Standje waakvlam

Passie sijpelt weg uit langdurige relaties. Een kwart van de koppels heeft na twintig jaar een min of meer seksloos huwelijk. Waarom eigenlijk? En is het erg als 'de golf van erotische energie' in een relatie opdroogt?

U vergat de kat, de klok, de was, de stress van kantoor, boodschappenlijstjes, beslommeringen, uw politieke voorkeur, pincode, de verjaardag van uw vader. U gaf zich over aan de enige activiteit die uw leven kleur en betekenis gaf: vrijen met hém/háár. Urenlang, elke avond, hele weekends bracht u door in bed. Of op de keukentafel, in een duinpan, haastig op de achterbank, zolang u maar samen was met hém/háár. Begon uw relatie ongeveer zo?

Nu bent u vijf, tien, dertig jaar verder; nog altijd samen met de man of vrouw die u in die eerste maanden zo hevig begeerde. En? Vrijt u nog vaak?

Uit langdurige relaties sijpelt de seks langzaam weg, blijkt uit cijfers van Rutgers WPF, kenniscentrum voor seksualiteit (zie carto). Lang niet uit alle relaties, er zijn ook best veel happy loving couples op leeftijd. Maar de grafieken tonen onmiskenbaar dalende lijnen: naarmate een verbintenis langer duurt, wordt er minder gevreeën. Sommige stellen schaffen de bijslaap helemaal af, of komen er nog maar incidenteel aan toe. Van de prille geliefden (1-5 jaar samen) vrijt ook al 8 procent niet of nauwelijks (minder dan één keer per maand). Dat percentage stijgt met de jaren: van 17 procent (10-20 jaar) en 23 procent (20-30 jaar) tot 27 procent (30 jaar of langer).

Dat betekent dat bijna een kwart van de duurzame stellen na zo'n twee decennia is beland in wat het Amerikaanse blad Newsweek een 'seksloos huwelijk' noemt: een relatie waarin hoogstens tien keer per jaar sprake is van geslachtsverkeer. Op die Newsweek-definitie valt wel wat af te dingen; zo hoeft de frequentie niks te zeggen over de kwaliteit van de seks. Als longtime lovers elkaar eens per zes weken gepassioneerd beminnen, zijn ze dan samen 'seksloos'? Onderzoekster Hanneke de Graaf van Rutgers WPF hanteert liever het criterium 'het laatste half jaar geen seks'.

Vaststaat dat het erotisch vuur in veel lange relaties hooguit nog een beetje smeult. Is dat erg? En waarom dooft seks - voor velen ooit zo lekker en essentieel - eigenlijk uit?

Mensen krijgen kinderen, drukke banen, zorgen, stress - ze zijn te moe. Ze worden ook ouder, hun lijven veranderen, ze gaan mankementen vertonen, hormoonspiegels dalen, de lust slinkt vanzelf. Dat zijn de voor de hand liggende antwoorden op de laatste vraag. Maar die verklaren hooguit ten dele waarom het in veel slaapkamers ongeveer net zo spannend is als op de jaarvergadering van de vereniging van actuarissen.

Kliekjesseks

Sleur verklaart meer. "Het is heel moeilijk om het fris en spannend te houden", weet Marianne Emmelkamp, een ervaren seksuoloog en relatietherapeut die zeker duizend stellen begeleidde. Geliefden knappen af op de voorspelbaarheid van hun vrijpatroon. Dat ontwikkelen ze al snel in hun relatie: na enkele keukentafelexperimenten hechten ze zich aan een vaste plek (slaapkamer), volgorde en manier (eerst hetzelfde voorspel, dan altijd standje X).

Vaak ontbreekt er in dit patroon iets wat één van de twee graag zou willen, maar nooit heeft durven zeggen. "In het begin denk je: hij is een beetje onhandig, hij leert het wel", legt Emmelkamp uit. "Maar als hij het nou niet leert, hoe hij jou moet vingeren bijvoorbeeld, dan is het vrijen niet zo leuk meer, en hij als minnaar ook niet. Toch zeg je het niet, omdat je denkt: straks wordt-ie onzeker of krijgen we er ruzie over." Zegt een partner wél wat hij of zij wil, bijvoorbeeld masturberen tijdens het vrijen en de ander vindt het raar, "dan moet je die verschillende opvattingen durven bespreken. Kun je dat niet, omdat je onzeker bent, denk je 'laat maar', dan gebeurt het dus niet meer", zegt de seksuologe. Met als gevolg: veilige aanpassing, geen spannende seks, tanende zin.

Voor seksuele opwinding is vernieuwing noodzakelijk, maar vanwege allerlei gevoeligheden (ego's, schaamte, onzekerheid) heel erg moeilijk. Mensen blijven vrijen volgens 'angstvrije' routines, zoals de invloedrijke Amerikaanse seksuoloog David Schnarch het noemt. Ze nemen genoegen met 'leftover sex' oftewel 'kliekjesseks': ooit hebben ze vastgesteld wat de één per se niet wil, en wat de ander niet wil. Hun seksleven bestaat uit de restjes.

Angstvrije kliekjesseks is saai, die bloedt dood. En dan? Wat doen stellen als 'het' er spontaan niet meer van komt? "Ze gaan afspreken", aldus Emmelkamp. "Bijvoorbeeld eens per week in het weekend. Dat lijkt praktisch. Dat is polderen over seks. Maar dat is niet wat we willen, we willen dat het ook een beetje vanzelf gaat. We willen begeerd worden."

En wat is zo'n afspraak überhaupt waard? Hoe duurzaam is de seksuele deal? Om dat te testen stelt Emmelkamp altijd een 'gemene' vraag: "Als zij ongesteld is, of hij is op de afgesproken dag buitenshuis, slaan ze het vrijen dan over of halen ze het in? En wie bepaalt dat? Als zij zegt: 'We slaan het over', dan is zij degene die bepaalt. Dan doet ze het niet voor hem. Dan wordt het heel erg krenterig, gun je elkaar te weinig."

Een vaste vrijafspraak leert partners niet wat wezenlijk is voor plezierige seks: "De ander beminnen, uit jezelf durven beginnen ook al weet je niet of die ander ook zin gaat krijgen, elkaar begeren, elkaar durven verleiden. Polderen is vermijden van risico nemen, en vaak wreekt zich dat na verloop van tijd." Dan heeft zo'n stel een relatieprobleem.

Dat is vaak gerelateerd aan de macht, die in een relatie nooit gelijk verdeeld is. Machtsverschil hoeft geen probleem te zijn, zegt Emmelkamp, maar is het soms wel. "Ik heb een ouderwets stel gehad waarin de man bepaalde hoe vaak er gevreeën werd. Dat vond hij de huwelijkse plicht. Toen kreeg zij op haar 55ste een herseninfarct en zei ze: 'Nu heb ik dertig jaar gedaan wat jij wilde, nu hou ik ermee op'."

Aan de poort rammelen

Seks kan onderdeel zijn van een machtsspelletje, weet ook Rik van Lunsen, hoofd van de afdeling seksuologie in het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. "De een houdt een seksstaking, de ander gaat aan de poort rammelen. Dan wordt het oorlog." En die woedt niet alleen in bed: "In relaties waarin gestreden wordt over seksualiteit, wordt ook vaak gestreden over het buitenzetten van de vuilniszakken." Overigens zijn de seksweigeraars volgens Van Lunsen lang niet altijd vrouwen. "Hij in seksstaking, zij rammelt aan de poort, dat komt ook betrekkelijk vaak voor."

Sleur, schaamte, angst, gezondheidsklachten, gebrekkige communicatie, relatieproblemen, 'geen zin meer', krenterige polderseks, een machtsstrijd die zich uitstrekt tot in bed: van alles kan het geslachtsverkeer in de loop der jaren plat leggen. Maar ook als twee geliefden het al twintig jaar heel fijn en gezellig met elkaar hebben, als ze elkaar vertrouwen, steunen en ze nog steeds om elkaars grapjes lachen, als ze kortom een prima relatie hebben, ook of juist dan loopt de seks vaak spaak.

Hoe dat komt, beschrijft de Belgisch-Amerikaanse seksdeskundige Esther Perel in haar boek 'Mating in captivity' (letterlijk 'Paring in gevangenschap', in het Nederlands uitgebracht onder de brave titel 'Erotische intelligentie'.) Perel wordt vaak gevraagd of ze een manier weet om de kwijnende begeerte weer op te peppen. "Achter deze vraag gaat het verborgen verlangen naar vitale onstuimigheid schuil, de golf van erotische energie die onze vitaliteit kenmerkt." De kern van haar zoektocht, die ze beschrijft in haar boek: "Kunnen we gedurende een lange tijd binnen een vaste relatie zowel liefhebben als begeren?"

Eigenlijk zegt Perel in heel veel woorden steeds: nee. Want in een langdurige relatie zoeken mensen intimiteit, veiligheid, geborgenheid, nabijheid. Die behoefte verhoudt zich slecht tot erotiek, die juist gebaat is bij het tegenovergestelde: afstand, avontuur, verschil, een zekere vervreemding. Erotiek groeit 'in de lege ruimte' tussen mensen, schrijft Perel. In de 'vage ruimte tussen vrees en aantrekkingskracht'. Zo kan een vrouw plotseling weer naar haar vaste partner verlangen als ze hem op een feestje aan de andere kant van de kamer ziet staan, druk gesticulerend voor een geamuseerd publiek.

Wie intimiteit én vurige seks wil, moet 'de dubbele vlam van liefde en erotiek' brandend zien te houden (het beeld komt van schrijver Octavio Paz). Een ander beeld, afkomstig van Perel: als geborgenheid het anker is, dan is begeerte de golf waarop je je moet kunnen laten gaan. Voor anker liggen én surfen, dat gaat niet tegelijkertijd. "Intimiteit gaat samen met een groeiende zorg voor het welzijn van de ander en dat houdt in dat je bang bent om hem te kwetsen. Maar bij seksuele opwinding moet je je juist nergens druk over maken; voor het vinden van genot is zelfzucht een vereiste."

Om die tegenpolen toch te rijmen moeten langetermijngeliefden thuis raken in de hogere seks- en relatiekunde. Perel adviseert ze om samen een 'erotische ruimte' te creëren, waarin de speelsheid regeert en verschillen gevierd worden, het fatsoen wordt afgeschaft en minnaars samen een verhaal schrijven "met veel hoofdstukken, en geen van beide partners weet hoe het afloopt". Een boeiend seksleven vereist "inzicht in je partner maar ook dat je tegelijkertijd zijn voortdurende mysterie erkent; dat je geborgenheid creëert terwijl je blijft openstaan voor het onbekende; dat je intimiteit kweekt die privacy respecteert."

Seksuologe Emmelkamp heeft iets praktischer adviezen: "Wat je van elkaar en ook van jezelf moet vragen, is een goede minnaar te worden. Je eigen seksuele wensen te leren kennen, en die op een charmante manier te verwoorden en daarnaast ook open te zijn over je eigen onzekerheden en remmingen. Dan ontstaat de intimiteit en de spanning die nodig is om seks boeiend te houden. Je moet niet denken: laat maar zitten. Dat is de dood in de pot."

Liever uit eten

Geen seks. Is dat de dood? Dat is uiteraard aan seksloze geliefden zelf om te beoordelen, zegt Van Lunsen, die met zijn collega's jaarlijks zo'n 3000 tot 3500 consulten doet. "Veel mensen hebben het gevoel: seks móét. Dan vraag ik vaak: maar waarom dan? Als je liever uit eten gaat, prima toch?" Seks heeft geen andere functie dan plezier opwekken, en als dat niet lukt, is het echt geen must. Laatst zag Van Lunsen een vrouw die pijn had bij het vrijen. "Haar man kwam haar ter reparatie aanbieden. Toen vroeg ik haar: Als hij er niet zou zijn, dan zou jij toch geen pijn hebben? Kunnen we niet zorgen dat hij geen seks meer wil? Dat vonden ze allebei een heel rare oplossing."

Het komt zelden voor dat partners even zinnelijk zijn. Verschil in verlangen is het meest voorkomende seksuele probleem; een kwart van de Nederlanders heeft daar echt last van. "Geen seks is niet per se erg, maar het is bijna altijd zo dat de een dat erger vindt dan de ander", zegt Emmelkamp. "Je ziet stellen vaak in min of meer goed overleg besluiten: we doen het niet meer. Maar dan wordt de een verliefd op een derde en wordt de begeerte wakker geschud. Seks hoort er toch bij, merken ze dan, het was iets belangrijks dat verwaarloosd was."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden