Starter helpt woningmarkt niet vooruit

Jonge kopers mikken steeds vaker op nieuwbouw, of ze nemen een huis over van een niet-doorstromer. Daardoor blijft een keten van verkopen uit.

Het is nog maar de vraag of het helpt om starters te subsidiëren bij de koop van hun eerste huis. Jarenlang werd gedacht dat de koper van zijn eerste huis de carrousel van de woningmarkt weer aan het draaien bracht. De starter zou in de woning trekken van iemand die vervolgens ook weer doorstroomt naar een ander (groter) verblijf en zo een keten van huizenverkopen in gang zetten.

Dit klinkt logisch, maar komt steeds minder vaak voor, blijkt uit onderzoek van het Kadaster. In 2005 kocht nog zestig procent van de nieuwkomers een woning van een doorstromer. Dit jaar is dit percentage bijna gehalveerd. Sinds de crisis koopt maar één op de drie starters een woning van een doorstromer. Het grootste deel brengt dus geen verhuisketen opgang.

In plaats daarvan kopen starters steeds vaker van een niet-doorstromer, iemand die bijvoorbeeld naar een verpleeghuis of huurwoning gaat. De niet-doorstromers verlaten de woningmarkt en beëindigen hierdoor de keten. Daarnaast nemen beginnende kopers hun intrek in nieuwe woningen waaruit niemand verhuist. Dat kunnen bijvoorbeeld nieuwbouwwoningen zijn, of corporatiewoningen die eerder voor de huurmarkt waren of een ruimte in een voormalig kantoor of bedrijfsgebouw. Voor starters die zich in de Randstad willen vestigen, is de overvloed aan lege kantoorpanden een uitkomst. Ondertussen zitten de mensen met een koophuis die graag groter willen wonen klem omdat er naar hun huis geen vraag is.

De vraag of jonge kopers de markt op gang brengen, staat al langer ter discussie. De pot van het Rijk die is bedoeld om beginners een steuntje in de rug te geven, is namelijk bijna leeg. Er werd veel geïnvesteerd in starters juist vanuit die gedachte dat zij de markt opgang zouden brengen. Ze zijn bovendien heel belangrijk want ze kopen één op de twee woningen die wordt aangeboden.

De crisis heeft er niet voor gezorgd dat eerstehuiskopers het moeilijker kregen. Uit het onderzoek blijkt dat ze met minder geld een grotere woning kunnen kopen. Hoewel ze zes procent minder te besteden hebben door de crisis, zijn de huizenprijzen nog harder gedaald, met negentien procent. Met andere woorden: starters kunnen met een kleiner budget toch een grotere woning kopen.

Dat is ook terug te zien in het soort huis dat ze kopen. Ze kopen iets minder vaak een appartement, en vaker een gezinswoning, een 2-onder-1-kapwoning, hoekwoning of vrijstaande woning. De luxe van een nieuwbouwwoning was tot 2008 voor weinig beginnende kopers weggelegd maar behoort nu wel tot de opties.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden