Stadsdorpen zijn het yin en yang van de Chinese metropool

Stadsdorp Baishizhou in de Chinese metropool Shenzhen. Beeld Leen Vervaeke

In de Chinese metropool Shenzhen ontkwamen rommelige stadsdorpen tot dusver aan de sloophamer. Er gaan steeds meer stemmen op om dat zo te laten. ‘De mensen zijn ontspannen en open. Die levensstijl moet beschermd worden.’

De straatlichten doen het niet vanavond, maar daar trekken de inwoners van Baishizhou zich niets van aan. Op een donker pleintje voeren enkele vrouwen synchrone danspasjes uit, wat verderop zitten mannen op plastic tuinstoelen pikante garnalen en oesters te eten. Een kleermaakster trapt voor haar deur een naaimachine aan. En op de stoep voor de apotheek zitten jong en oud samen voor de etalage, waar op een geluidloos televisiescherm hun dagelijkse soap begint.

Het is half tien 's avonds, het leven komt op gang in Baishizhou. Uit de metrohalte stromen de inwoners de smalle straatjes in. Klaar met de werkdag, na een uur of twaalf, maar nog lang niet naar huis. “Zie je hoe weinig licht er brandt?”, wijst architect Duan Peng naar de vensters van de oude flatgebouwen rond het plein. “Het leven speelt zich hier buiten af. Alleen wie airco heeft, blijft binnen.”

Het is een onverwacht tafereel, zo midden in het centrum van Shenzhen, de vierde grootste stad van China. De Zuid-Chinese metropool, in veertig jaar tijd uit het niets verschenen, staat bekend om zijn hightech en elektronica, zijn glimmende wolkenkrabbers en brede boulevards. Maar in Baishizhou zie je vrouwen hun kleren bij een waterput wassen, en restaurantuitbaters en mahjongorganisatoren die bij toerbeurt hetzelfde huurpand gebruiken. Het is er morsig en chaotisch, maar ook bruisend en energiek.

Hevig debat

Baishizhou is een zogenaamd ‘stadsdorp’, een stukje platteland in het midden van de stad, zoals Shenzhen er honderden telt. In de wilde urbanisering van de afgelopen veertig jaar zijn die dorpjes uitgegroeid tot overbevolkte armenwijken, en tegenwoordig ook tot onderwerp van hevig debat. Het stadsbestuur wil de wijken liever kwijt, maar steeds meer architecten en planologen laten een tegengeluid horen: zij vinden de stadsdorpen waardevol, als bron van tolerantie en diversiteit.

“Kijk naar die mannen op het plein, gezellig aan het eten in hun bloot bovenlijf”, grijnst Duan Peng. “Alsof ze in hun eigen woonkamer zitten. De mensen hier zijn ontspannen en open, iedereen praat met iedereen. Dat zie je niet meer in de moderne, commerciële delen van de stad. Die levensstijl dient beschermd te worden.”

De stadsdorpen zijn een bijproduct van de bijzondere ontstaansgeschiedenis van Shenzhen. Toen het Zuid-Chinese plaatsje in 1979 tot proefzone voor de Chinese markthervorming werd aangewezen, was het niet meer dan een verzameling markten en vissersdorpen. Maar toen eenmaal de lont van de economische groei was aangestoken, breidde de stad zich in razend tempo uit en werden de dorpen een voor een opgeslorpt. Baishizhou – letterlijk: Wittesteeneiland – kwam in het hart van de stad te liggen.

Handschudgebouwen

Officieel bleven Baishizhou en de andere dorpen plattelandsgebied, waardoor er amper bouwvoorschriften golden. Toen steeds meer arbeidsmigranten in Shenzhen hun geluk kwamen beproeven en goedkoop logement zochten, bouwden de dorpelingen hun perceeltjes snel vol met torenflats, zo hoog mogelijk, en zo dicht op elkaar dat ze ‘handschudgebouwen’ worden genoemd. Boven de benauwde steegjes kunnen overburen elkaar moeiteloos de hand reiken.

Zo groeide Shenzhen uit tot een hypermoderne metropool, met hier en daar eilandjes van regelloosheid. Die chengzhongcun – letterlijk: door stad omringde dorpen – speelden een grote rol in de opkomst van de stad: op zestien procent van de totale oppervlakte huisvesten ze 9 van de 20 miljoen inwoners van Shenzhen. Met kamertjes voor zo’n 150 euro per maand bieden ze een uitvalsbasis voor de goedkope arbeiders, onontbeerlijk voor het economische succes.

Maar nu Shenzhen is opgeklommen tot het Silicon Valley van China, zijn de rommelige stadsdorpen de overheid steeds meer een doorn in het oog. In 2005 besliste het stadsbestuur dat ze allemaal moesten verdwijnen, om plaats te maken voor lucratiever vastgoed. Gezien de hoge grondprijzen en uitkoopsommen ging dat minder snel dan gepland. Maar sinds 2012 zijn er volgens Duan Peng meer dan honderd van de oorspronkelijk 320 stadsdorpen tegen de vlakte gegaan, vooral in het centrum.

Spontaan ontstaan

Duan Peng kwam met de stadsdorpen in aanraking toen zijn werkgever, een Frans architectenbureau, vlakbij Baishizhou een kantoor opende. Aanvankelijk keek hij vanuit architecturaal oogpunt naar de drukbevolkte wijk, en vond hij het maar niets. “Het zijn simpele gebouwen, ruw gepland en ruw uitgevoerd”, zegt hij. Sommige stadsdorpen hebben een historische kern, maar Baishizhou bestaat volledig uit standaardflatjes uit de jaren negentig.

“Gaandeweg begreep ik dat de stadsdorpen geen architecturale, maar een sociologische waarde hebben”, vertelt Duan. “In elke stad heb je goedkope en dure woningen nodig. Je moet een evenwicht vinden, als yin en yang. In sommige steden bouwt de overheid daarvoor sociale woningen, maar in Shenzhen is dat evenwicht spontaan ontstaan, dankzij de stadsdorpen. Die lossen veel sociale problemen op, en het kost de overheid geen cent.”

Natuurlijk, erg comfortabel zijn de opgeschoten torenflats niet. Ze tellen soms tien etages, maar hebben geen lift of brandtrap, en in de steegjes komt geen straaltje zon. De meeste inwoners malen er niet om, voor hen telt alleen de prijs. “We betalen 110 euro voor een kamer van 7 vierkante meter”, zegt Zhou, die met haar man een eetstalletje uitbaat. De winst gaat naar hun ouders op het platteland, waar hun dochter opgroeit. “Als deze wijk afgebroken wordt, is het hier gedaan voor ons. Dan gaan we terug naar ons dorp.”

Maar de inwoners van Baishizhou zijn lang niet allemaal onderbetaalde arbeiders en sappelende straatverkopers. Er wonen steeds meer kantoorbedienden, hoogopgeleide techneuten en zelfs een hoop buitenlanders, voor wie het leven in een stadsdorp een bewuste keuze is. Dat is hier en daar al te merken. In het noorden van de wijk zit een microbrouwerij, waar een biertje 5 euro doet - er kan betaald worden met bitcoin. Net buiten de wijk zit een biologische supermarkt.

“Het leven in moderne hoogbouw is zo saai”, zegt Peng Xin, een fotografe die in een stadsdorp verderop woont, maar vaak in Baishizhou komt fotograferen. “Veel stadsdorpen zijn allang niet meer de armoedige wijken van voorheen. Je kunt veel afleiden door naar de kledingwinkels te kijken. Als het goedkope prullen zijn, is het waarschijnlijk een wat armer stadsdorp. Maar als het kleren zijn die je zelf zou kopen, dan zijn de inwoners al meer welvarend en divers.”

Stadsbestuurders

Het idee dat de stadsdorpen ook een meerwaarde hebben, lijkt heel langzaam tot een grotere kring door te dringen. In 2016 lanceerden architecten een plan voor het behoud van Hubei, een stadsdorp met traditionele laagbouw. De inspanning was tevergeefs, maar kreeg wel veel aandacht, tot in overheidskringen. In 2017 werd de gerenommeerde Biënnale voor Urbanisme en Architectuur in het stadsdorp Nantou georganiseerd. Ook hier kwamen stadsbestuurders en ambtenaars over de vloer.

“De houding van de overheid is veranderd”, merkt Duan Peng op. “Vooral doordat de bestuurders beseffen dat het veel te duur zal worden om alle stadsdorpen uit te kopen en te slopen. Nu zien we steeds vaker dat vastgoedbedrijven flatgebouwen van dorpelingen huren en renoveren, om er mooie appartementen van te maken. Ik denk dat er in de toekomst veel meer op renovatie dan op sloop zal worden ingezet.”

Renovatie is ook niet altijd een oplossing, aangezien in China geen huurbescherming bestaat en de huurprijzen na een renovatie de lucht in schieten. “Er zou een systeem moeten zijn om de stijgingen van de huur te controleren”, vindt Duan Peng. “Als er geen goedkope woningen meer zijn in Shenzhen, zullen er ook geen mensen meer zijn om de stad te ontwikkelen.”

Voor Baishizhou is het misschien al te laat, denkt de architect. In 2016 voerde hij campagne tegen de sloop van de wijk. Hij verzamelde handtekeningen, en fotografeerde inwoners met protestborden. Hij mocht zijn verhaal aan een paar vastgoedbonzen doen, wat hij positief vond, maar hij denkt niet dat het veel zal uitmaken.

Baishizhou ligt op een A-lokatie, en vastgoedontwikkelaars hebben veel geïnvesteerd in de voorbereiding. In het noorden van de wijk is al een eerste gebouw gesloopt.

Als het van Duan Peng afhing, dan was de oplossing voor Baishizhou eenvoudig. “Als ik mocht beslissen over Baishizhou, zou ik niets doen. Misschien wat zachte ingrepen: de wegen schoon houden, en activiteiten voor kinderen en ouderen organiseren. Maar verder zou ik de tijd zijn werk laten doen. Mensen willen altijd grote veranderingen, maar vaak wijst het zich vanzelf. Nu al zie ik hier nieuwe restaurants verschijnen, met mooie uithangborden. Verandering komt vanzelf.”

Lees ook: 

Big Brother hangt overal in China camera's met gezichtsherkenning op

In de metropool Shenzhen en eigenlijk overal in China hangen camera's die gezichten herkennen. Wie een overtreding begaat, wordt opgemerkt. Mensenrechtenorganisaties vrezen dat zo ook dissidenten in de gaten gehouden worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden