrijst een nieuwe wijk met rijtjeshuizen, maar ook met kavels waar mensen zelf hun woning kunnen laten bouwen. Ook een nieuwe trend.

Na de trek naar buiten willen mensen nu weer vaker in de stad wonen. Dat merk je ook aan de woningprijzen, zegt De Ru. "Grote huizen met veel tuin in het Gooi die gemiddeld 3 miljoen deden, zakken nu naar 2,5 miljoen euro. In Amsterdam is het precies andersom. Daar zijn de prijzen van grote appartementen van 300 m2 al gestegen naar 2 miljoen. Deze exorbitante bedragen kunnen alleen de superrijken zich veroorloven, maar die groep wordt groter. De Ru: "In Londen en New York is er een enorme vraag naar dure appartementen. Geen architect die in Miami nog sociale woningbouw ontwerpt. Het zijn alleen maar appartementen voor de top van de markt. Mensen met kinderen trekken de stad uit. Als ze blijven hebben ze een nanny."

Met die ontwikkeling krijgt Amsterdam ook te maken. Zelf is de architect al drie keer benaderd door buitenlandse investeerders die gelokt door de goedkope euro, grote grachtenpanden willen verbouwen tot luxe airbnb-achtige appartementen. Deze ontwikkeling legt een grote druk op de woningmark. De stad dreigt daardoor ook onbetaalbaar te worden voor mensen met een doorsnee portemonnee.

undefined

Overheidsbemoeienis

"Hoe gebalanceerd wil je de samenleving houden?" Voor die vraag staan Amsterdam en ook Rotterdam de komende jaren, constateert De Ru. De overheid heeft zich teruggetrokken uit de woningbouw. Na de vinexoperatie heeft de markt het meer dan ooit voor het zeggen. Het zijn nu vooral (buitenlandse) beleggers die investeren in woningbouw. Maar je kunt in dit dichtbevolkte land niet alles overlaten aan de markt, meent De Ru. "Ik maak me er misschien niet populair mee. Maar ik pleit voor een zekere mate van overheidsbemoeienis nu de druk op de steden toeneemt en het platteland te maken krijgt met krimp en leegloop. De gemeente Rotterdam probeert dat al wel door kleine initiatieven te bevorderen. De Nieuwe Binnenweg is mooi opgeknapt, doordat de ondernemers zelf ook veel gedaan hebben." Ook wordt het uitgeven van kluswoningen gestimuleerd. En op de Kop van de Müllerpier, waar aanvankelijk woontorens zouden worden gebouwd, zijn nu achttien zelfbouwkavels uitgegeven, in prijzen variërend van 120.000 euro voor 90 m2 grond tot drie ton voor 220 m2.

Hoe dan ook zullen de grote steden meer moeten bouwen voor singles en jonge stellen, meent De Ru. "Die willen in Amsterdam of Rotterdam wonen, omdat daar alles is wat ze willen hebben. Ze gebruiken de stad bij wijze van spreken als hun woonkamer." Speciaal voor deze categorie,'starters plus', heeft De Ru relatief kleine appartementen van 40 tot 60 m2 ontworpen in de Amsteltoren in Amsterdam. "Ze zijn heel lofty ingericht, dus zonder een standaardindeling. Maar wel met de nodige service en luxe."

Ook dat is een trend, de behoefte aan appartementen met alle voorzieningen onder handbereik, zoals werkplekken, een hip café en een sportschool. Student Hotel is erop ingesprongen, zegt De Ru. Deze organisatie biedt in de drie grote steden kleine appartementen aan met allerlei faciliteiten in het complex. Niet alleen buitenlandse studenten maken er gebruik van, ook Nederlandse. "Tien jaar geleden zouden ze je voor gek verklaren als je zeven- tot achthonderd euro wilt betalen voor zo'n klein appartement. Nu willen ouders van studerende kinderen dat kennelijk wel."

undefined

Woonkeuken en inloopkast

De verwachting is dat mensen niet alleen stedelijker gaan wonen, maar ook vaker zelf hun droomhuis bouwen. Wat daarbij opvalt is dat de standaard indeling - een doorzonkamer, kleine keuken en badkamer en weinig kastruimte - passé is. "Mensen willen nu allemaaleen grote leefkeuken. En ook een inloopkast. Logisch, want we hebben veel meer spullen en kleren dan vroeger."

De Ru ontwikkelde een aantal jaren geleden met de economen Bas van Dam en Dirk Dekker van Being Development een serie van zes betaalbare gelijkvloerse prefabwoningen (Being Homes) voor de middenklasse. Als alternatief voor de fantasieloze boerderette en notariswoning uit de catalogus. Door handig te schuiven met de plattegrond hebben deze huizen een grotere eetkeuken en badkamer en meer kastruimte dan het standaard huis. Dat gaat ten koste van de woonkamer, maar mensen ervaren deze woning toch als ruimtelijker, zegt De Ru.

De behoefte om je huis naar eigen voorkeur in te delen, leidt er ook toe dat nieuwe appartementen steeds vaker als loft, zonder tussenwanden worden opgeleverd. En als ze er wel staan, zijn ze demontabel en makkelijk te verplaatsen als de gezinssamenstelling wijzigt.

In het kantoorpand waar De Ru gaat wonen en werken met de 35 medewerkers van zijn bureau, komen ook flexibele werkplekken voor zzp'ers. Verder worden er veertien appartementen in gerealiseerd. Op de begane grond komt een café waar geluncht kan worden. Stedelijk wonen met alle voorzieningen onder handbereik. In deze fase met drukke banen en opgroeiende kinderen heeft dat zo zijn voordelen, zegt De Ru. Het idee om met zijn gezin en ook zijn bureau te verhuizen naar een boerderij op het platteland, heeft hij laten varen. Voor zijn medewerkers, allemaal jonge architecten die liever wonen en werken in de stad, was dat waarschijnlijk een brug te ver geweest.

Toch blijft het wel een beetje knagen dat zijn kinderen niet 'in het groen' opgroeien. Maar hun flexibele boerenbedstedes op wieltjes komen er wel. "We zetten ze nu als een mobiel tentenkampje bij elkaar. Als de kinderen groter worden, willen ze dat misschien niet meer. Dan maken we er een andere opstelling van."

undefined

Nanne de Ru

Nanne de Ru (1976) richtte tien jaar geleden samen met de Franse architect Charles Bessard Powerhouse Company op, met een vestiging in Rotterdam en in Kopenhagen. Daarvoor werkte hij twee jaar bij het architectenbureau OMA van Rem Koolhaas. In 2011 won De Ru de Rotterdam-Maaskantprijs voor jonge architecten. Twee jaar geleden werd hij benoemd tot directeur van The Berlage, het postdoctorale opleidingsinstituut van de faculteit Bouwkunde van de TU Delft. Powerhouse Company heeft 35 medewerkers en sinds kort ook een vestiging in Peking. Het bureau heeft opdrachten lopen in Nederland, Denemarken, Duitsland, Turkije en China.

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden