Stadsslot in Berlijn herrijst als fata morgana uit het stof

BERLIJN - De hoofdstad van Duitsland zoekt een hart. Aan het eind van Unter den Linden staat een treurig bouwsel, al jaren gesloten, de lampen voorgoed gedoofd. Als bij hoge uitzondering een bezoeker door de zalen wordt geleid, draagt hij een masker voor neus en mond.

Het Volkspaleis van de DDR, Ulbrichts en Honeckers ode aan het socialisme, is een met asbest vergiftigde schijndode. Uiterlijk onveranderd staat hij daar, alsof elk moment de duizenden lichten van Honecker achter het oranje spiegelglas weer ontstoken kunnen worden, maar de kolos heeft zijn ziel verloren en de ontbinding is een kwestie van tijd.

Maar wat moet er komen, na de sloop van het gebouw, op deze zo beladen plek, in dit middenste midden van Berlijn? Het fantoom van de DDR is nog niet verdwenen. Het beste laat het zich verdrijven met een ander fantoom, moeten sommigen gemeend hebben.

Pal voor het Volkspaleis is het verschenen, in dertig meter lange gewaden van geplastificeerd canvas. De argeloze voorbijganger wrijft zijn ogen uit. Het stadsslot van de Hohenzollerns is herrezen uit zijn as: een fata morgana uit stof. Precies op dezelfde grondstructuren en met precies dezelfde afmetingen heeft het slot zijn vroegere plaats weer ingenomen, in een sprookjesachtig okergeel, dat merkwaardig genoeg eerder de werkelijkheid van zijn omgeving als die van zichzelf in twijfel trekt. Alleen de glanzend wit gerestaureerde beelden op de Slotbrug vallen plotseling op hun plaats.

In 1950 liet Walter Ulbricht het zwaar beschadigde, maar herstelbare bouwwerk dat tot de grootste barok-ensembles van de wereld behoorde, opblazen. Bijna niets bleef ervan bewaard. Alleen portaal IV, waarboven Karl Liebknecht in 1918 de communistische republiek had uitgeroepen, werd als een ikoon (zij het na verwijdering van de Pruisische insignes van adelaar en kroon) ingemetseld in het staatsraadsgebouw, waar het politburo zetelde.

Vandaag kan men het portaal twee keer zien: eenmaal als origineel en enmaal als onderdeel van dat reusachtige trompe d'oeuil, dat nu Unter den Linden zo machtig kroont. Het idee voor de bouw van de luchtspiegeling was afkomstig van de Hamburgse zakenman Wilhelm von Boddien, die in het nieuwe hart van Berlijn graag het oude slot herbouwd zou willen zien.

Boddien riep een stichting in het leven die de gedachte van een slotreconstructie actief moest zien te verkopen. In de Berlijnse senaat leek zijn idee vooral onder christendemocraten welwillend opgenomen te worden, maar tegenstanders repten honend van een poging tot Pruisische renaissance; sommigen meenden dat het Volkspaleis uit respect voor de DDR-geschiedenis behouden moest blijven.

Die laatsten moeten hun hoop begraven, het Volkspaleis wordt definitief gesloopt, en het ministerie van buitenlandse zaken heeft op het terrein een claim gelegd. Toen Klaus Kinkel zijn vlag in het oude Berlijnse stadshart had gepland, steeg een schreeuw van verontwaardiging uit het volk omhoog en Kinkel moest bezweren dat er ook ruimte zou blijven voor een openbaar gebruik van deze plek. Maar het stadsslot? Dat leek alleen al vanwege de kosten een onmogelijk voorstel. Bovendien, wat moet men eigenlijk nog met een kopie?

Boddien bracht daartegen in dat het na-oorlogse stadsbeeld van Duitsland goeddeels door kopieen of bijna-kopieen wordt bepaald. Het slot in Stuttgart, de residentie in Munchen, de Zwinger in Dresden, de opera in Frankfort, en in Berlijn de Franse en Duitse dom, het Opernpalais en het Kronprinzenpalais, de reeks van weer opgebouwde bouwwerken is onuitputtelijk. Waarom niet ook het stadsslot weer opbouwen? “Wie niet horen wil, moet zien”, zei Boddien en met toestemming van de Senaat begon hij vanaf maart met de voorbereiding van een textiele reconstructie op de Marx-Engels-Platz. Eerst verrees Europa's grootste steigerconstructie, terwijl Boddien bij een in monumentale werken gespecialiseerde firma in Parijs de grote canvasdoeken liet vervaardigen en beschilderen.

Vier miljoen moest het project kosten, maar Boddien wist voor zijn idee een aanzienlijke groep van industrielen en enthousiaste Berlijnse donoren te winnen. Tweederde van de financiering is rond, het andere deel moet uit de opbrengst komen van de expositie die binnen het steigergeraamte is ingericht.

Voor negen mark kan de bezoeker daar op oude foto's iets van het vroegere slot ervaren, maar niet alleen dat.

Brokstukken

Er zijn ook nog een paar originele brokstukken van de eens zo rijk geornamenteerde slotfacade te zien. Een zekere ontroering wekken zulke stenen getuigen: de zwartberookte beelden, de rosette, de torso van een adelaar of de gebroken karyatyde die ooit een van de balkons schraagde. Honderd dagen kan men zich over het spektakel, dat deze week voor het publiek toegankelijk werd, verbazen. De expositie tenslotte wil ook een heel ander verwijt niet onbesproken laten - dat namelijk Boddien met zijn stunt leunt op comfortabele vooroordelen tegen de moderne architectuur en kunst. Op de tentoonstelling is ook plaats ingeruimd voor de bebouwingsvoorstellen van belangrijke hedendaagse architecten als Axel Schultes en Hans Kolhoff. Het nieuwe hart dat Schultes voor Berlijn ontwierp is een piazza, door kolonnaden omrand.

Maar voorlopig klopt eerst dat hart uit canvas.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden