Stampende herrie doet ruiten sneuvelen op DJ-convention

AMSTERDAM - 'I am a DJ and I am what I play' zong David Bowie in 1979 en dat was niet vleiend bedoeld; de deejay, die populaire held van radio of disco was in wezen slechts een local hero, een reclamezuiltje, een sukkel, een koekoek die geluid maakte met de eieren van anderen.

Nu is het anders en is de dj een ster. En zo zaten ze dan ook donderdag achter de tafel tijdens een van de panels van de DJ-convention in de Westergasfabriek: nonchalant en onzin uitkramend - precies wat popsterren ook mogen en dus doen. De inhoudelijk gezien meest fundamentele vraag gedurende de paneldiscussie kwam dan ook van een klein jochie dat onverbloemd aan dj Dimitri vroeg: “Hoe lang heeft het geduurd voor je bekend werd?” Applaus. Niet lang, zo blijkt.

Andere vraag, nu van een dj die hunkert naar wat meer status: “Worden jullie wel een beetje netjes behandeld in de clubs?” Antwoord: “Soms. In de Randstad zeker. In de provincie vaak niet.” Filosofie erachter: Daar snappen ze niet wat voor parels ze met Miss Monica, Ronald Molendijk etc. in huis halen en denken ze dat het nog gewoon om plaatjes draaien gaat. In de grote zuiveringshal op het terrein begint de teringherrie al vlak na elf uur 's ochtends. Meer dan honderd dj's uit het hele land doen mee aan het 'World record mixing'. Wie bedenkt dat de herrie (k-boem, k-boem, k-boem, eeeehhhhhh, strts, strst, kleng, k-boem, k-boem, k-boem - break, etc.) pas vijf uur later haar climax vindt in een indrukwekkende knal met vuurwerk, begrijpt dat er in de loop van de dag ook enkele ruiten van een nabijgelegen gebouw zullen sneuvelen.

“Ja”, erkent de eerste deelnemer nadat hij zijn twee minuten heeft volgemixed, “het begon wel heftig.” Om een indruk te geven. Als het startschot gegeven is, zet de bekende dj Dano - 'hij heeft de house in Nederland groot gemaakt' - de toon met een hardcore-intro met ruim 200 beats per minuut. Als eerste deelnemer mag Robin Neuvel (21) het overnemen. Het tempo zakt iets en je ziet: zo aan het front, een met lucht gevulde space-shuttle met een ijzeren raamwerk als stuurcabine, met twee pick-ups, twee cd-spelers en een mix-tafel valt het niet mee cool te blijven.

Met name de jongen na Robin maakt niks klaar, is de algemene opinie. “Je hoorde gewoon hoe hij de plaat erin gooide.” En dat is fout. Bij een goeie mix verschijnen en verdwijnen de in de beat ingebrachte plaatfragmenten vrijwel geruisloos. Abrupte breaks mogen wel, maar dan alleen als het ritme er niet onder lijdt en dat is bijzonder moeilijk.

Robin (kortgeschoren, vette kuif achterover, lekker Noord-Hollands accent, bomberjackie, maar geen gabber) vindt het leuk dat hij het spits af mocht bijten. Net als zijn vriend Mark (20) die vooral van techno houdt, vindt hij echter wel dat er veel mainstream aanwezig is. Joris alias Brutus, 18 en wel dj, maar meer 'old skool' en 'trance' valt bij: “Veronica is nog net niet aanwezig, anders was het echt fout hier.”

Wat vooral opvalt bij een rondgang door de gebouwen van de voormalige Westergasfabriek is de vreemde combinatie van avantgarde en massacultuur. Alles bij elkaar heeft de DJ-convention het meest weg van een beurs. In de zuiveringshal, waar ook andere dj-wedstrijden gehouden worden ('Scratch to the edge' bijvoorbeeld, waarbij de techniek van het scratchen - 'kgg-kgg' - centraal staat), zijn dan ook allerlei firma's die hun high-tech spullen hebben uitgestald.

In de tentgang die je van de ene in de andere ruimte loodst, ruikt het naar verfspuitbussen, want net zoals de high-tech en het videospelletje hoort ook graffiti bij de house-cultuur. En acid natuurlijk, maar daar praat je niet over, tenzij je de safe house-stand van de 'Stichting Adviesbureau drugs' bezoekt.

Twee uur later is de beat gezakt naar clubhouse-level (nog maar 180 beats per minuut). De zuiveringshal staat blauw van de weeddampen, terwijl een paar ruimtes verderop mensen worden uitgenodigd zich 'creatief te uiten'. Iedereen kan zich uitleven waarna de mooiste werken door een bekend sigarettenmerk voor reclamedoeleinden zullen worden gebruikt. Want dat is ook 'dance': “Jij komt met het idee. Wij zorgen voor de materialen om jouw visie werkelijkheid te laten worden.”

“Zoveel kankerherrie heb ik nog nooit gehoord.” Vj Titus van Eck (36) heeft heel wat meegemaakt, maar wat hij in de zuiveringshal meemaakt, overtreft alles. Van Eck treedt sinds enige tijd op als video-dj (=vj) tijdens dance-party's, waar het beeld vreemdgenoeg nog een ondergeschikte rol speelt. Als lid van het collectief Cutup verzorgt hij lichtshows aan de hand van een mix van lichteffecten, videobeelden en live-opnames. Van Eck: “Onze apparatuur is zo afgesteld dat de beelden het effect krijgen van lampen. Ik zet bijvoorbeeld een camera op jouw hoofd en maak daar dan een stroboscopisch beeld van.”

“De naam Cut-up is afgeleid van de ideeën van een van de godfathers van de beat-generation, de Amerikaanse schrijver William Burroughs. Hij zei: 'alles is er al, dus iets nieuws valt er niet meer te ontdekken'. Maar wat je wel kunt doen, is het bestaande in stukjes hakken en daarmee een totaal nieuw beeld of zelfs nieuwe wereld mee maken. In feite borduurt de dance, met alle moderne technische middelen die er tegenwoordig zijn, daarop voort.”

De invloed van Burroughs blijkt ook uit het verhaal van de op de DJ-convention debuterende 'alternative'-act Ozark Henry. Terwijl Ozark slaat op een berg in Missouri, slaat Henry op Burroughs, die veel van zijn figuren Henry noemde en daarmee vaak ook nog eens naar heroiëe verwees. Toen de band voor de pas uitgebrachte cd 'I'm seeking something that already has found me' het aantal nummers moest terugbrengen van 34 tot 12, zag zanger Piet Goddaer het even niet meer voor zich: zoveel nummers, wat kies je dan nog?

En zo zat hij de dag van de deadline voor de tv wat te zappen. Hij werd er zo moe en lusteloos van dat hij nog maar een nummertje op de piano maakte, het 35e. En dat werd het eerste nummer van de cd: 'This specific cacophony'. Goddaer: “Dat vreemde gevoel. Dat je deel uitmaakt van een wereld waar je niks mee doet. Allez; wat is dat dan? Toen, puur uit verveling dus eigenlijk, ontstond uit al die verbrokkelde informatie opeens iets nieuws met een dramatische lading. Alsof ik al die stukskes nieuw leven inblies.”

Zo werkt het met de muziek van Ozark Henry ook. De basis is een klassiek nummer dat hij meestal speelt op piano. Dan volgen de arrangementen zoals de elektronische drums, de orkestrale moogeffecten, de gitaren en noem maar op. Hoewel het geluid soms aan triphop doet denken, heeft de muziek van Ozark Henry weinig met triphop te maken.

Nee, het is eerder 'nieuwe nostalgische muziek' waarbij niet de beat of het ritme maar het geheel vooral 'harmonieus' moet zijn. Goddaer vindt het dan ook op zijn minst bijzonder dat de groep nu zijn debuut maakt op een dance-event.

Als Piet Goddaer (zang en gitaar), Filip Tanghe (drums) en Pol Isaac (toetsen) even later in het machinegebouw optreden, wordt zichtbaar hoe weinig Ozark Henry met dance van doen heeft en hoe weinig dance-adepten met Ozark Henry hebben. Binnen een kwartier loopt de zaal leeg. Ten onrechte. Want de door dance-beats ondersteunde muziek bereikt gaandeweg een hoogtepunt in opvallend meeslepende melodielijnen, die soms zelfs doen denken aan de beginperiode van bands als Bauhaus en Joy Division.

Het wordt nog erger als de jongens na een half uur ook nog eens gesommeerd worden te stoppen omdat het tijdsschema anders in de war loopt. Het is duidelijk, het publiek wil geen 'specific cacophony', het wil dansen op de dreunen van een dj, en waarom? 'Because we're radical, because we're not'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden