Stap voor stap weer op het rechte pad

Bijna een kwart van de leerlingen is allochtoon. Zij hebben een taalachterstand van gemiddeld twee jaar als ze hun schoolleven beginnen. Alleen radicale maatregelen (van een 'leerlingvolgsysteem' tot internaten) kunnen de waterscheiding in het onderwijs ongedaan maken.

Met het uitbrengen van haar jaarverslag heeft de Onderwijsinspectie iedereen die onderwijsachterstand bij allochtone leerlingen wil bestrijden met de neus op de feiten gedrukt. Er zijn twee pijnlijke conclusies: zwarte scholen scoren minder dan andere scholen en allochtone leerlingen doen het minder goed dan andere leerlingen. De resultaten op het eindexamen zijn lager en de schooluitval is hoger.

Twintig jaar voorrangsbeleid heeft de achterstand niet kunnen opheffen, hooguit gestabiliseerd. Inmiddels is landelijke onderwijs-voorrangsbeleid omgezet in gemeentelijk onderwijsachterstandsbeleid. De hoop wordt nu gevestigd op de creativiteit van lokaal bestuur om - samen met scholen - het hoofd te bieden aan de hardnekkige tweedeling in het onderwijs.

Het probleem is zeer urgent: de oplossing van de onderwijsachterstanden van allochtonen is een van de belangrijkste maatschappelijke en politieke prioriteiten voor de komende jaren. Succes in het onderwijs is meer dan ooit bepalend voor de toekomst van burgers. Wanneer je niet mee kunt komen in het onderwijs, is de kans zeer groot dat je ook verder niet mee kunt komen in de samenleving. Een tweedeling in de samenleving is in belangrijke mate een tweedeling van mensen met en zonder diploma. Uit een recent advies van de Sociaal Economische Raad blijkt dat de arbeidsmarkt een toenemende behoefte heeft aan hoger opgeleiden, weinig behoefte aan laag geschoolden en geen aan ongeschoolden. Dat betekent dat drop-outs in het onderwijs drop-outs op de arbeidsmarkt zullen zijn.

De omvang van de groep waar het om gaat, maakt het probleem nog urgenter. In 1997 bestond 20 procent van de jeugdigen (0 tot 20 jaar) uit allochtonen. De verwachting is dat dit percentage de komende jaren zal oplopen tot 25 procent. We hebben het daarmee dus ook over een kwart van de samenleving van de toekomst. Het volgende 5-punten plan is een aanzet om de onderwijspositie van allochtone leerlingen radicaal te verbeteren. - Allochtone kinderen hebben een taalachterstand van +/- twee jaar als ze naar school gaan. De ervaring leert dat deze op school toeneemt in plaats van afneemt. Het is cruciaal deze achterstand zo vroeg mogelijk aan te pakken. Het oprichten van 'voorscholen' biedt de mogelijkheid om kinderen vanaf hun tweede tot hun vierde jaar spelenderwijs kennis te laten maken met het Nederlands. - Met de introductie van een leerling-volgsysteem kan er bij binnenkomst in de eerste klas van de basisschool (groep 1) een nul-meting worden gemaakt van het niveau van de leerling. Daarmee is meteen aangegeven welke prestaties de school moet leveren voor een geslaagde overgang naar groep 2, enzovoort. Dit volgsysteem dient zowel in basis- als voortgezet onderwijs ingevoerd te worden. Zo kan de kwaliteit van de school bewaakt worden en de schoolcarrière van het kind gewaarborgd. Het Centraal instituut voor toetsontwikkeling (Cito) kan per klas begin- en eindtermen aangeven. - Er zijn soms situaties waarin allochtone ouders aangeven het niet aan te kunnen hun kinderen te begeleiden en bij te sturen in hun onderwijscarrière. Het resultaat van deze situaties is bekend: jongeren verliezen langzaam de band met hun ouders en met school en raken stapje voor stapje op het verkeerde pad. Kostscholen of schoolinternaten kunnen deze leerlingen een oplossing bieden. In een duidelijk gestructureerde omgeving met goede begeleiding, toegesneden op de achtergrond van de leerlingen, zijn betere resultaten te verwachten. In Rotterdam en Utrecht bestaat al een dergelijk internaat. - Het werk op achterstandsscholen is zwaar. Zeker met een toenemend tekort aan leraren kunnen leerkrachten aan achterstandsscholen makkelijk een andere school vinden om les te geven. Terwijl juist de behoefte aan goede leerkrachten het grootst is bij achterstandsscholen trekken daar veel (goede) leerkrachten weg. Om leraren te stimuleren juist aan een achterstandsschool hun talenten in te zetten en te belonen voor hun zware werk, is een salaristoeslag gerechtvaardigd. - Een belangrijke conclusie uit het Inspectierapport is dat veel achterstandsscholen moeite hebben met de aanpak van het complexe probleem van de bestrijding van onderwijsachterstanden. De Inspectie zelf doet het voorstel om een speciale projectorganisatie in het leven te roepen om deze scholen te ondersteunen en te helpen. Deze steun is broodnodig en verdiend.

Natuurlijk kan de overheid de onderwijsachterstanden niet alleen oplossen. Betrokkenheid van ouders is essentieel, maar ook die betrokkenheid komt niet vanzelf tot stand. Succesvolle allochtonen en gezaghebbende figuren binnen de allochtone gemeenschap kunnen een voortrekkersrol innemen. Bovendien kunnen zij als mentor en rolmodel een belangrijke rol vervullen voor allochtone leerlingen. Enkele Marokkaanse en Turkse studentenverenigingen zijn al met zo'n initiatief bezig. Door ook de (verlichte) imams te betrekken bij het mobiliseren van de ouders in de richting van het onderwijs, kan de kans op succes worden vergroot. De Koran kan een overtuigend hulpmiddel zijn, met name ten aanzien van de Turkse en Marokkaanse gemeenschap, waar de achterstanden het grootst zijn. De Koran roept immers op om de wetenschap te zoeken, overal waar die is, desnoods in China.

Mohamed Rabbae is lid van de Tweede Kamer voor GroenLinks

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden