Stasi poogde vredesbeweging te splijten

UTRECHT - De Nederlandse vredesbeweging werd in de jaren tachtig actief bestreden door de Stasi, de geheime dienst van het communistische Oost-Duitsland. Die zag met name in de christelijke vredesorganisaties IKV en Pax Christi een grote bedreiging. Terecht, want mede onder hun invloed ontkiemden begin jaren tachtig in het communistische Oost-Duitsland kleine oppositiebewegingen. Bij de bestrijding maakte de Stasi gebruik van Nederlanders die, bewust of onbewust, bereid waren het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV) en het kleinere Pax Christi aan te vallen. Zo werd geprobeerd de protestantse kerken tegen de koers van de IKV-top op te stoken. Daarbij werd gebruikgemaakt van onder andren de generaal b.d. Von Meijenfeldt en de gereformeerde IKV-bestuurder en politicoloog Jan van Putten.

Dat blijkt uit onderzoek van de historica Beatrice de Graaf, die vandaag in Utrecht promoveert. Zij bracht vele maanden door in de Berlijnse archieven van de Stasi. Daar ,,bleek dat de omvang van de Stasi-dossiers over Nederland, die in het kader van dit onderzoek boven tafel zijn gekomen, alle verwachtingen overtrof”, schrijft De Graaf. Zo stuitte zij onder meer op ,,een meter of drie” aan dossiers over Mient Jan Faber, de secretaris van het IKV, vertelt De Graaf. Faber stond bij de Stasi te boek als 'egocentrisch', en als 'Machiavelli van de vredesbeweging'. ,,Wat de leiding van de staat wil verhinderen, poogt hij te bevorderen en wel door een 'vredesbeweging' (of 'vredessolidarnosc'?) die op destabilisering, ondermijning en erosie van de socialistische orde is gericht”, noteerde de Stasi in 1982 over Faber.

Wat de Stasi zo bang maakte voor met name Faber en het IKV, maar ook voor Pax Christi, was dat deze christelijke vredesorganisaties de bestaande verdeling van Europa in een communistisch oosten en een vrij westen niet accepteerden, betoogt De Graaf. Het IKV poogde door contacten te leggen met onafhankelijke en oppositionele krachten achter het IJzeren Gordijn een 'ontspanning van onderop' te bewerkstelligen. Daartoe zocht het IKV, met name vanaf 1982, consequent contact met onafhankelijke, dus niet-communistische groeperingen in Oost-Duitsland en andere door de communisten geregeerde landen.

Veel beter te spreken was het communistisch regime van Oost-Duitsland over die delen van de vredesbeweging die de bestaande deling van Europa wel accepteerden. De Stasi omschreef deze mensen als 'realistisch'.

Enkelen van hen hebben, in overleg met Oost-Duitse functionarissen, de IKV-top rond Mient Jan Faber bestreden. In de hervormde kerk bleef de koers van het IKV steun genieten, maar ,,de gereformeerde kerken boden een ingang voor het regime”, schrijft De Graaf. Hier klonk kritiek op de IKV-top rond Faber, die de dialoog met het Oostblok in gevaar zou brengen door al te zeer op mensenrechten te hameren.

Uiteindelijk bleef het IKV echter op de lijn van Faber en steunde het tot aan de val van de Muur in 1989 consequent dissidenten in Oost-Duitsland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden