Stammenstrijd over de stralende muur

Vanaf januari 2002 moeten nieuwe woningen voldoen aan de stralingsprestatienorm. Doel: het radioactieve radon mag niet meer slachtoffers eisen. Wetenschappers zetten hun vraagtekens bij het te gebruiken radon-model dat deze maand zijn definitieve vorm krijgt. De bouwwereld is tegen. Heeft Nederland wel een radonprobleem?

De Gezondheidsraad rapporteerde vorig jaar dat jaarlijks in Nederland 800 mensen aan longkanker overlijden door de blootstelling aan radioactief radon in hun woningen. Het was geen keihard cijfer - de schattingen liepen uiteen van 100 tot 1200 gevallen van longkanker - maar 800 doden was volgens de raad toch de beste schatting.

Het cijfer was ook niet nieuw. Radon is al vanaf het begin van de jaren tachtig een bekend probleem in Nederland en in die twintig jaar is het geschatte sterftecijfer nauwelijks veranderd. Het is wel een lastig probleem gebleken, met name voor beleidsmakers. Juist in de jaren tachtig begon de overheid het stralingsbeleid aan te scherpen. Het risico om aan straling te overlijden moest net zo klein zijn als de risico's van andere industriële activiteiten.

Dat betekende dat jaarlijks niet meer dan één op de miljoen Nederlanders mocht overlijden aan de gevolgen van radioactieve besmetting, bijvoorbeeld door het gebruik van kerncentrales. Hoe nobel dit streven ook was, het kwam wat vreemd over dit te eisen als tegelijkertijd vijftig Nederlanders per miljoen overleden door de straling in hun huizen.

Maar was het ook een probleem voor de overheid? Radon is een natuurlijke stralingsbron en natuurlijke radioactiviteit valt niet onder de stralingsbeschermingsregels. Radon is het vervalproduct van radium, een atoom dat van nature in kleine hoeveelheden in de bodem zit en chemisch nauw verwant is aan calcium. Als radium vervalt in het edelgas radon, verliest het zijn binding met de bodem - of eventueel met bouwmaterialen zoals beton of gips. Het radongas, of de vervalproducten daarvan, kunnen door iemand worden ingeademd en zich in diens longen nestelen. De straling die dan wordt afgegeven, kan kanker veroorzaken.

Zoals gezegd, het is een natuurlijk proces. De buitenlucht bevat in Nederland gemiddeld 3 Becquerel radon per kubieke meter (Bq/m3). Maar woningen werken als een soort stolp en kunnen veel meer radon vasthouden. Uit een groot onderzoek uit 1984 bleek dat de gemiddelde radonconcentratie binnenshuis in Nederland 22 Bq/m3 bedroeg. En toen het onderzoek in 1995 nog eens werd overgedaan, met nieuwbouwwoningen, kwam men uit op een gemiddelde concentratie van 28 Bq/m3. Helemaal natuurlijk was het proces blijkbaar toch niet.

Wat te doen? In juni 1997 vond de toenmalige staatssecretaris van volkshuisvesting Tommel dat het huidige stralingsniveau in elk geval niet mocht stijgen. Hij stelde voor om in het zogeheten Bouwbesluit eisen op te gaan nemen voor nieuw te bouwen woningen zodat het stralingsniveau beneden een bepaald maximum zou blijven, bijvoorbeeld beneden die 28 Bq/m3. Een commissie moest een methode ontwikkelen waarmee aan de hand van de bestektekeningen het stralingsniveau kon worden bepaald.

Dat was makkelijker gezegd dan gedaan. Het was in 1997 slechts globaal duidelijk hoe de verschillende radonbronnen bijdroegen aan de totale concentratie. De bouwmaterialen speelden een grote rol, met name beton, terwijl de kruipruimte, die in de jaren tachtig nog voor de hoofdschuldige werd gehouden, van minder belang was gebleken. Ten slotte was het ventilatievoud van de woning - de snelheid waarmee de binnenlucht werd ververst - essentieel; dat verklaarde immers waarom de concentraties in moderne, goedgeïsoleerde en dus 'luchtdichte' woningen zo hoog was. De grote vraag was hoe al die factoren in één bepalingsmethode moesten worden gegoten.

Vier jaar later is de klus bijna geklaard. Er moeten nog een paar puntjes op de i worden gezet, maar binnen een maand stuurt de normcommissie haar bepalingsmethode naar de staatssecretaris. Deze zal de methode in januari 2002 laten opnemen in het Bouwbesluit. Het ministerie broedt nog op de hoogte van de norm, maar verder lijkt niets meer de invoering van deze Stralingsprestatienorm in de weg te staan.

Daar zal de burger niet zo blij mee zijn, zegt de Groningse fysicus Rob de Meijer, tevens hoogleraar radioactiviteit in de woonomgeving aan de Technische universiteit Eindhoven. ,,Als de overheid denkt dat ze met dit model regels kan opstellen, is dat heel dubieus.'' Het model deugt niet, vindt De Meijer: ,,We begrijpen nog steeds niet goed hoe alle factoren samenwerken''.

Dat blijkt ook wel. Als je het model goed zou toepassen op een bestaand huis, kom je veel te laag uit. De normcommissie heeft dit probleem ook gezien en werkt daarom met een erg laag ventilatievoud: de woning is in haar model nu zo dicht als een huis, geen wonder dat de radonconcentratie daarin kan oplopen.

Dat kan zo helemaal niet, zegt dr. Emiel van der Graaf, medewerker van De Meijer. ,,Uit al die metingen in de jaren tachtig en negentig bleek telkens dat het gemiddelde ventilatievoud in Nederlandse woningen één is: eens per uur wordt de lucht in huis ververst, en niet eens per drie uur zoals de commissie wil. Die één is een gegeven, dus die moet in het model. Als de uitkomst dan niet klopt, snappen we blijkbaar iets nog niet.''

De Groningers legden hun kritiek neer bij de commissie, maar die trok er zich slechts ten dele iets van aan. De commissie voerde een nieuwe factor in, de bewonersinvloed - mensen zetten wel eens een raam open - en dat verhoogde het ventilatievoud van 0.3 naar 0.5. Die Groningse één, gemeten in meer dan duizend woningen, vond de commissie niet betrouwbaar.

,,Zo worden wij als lastige jongens terzijde geschoven'', schampert De Meijer, ,,terwijl zij een of andere foezelfactor invoeren om hun uitkomsten passend te maken. Dat was allemaal niet zo erg als je alle bouwmaterialen over een kam zou kunnen scheren. Maar dat is niet zo: uit ons onderzoek blijkt dat er tussen bijvoorbeeld gewoon beton en cellenbeton al een factor vijf verschil zit. Omdat er nog zoveel onzeker is, kan het gevolg zijn dat iemand straks zijn bouwplan ziet afgekeurd omdat het model zegt dat de radonconcentraties te hoog zullen zijn. Vervolgens krijgt die persoon het advies om andere materialen te gebruiken en blijkt dan nog slechter af.''

Ir. Arie de Jong, secretaris van de normcommissie, begrijpt de opwinding niet. ,,De Groningse kritiek is toch verwerkt? Natuurlijk begrijpen we nog steeds niet alles, maar wel al veel meer dan vier jaar geleden toen we begonnen. Ik ben er niet zo bang voor dat we met dit model verkeerde adviezen zouden gaan geven. We kennen de gevoeligheden ervan goed en ik verwacht dat het voor de diverse bouwwijzen goed zal scoren. Eigenlijk ben ik al tevreden als het model de trends goed weergeeft. En dat doet het.''

,,Waar baseert hij dat op?'', reageert Van der Graaf. ,,Als je model het gemiddelde al niet kan voorspellen, waarom zou het dat met trends dan wel kunnen?'' De Meijer vult aan: ,,Wat je op zijn minst zou moeten doen, is het model toetsen door de radonconcentraties in huizen ook te meten. Maar dat vindt men niet meer nodig. Ik ben bang dat de burger straks met een kluitje het riet wordt ingestuurd.''

Het is nog de vraag of het zo ver komt. De Groningse fysici zijn niet de enigen die moeite hebben met de stralingsprestatienorm. De bouwwereld - aannemers en fabrikanten - is ronduit tegen. ,,Een beetje merkwaardig'', zegt De Jong. ,,Ze hebben van het begin af aan in de normcommissie gezeten. We wisten natuurlijk dat ze hier niet om zaten te springen, maar ze hebben toch loyaal meegewerkt. Nu het plan bij de politiek komt, lopen ze er pas echt tegen te hoop. Ze zijn kennelijk bang voor Pronkeriaanse activiteiten.''

Wim Zijlstra, secretaris milieuzaken van de werkgeversorganisatie VNO-NCW, ontkent dat de bouwwereld nu pas van zich laat horen. ,,We hebben altijd flink commentaar geleverd in de commissie. Maar ja, hoe gaat dat? De commissie beslist bij meerderheid. Op een gegeven moment zijn we voor het blok gezet. En ik kan u zeggen: we zijn hier niet gelukkig mee. Straks kan, op grond van een wankel model met grove aannames, zeker 30 procent van de geplande woningen niet worden gebouwd.''

Zijlstra heeft er moeite mee dat het model zo'n nadruk legt op bouwmaterialen. Hij is het ermee eens dat de radonconcentraties niet verder mogen stijgen, maar een beperking in de keuze van bouwmaterialen. . . ,,Wij bepleiten om meer aandacht te schenken aan een betere ventilatie. Dat is veel simpeler, en heeft ook andere voordelen, zoals de bestrijding van stof.''

De Meijer heeft daar zijn twijfels bij. Bij twee keer zo hard ventileren gaat een hoop warmte verloren. Los van de vraag of dat technisch en praktisch haalbaar is. Hij vraagt zich af of het wel zo verstandig is om nu de hakken in het zand te zetten ,,Het plan zoals het er nu ligt, is voor de bouwwereld nog niet zo slecht. Ik denk dat de branche in de toekomst nog wel dieper door het stof moet.''

Zijlstra denkt van niet. Want eigenlijk gaat er aan het genoemde bezwaar nog iets principiëlers vooraf. ,,Hebben we in Nederland wel een radon-probleem? We zitten hier relatief erg gunstig. Andere landen hebben een veelvoud aan gemiddelde radonconcentraties. In sommige streken ligt dat gemiddelde op enkele honderden Bq/m3. Waarom moeten wij weer voorop lopen en als eerste zo'n norm invoeren? Ik zal niet ontkennen dat we hier van 22 Bq/m3 naar 28 Bq/m3 zijn gegaan, maar is dat niet van zeer veilig naar veilig?''

Waar zijn die 800 doden per jaar, wil hij maar zeggen. En als die schatting terecht is, moeten ze in Finland of delen van Noord-Amerika, waar de concentraties veel hoger liggen, toch een gigantisch probleem hebben?

Hier wordt een terrein betreden waar een heuse stammenstrijd woedt, zoals Van der Graaf uit Groningen het noemt: wat is een betrouwbare schatting voor het verband tussen radonconcentraties en longkankerdoden?

Die schatting van 800 per jaar is gebaseerd op studies onder mensen die in uraniummijnen hebben gewerkt. De radonconcentraties waren daar erg hoog, de mijnwerkers stonden er langdurig aan bloot, dus lukte het om uit de statistieken het gezochte verband te destilleren. ,,Al was het zelfs in dit geval erg moeilijk om de bijdrage van radon te isoleren van andere factoren'', zegt ir. Chris Huyskens, secretaris van de ICRP, de internationale commissie die adviseert over stralingsbescherming.

Maar het grootste manco van de mijnwerkersstudies is dat de stralingsdoses in woningen veel lager zijn dan in de mijnen. Mag je het aantal doden dat je bij hoge doses vond, naar verhouding terugrekenen voor lage doses? Ja, zei de Gezondheidsraad, en kwam zo uit op 800 doden per jaar. Ja, zegt ook Huyskens, ,,maar je moet wel beseffen dat het vermoedelijk een overschatting is.''

Maar anderen zeggen nee, en daar wijzen de tegenstanders van radonmaatregelen graag naar. Eigenlijk hebben deze sceptici maar één held, de Amerikaanse epidemioloog dr. B. Cohen uit Pittsburgh - 'een meester in het doorzoeken van hooibergen', zegt Huyskens. Cohen vergeleek voor diverse Amerikaanse staten de radon- en longkankerstatistieken, husselde eens flink met al die gegevens en concludeerde toen dat er geen correlatie tussen die twee bestond. Lage radondoses konden dus geen kwaad. Sterker nog, als Cohen nog eens extra goed keek, leek het erop dat een klein beetje radon zelfs heilzaam kon zijn.

Huyskens veegt er de vloer mee aan. ,,Dit is het tricky terrein van de interpretatie. Als je geen statistische correlatie vindt, betekent dat nog niet dat er geen verband is. Zeker bij dit onderzoek waar het ondoenlijk was om radon als aparte factor te isoleren.''

Ook de radiobioloog dr. Henk Leenhouts van het RIVM, die vorig jaar mede het Gezondheidsraadadvies over radon in woningen schreef, vindt Cohens werk onzorgvuldig. ,,Radon levert in vergelijking met roken een kleine bijdrage aan de longkankeraantallen. Dat maak je met de grove methodes van Cohen niet zichtbaar.''

Over de aanpak van het radonprobleem in Nederland zijn de twee stralingsdeskundigen het oneens. Huyskens zou, net als zijn ICRP, alleen extreme situaties willen aanpakken. ,,Maar bij de weg die Vrom nu inslaat, zou ik de vraag willen stellen: staan de inspanningen wel in verhouding tot de winst? Radon is natuurlijk een luxeprobleem en als die radonmaatregelen een fluitje van een cent kosten, moet je het niet laten. Maar als die kosten hoog zijn, kun je het geld wellicht beter elders besteden. Ik zou wel eens een goede kosten-baten-analyse willen zien. Maar die is er niet.''

Leenhouts vindt dat een vreemde redenering.

,,We weten dat radon longkanker kan veroorzaken. We hebben in Nederland afgesproken dat de stralingsrisico's van burgers zeer laag moeten zijn. Dan kun je wel zeggen: die radonmaatregelen zijn veel te duur, laten we maar niks doen. Maar het is een feit dat de longkankerschade door radon vijftig keer zo groot is als van andere stralingsbronnen. En we leggen bijvoorbeeld de kerncentrale van Borssele toch ook zeer strenge eisen op?''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden