Stampij om geruststellend Duits sektenonderzoek

AMSTERDAM - In Duitsland vormen de sekten geen gevaar voor individu en samenleving. Dat meldde de Duitse parlementaire enquêtecommissie 'Zogenaamde Sekten en Psychogroepen' vorige week aan de Bondsdag. Misschien dat een enkele groepering potentieel in staat is problemen te veroorzaken, maar over het geheel genomen is er volgens de commissie, die twee jaar onderzoek deed, geen reden tot zorg.

RICHARD SINGELENBERG

Het mogen dan geruststellende woorden zijn, maar evenals het verschijnen van het Belgische sektenrapport, gaat ook het Duitse regeringsonderzoek naar de religieuze en levensbeschouwelijke rafelrand vergezeld van een hoop stampij.

De eerste rel speelt zich af binnen de enquêtecommissie en wel tussen de politieke geledingen onderling. De fracties van de Groenen en de SPD hebben beide een eigen rapport geproduceerd. Vooral de Groenen hebben grote moeite met het meerderheidsstandpunt dat er weliswaar geen gevaar van de sekten te duchten valt, maar dat desondanks van overheidswege initiatieven ontplooid moeten worden een probleem - dat er strikt genomen niet is - beheersbaar te maken. De socialisten van de SPD daarentegen vinden dat de voorgestelde adviezen niet ver genoeg gaan. Tussen deze uitersten hebben zich de fracties van christen-democratische CDU/CSU en liberale FDP genesteld.

De tweede commotie ontstond eind mei toen zeven Duitse hoogleraren vanuit uiteenlopende disciplines via een persverklaring de vloer aanveegden met het aankomende rapport. En Scientology heeft alweer een actie op touw gezet om te protesteren tegen de Duitse regering.

Het voorgestelde pakket maatregelen van de meerderheid binnen de enquêtecommissie richt zich hoofdzakelijk op de bescherming van de consument van sektarische opvattingen. Een greep uit de voorstellen: wettelijke maatregelen tegen psychisch gemanipuleer; het oprichten van een particulier hulpverleningscircuit voor mensen die zich het slachtoffer voelen van sekten; het wettelijk tegengaan van exorbitante tarieven (zoals bij Scientology); het aanscherpen van het recht op vereniging en het belastingrecht en voortzetting van de observatie door de Duitse veiligheidsdiensten van Scientology.

Daarnaast wil de SPD bewegingen met een ondemocratische ideologie de status van publiekrechtelijke organisatie ontzeggen. Het voorbeeld wordt gegeven van het Wachttorengenootschap. Omdat de Jehovah's Getuigen zich geen deel van de wereld achten, wensen ze op politiek terrein een strikt neutrale positie in te nemen door zich onder andere van stemrecht te onthouden. Een dergelijke regel aan leden opleggen beschouwt de SPD als ondemocratisch, dus kan het Wachttorengenootschap fluiten naar de positie van publiekrechtelijke organisatie.

Dit laatste voorstel is door alle partijen afgewezen, maar de Groenen zijn nog een stap verder gegaan en hebben zich faliekant tegen al deze adviezen uitgesproken. Zij gaan ervan uit dat conflicten die samenhangen met de ongeveer 600 religieuze sekten, spirituele groeperingen en overige alternatieve collectieven die in Duitsland actief zijn, eenvoudig te herleiden zijn tot alledaagse aanvaringen tussen mensen in vergelijkbare omstandigheden. Ze achten zich gesteund door een reeks wetenschappelijke onderzoekingen die in opdracht van de enquêtecommissie is uitgevoerd.

In navolging van Anglo-Amerikaanse bevindingen zetten nu ook de Duitse onderzoekers een reeks vraagtekens bij een scala aan maatschappelijke vooroordelen en foutieve opvattingen. Bijvoorbeeld dat mensen psychisch gemanipuleerd zouden worden om tot bewegingen toe te treden (de fabel van de hersenspoeling); dat het lidmaatschap van dergelijke groepen schadelijk zou zijn voor het individuele welzijn; dat wie er eenmaal in zit, er nooit meer uit komt en dat wie eruit wil, wordt tegengehouden; dat sekten op grote schaal bestaande wetgevingen overtreden; dat ze de democratische rechtsorde in gevaar brengen, enzovoorts. Niets van dat alles is bewezen, zeggen de Duitse onderzoekers.

Deze ontnuchterende feiten betekenen echter niet dat de hulpvraag niet serieus genomen moet worden. De hulpverlener moet echter oppassen zich blind te staren op het doorgaans kortstondige verblijf in de religieuze groepering. Volgens de Duitse onderzoekers is er namelijk een aanzienlijke kans dat psychische problemen reeds in een eerdere fase aanwezig waren. In een eventuele behandeling zou de nadruk moeten verschuiven van sekteperikelen naar mogelijke problemen in de opvoeding, het gezin of het huwelijk. Daarin voorziet de bestaande hulpverlening, hoewel de Groenen ervoor pleiten in zo'n geval eveneens een deskundige op het gebied van religieuze bewegingen te raadplegen.

En als de levensbeschouwelijke minderheden de gevestigde maatschappelijke regels overtreden, ook dan is de bestaande wetgeving voldoende bij machte deze overtreders aan te pakken. In die zin wijkt de inhoud van het rapport, met uitzondering van de aanbevelingen, nauwelijks af van het Nederlandse onderzoek 'Overheid en nieuwe religieuze bewegingen' uit 1984, inclusief het voorbehoud tegenover Scientology. Deze groepering neemt ook in de Duitse discussie een aparte plaats in. Over geen andere beweging is namelijk zo veel en zo negatief geschreven als over deze.

Hoewel de meeste beschuldigingen tegen Scientology moeilijk zijn hard te maken, achten ook de Groenen ze dermate ernstig dat men de groepering vooralsnog niet het voordeel van de twijfel lijkt te gunnen. Het gaat dan vooral om de verhalen over de heropvoedingskampen in de VS, Engeland en Denemarken waar leden mishandeld zouden worden. Het rapport dringt er bij de overheden van die landen op aan om de aantijgingen te controleren. Scientology, dat door deze uitzonderingspositie enigszins geïsoleerd is geraakt van de overige bewegingen, heeft inmiddels voor deze zomer in een aantal Europese landen manifestaties aangekondigd. Op 10 augustus moeten die eindigen in een grote betoging in Frankfurt.

De al eerder genoemde zeven hoogleraren - een samenvatting van hun brief verscheen in het dagblad Die Welt van 28 mei - protesteren vooral tegen de samenstelling van de enquêtecommissie en de in hun ogen daaruit voortvloeiende heksenjacht op de religieuze minderheden. Van een commissie die voor een belangrijk gedeelte bestaat uit sektedeskundigen van de gevestigde kerken, kan moeilijk een evenwichtig oordeel over concurrerende levensbeschouwingen verwacht worden, aldus het clubje intellectuelen. Een der ondertekenaars, de aan de Keulse universiteit verbonden hoogleraar staatsrecht Kriele, verwoordde de essentie van de kritiek in een recente uitgave van het gerenommeerde vakblad Zeitschrift für Religionspsychologie: 'de jacht op de sekten geeft meer aanleiding tot zorgen dan het aantal sekten zélf. De zaak is heel simpel: burgers die de wet niet overtreden moeten met rust worden gelaten. Religie en levensbeschouwing moeten vrij zijn en vrij blijven - ook in Duitsland.'

De eerste zin van Kriele's uitspraak doet denken aan een stelling bij het proefschrift van de socioloog Paul Schnabel: 'de nieuwe religieuze bewegingen kunnen in Nederland in het algemeen niet als een gevaar voor de geestelijke volksgezondheid beschouwd worden, sommige reacties erop wel.' Dat schreef hij al in 1982.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden