Stadsnatuur: leuker dan de Veluwe

Stadsnatuur is heel gevarieerd, de dieren zijn tam én er is overal horeca. Remco Daalder wandelt door honderden natuurgebieden, allemaal in Amsterdam.

Moet je nou eens even blijven staan. Remco Daalder houdt midden op het pad halt en kijkt schuin omhoog. Van links naar rechts, en weer terug. "Ik hoor een zanglijster. En een heggemus. Ehhhh zwartkoppen. Winterkoninkje. Vinken. En tjiftjaf! Kun je nagaan: midden in Amsterdam, in een groenstrook die nog geen vijftig meter breed is." Wat Daalder maar wil zeggen: de stad barst van de natuur.

De stadsecoloog van Amsterdam stuit op zijn tochten door zijn werkgebied regelmatig op verscholen plukjes groen, verlaten parkjes, maar komt ook langs drukke recreatiestroken en waterpartijen die allemaal aparte landschapjes vormen, zonder dat iemand zich daarvan bewust is. En dat is jammer, vindt Daalder, want natuur en vooral de beleving daarvan kan het wonen in de stad zoveel leuker maken. Hij schreef daarom een boekje met daarin zestien wandelingen door zijn stad die alle groene parels aaneenrijgen.

Stadsnatuur, zegt Daalder met een knipoog, is eigenlijk veel aantrekkelijker dan die buiten de bebouwde kom. "De dieren in de stad zijn veel tammer. Ze zijn gewend aan mensen, worden niet bejaagd en zijn daardoor beter benaderbaar en zichtbaar. Een reiger blijft hier gewoon zitten. Stadsnatuur is ook veel afwisselender. Het groen in de stad bestaat uit allemaal kleine natuurgebiedjes die elkaar snel afwisselen. Die grote Veluwe bijvoorbeeld begint op een gegeven moment saai te worden. Maar in de stad wissel je moerasbos in voor grasland, en rietlanden voor weide, en dat allemaal binnen een vierkante kilometer. Het laatste voordeel van groen binnen de stad: er is altijd horeca in de buurt. Zoeken naar een terrasje is hier beslist geen opgave."

Daalder wil die afwisseling laten zijn op een wandeling van het Amsterdamse Stadionplein naar het Sloterpark. Pal achter het Olympisch Stadion voert die tocht via een brug over de Schinkel naar de zogenaamde Schinkeleilanden, een park aangelegd in 2010. Veel gras hier, en dat is jammer, maar ontwerper Edwin Santhagens heeft wel degelijk aan de natuur gedacht. In het water rond de eilanden heeft hij lange palen geslagen, die hij aalscholverpalen noemt. En verrek: ze doen hun werk. Twee van deze vogels hebben plaatsgenomen, laten hun ontlasting langs de paal naar beneden druipen en spreiden hun vleugels uit om die zo te laten drogen. Kok- en zilvermeeuwen doen ook mee.

Op de bolle eilanden heeft Santhagens iets soortgelijks uitgehaald. Tientallen stammen, afkomstig van verschillende boomsoorten, staan rechtop in de aarde. Die mogen hier in geheel eigen tempo verrotten. Kastanje als hardhout blijft lang goed, maar de berk wordt nu al door dropzwammen, elfenbankjes en tonderzwammen aangetast. Ze maken het hout zo bros dat insecten het kunnen gebruiken, en die trekken op hun beurt weer spechten aan. "Ze zeggen dat een specht een bosvogel is, maar als hij zijn insecten in een Amsterdams park kan krijgen, is hij er ook hoor", zegt Daalder.

"Met kleine, maar slimme ingrepen is in de stad heel veel natuurwinst te halen", aldus Daalder, "en dat hoeft helemaal niet veel te kosten. Bij de aanleg van een viaduct, stadspark of verbindingsweg kijken we iedere keer hoe we met eenvoudige ingrepen natuurlijke processen kunnen stimuleren.

Onder viaducten hebben we bijvoorbeeld lange tijd boomstronken en kluiten gelegd, zodat zoogdieren en reptielen deze verbinding kunnen gebruiken. Dat werkt fantastisch, alleen hebben we het hout inmiddels vervangen door grote zwerfkeien, omdat de stronken te brandbaar waren. Langs het open water bij IJburg hebben we de oevers bekleed met een type steen waaraan zoetwatermosselen hechten. Die trekken weer meerkoeten aan. Zo maken we steeds het verschil."

Natuur is overigens geen doel op zich, stelt Daalder. "Als we in Amsterdam parkjes gaan aanleggen om natuurdoelstellingen te halen, is er onvoldoende draagvlak. Ik zie de natuur meer als middel. Het maakt het wonen en leven in de stad prettiger. Met dat argument wil ook iedereen meedoen."

Via een lange heg, een ideale wereld voor de bedreigde stadsmus - en dat is te horen ook - gaat de route onder de rondweg A10 door om uit de komen bij de Nieuwe Meer, volgens Daalder de mooiste waterplas van Amsterdam, met rondom bossen en moerassen. Weg is de stad hier. Links ligt nog financieel zakencentrum De Zuidas, maar rechts lijkt het op de Donau-delta. Niet de gemeente heeft hier voor natuur gezorgd, het zijn vrijwilligers die moerasbos De Oeverlanden beheren.

Het lijkt alsof ze de natuur haar gang laten gaan. Wilgen, essen, bramen en brandnetels woekeren door elkaar heen. Een populier kan op deze locatie de natuurlijke vorm behouden: de boom is hier geen rechte dunne spriet maar vormt als het ware een bos op zich. Als een boeket tulpen reiken de verschillende uitlopers de lucht in.

Toch is deze wildernis bedacht, en weten de vrijwilligers waar ze vanaf moeten blijven, en waar ze wel ingrijpen. Het resultaat van deze 'beheerde wildernis' is dat op deze plek de meeste wilde planten van Amsterdam te vinden zijn. De rietorchis komt hier voor, en de breedbladige wespenorchis. 's Avonds zijn in dit stadsoerwoud de nachtegaal, waterral en rietzanger te horen.

Amsterdam telt zo'n dertig soorten zoogdieren. Er zwemmen zeventig soorten vissen en er broeden 150 verschillende soorten vogels. Van de 3000 Nederlandse soorten paddestoelen, zijn er duizend binnen de stadsgrens te vinden. De soortenrijkdom is zo hoog vanwege dat grote aantal verschillende landschapjes. Amsterdam kent zelfs een gebergte: op de huizen leven dieren die van oorsprong klif- en rotsbewoners zijn, en de platte daken van de flats worden door scholeksters gebruikt als nestplaats: die vlakken zijn tegenwoordig rustiger dan de polders net buiten Amsterdam.

Ecoloog Daalder is met stadsnatuur grootgebracht. Geboren op het oostelijke eiland Kattenburg waren de postduiven van zijn opa zo'n beetje de eerste dieren die hij tegenkwam. Maar daarna ontdekte hij al snel de gierzwaluwen die het voorjaar aankondigden, en de sperwers die weer achter de duiven aanzaten. Daarna begon zijn ontdekking van de parken en lag de stadsnatuur aan zijn voeten.

De kern van De Oeverlanden ligt rondom het Anton Schleperspad. "Je kunt aan de bomen zien dat hier de zwaar behaarde Schotse hooglanders worden ingezet", zegt Daalder. "Alle begroeiing tot borsthoogte is weggevreten." Dit stukje ruige Amsterdamse natuur wordt trouwens ook aangeprezen op de site Nighttours.com als 'the biggest cruising area in Amsterdam'. Want het blijft stadsnatuur.

'Natuurlijk Amsterdam, 16 wandelingen in en rond de stad', door Remco Daalder. Met tekeningen van Herwolt van Doornen. Prijs 17,50. Uitg. Lubberhuizen.

Tegelijk met het voorjaar ontspruiten drie boeken over natuur. Het zijn drie aanraders.

Lenteliteratuur
2 Natuur verwondert, en biedt troost
Caspar Janssen heeft een balkon. Met lege flessen en een vuilniszak. En een blauwe regen van de onderburen die brutaal over de balustrade klimt. Meer natuur is er daar niet.

Een kenner van huis-uit kun je hem ook niet noemen, maar dat is ook het charmante aan deze schrijver. Als journalist van de Volkskrant ontdekte hij de afgelopen tien jaar wat natuur is, en deze leek neemt de lezer als het ware mee op deze ontdekkingstocht.

Ongemakkelijk wordt het daardoor nooit. Janssen strooit niet met Latijnse namen, en technische beleidstaal laat hij al helemaal achterwege. Hij zal niet zo snel de Luscinia svecica in zijn 'natuurlijke habitat' treffen, maar eerder een 'vogeltje met een blauwe vlek' aan een rietpluim zien dat bij raadpleging van de 'Trion zakgids Vogels' een blauwborst blijkt te zijn. Een meelezende en meelerende natuurliefhebber kan het allemaal prima volgen.

Janssen is in tien jaar, en honderden uitstapjes verder, de natuur beter gaan begrijpen, en met determineren komt hij steeds verder. Maar toch is het vooral de verwondering die hem drijft. Een enkele keer laat hij zich zelfs uit het veld slaan.

In de Millingerwaard, vlakbij Bemmel waar hij zijn jeugd doorbracht, wordt hij getroffen door het Stendhal-syndroom. Dit syndroom speelt vooral op in Florence, zo schrijft hij, waar toeristen flauw kunnen vallen bij de aanblik van zoveel kunst. Janssen werd in de uiterwaarden duizelig van de schoonheid van de Waal. Dat is mooi.

In 63 korte verhalen, sommige hebben al zijn krant gestaan, deelt Janssen de jongensachtige ervaringen die hij tijdens al zijn struintochten opdoet.

Hij is in zijn nawoord open over het feit dat de natuur hem naast verwondering, troost biedt. In 2008 verloor hij zijn driejarige dochter. Stukjes over natuur gingen daarna ook over haar.

'Ontpopt', door Caspar Janssen, uitgeverij Atlas. Prijs 16,95. ISBN 9789045020969.

3 Mee de bomen in
Wie heeft bijgehouden dat hij voor zijn roofvogelonderzoek vanaf 1965 op 10.363 dagen in totaal 57.093 uur in het veld heeft gezeten, zo'n 70 procent van het aantal dagen in die periode, moet wel bezeten zijn. Rob Bijlsma is in ieder geval de roofvogelspecialist van Nederland, en met zijn laatste boek 'Mijn roofvogels' levert hij een kijkje in zijn allesoverheersende fascinatie.

Bijlsma is een bomenklimmer. Hij denkt dat hij dat voor zijn onderzoek doet. Maar, zo schreef Koos van Zomeren al in zijn voorwoord bij de Ecologische atlas van de Nederlandse roofvogels die Bijlsma eerder uitgaf: 'Ik denk dat hij onderzoek in bomen doet om in bomen te kunnen klimmen.'

Hoe het ook zij, in die toppen bestudeerde Bijlsma de buizerd, de havik en de slechtvalk. Hij beschrijft niet alleen de voorkomende soorten, maar verklaart de omvang van hun populatie ook aan de hand van de af- en toename van hun prooien en de verandering in landschap.

Toch gaat het boek dat Bijlsma schreef vooral over zijn eigen ervaringen. Zijn verhalen in de ik-vorm nemen lezers mee de top in, en vooral mee naar de wereld van de fervente vogelaars, zowel in Nederland als ver daarbuiten. Zijn publicatie had daarom misschien beter 'Onze onderzoeker' kunnen heten, vanuit de roofvogels bezien dan.

'Mijn roofvogels', door Rob Bijlsma, uitgeverij Atlas. Prijs 29,95. ISBN 9789045021263.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden