Review

Stadsdichter? Kom dan eens naar Amsterdam!

Robert Anker bundelde zijn gedichten over Amsterdam. Leuk, maar jammer dat hij zijn taak als stadsdichter zo gemakzuchtig opvatte.

Op de achterflap én in de inleiding van ’De dichter en de stad’, presenteert de tweede stadsdichter van Amsterdam, Robert Anker, (inmiddels alweer opgevolgd door Mustafa Stitou) zich met grote nadruk als ‘de eerste officiële stadsdichter van Amsterdam’.

Die titulatuur klopt niet. Anker is namelijk de twééde officiële stadsdichter van Amsterdam. De eerste was de acht maanden geleden overleden Adriaan Jaeggi, die volgens Ankers ‘in zekere zin zelfbenoemd’ was, alsof Jaeggi zichzelf op een mooie dag maar gewoon stadsdichter is gaan noemen. In werkelijkheid wist hij in 2005 het college van B & W ten langen leste over te halen om het stadsdichterschap in Amsterdam te introduceren, waarbij hem pardoes werd gevraagd om de eerste termijn in 2006 voor zijn rekening te nemen. Anker had zijn collega voor dit initiatief ook kunnen bedanken.

Jaeggi begon zijn stadsdichterschap drie jaar geleden zo: „Ik zocht een rijke gastvrije doorwaadbare plaats met drie kruizen: / kankerfiets, kuttoerist, keizerskroon / Ik zocht zoals iedereen Amsterdam zoekt / niet als trapgevelnest maar als peper en zuur / niet als inspraakorgaan maar als water en vuur.”

Robert Anker wilde het, en zo hoort het ook, anders doen. Hoe? In de inleiding van ‘De dichter en de stad’ geeft hij aan dat hij in ieder geval geen ‘makkelijke gedichten’ heeft willen schrijven. Hij wilde niet door de knieën om zijn gedichten aan de man te brengen.

Sterker nog: de stadsdichter hoefde zich volgens hem niet eens in de stad te begéven. ‘Een dagelijkse update door Het Parool is voldoende’. Het staat letterlijk in de inleiding, het is geen grap. Eenmaal daags inloggen op parool.nl en je weet álles van wat er in onze hoofdstad gebeurt! Dat scheelt de stadsdichter weer een loopje.

Als Anker geen ‘makkelijke gedichten’ heeft willen schrijven, is het de vraag wat hij dan wél heeft willen maken. Moeilijke gedichten schreef hij niet. Mijn oudste zus, fervent liefhebber van de band Van Dik Hout, wiegde onmiddellijk mee bij het lezen van Ankers regel „De dichter hoort bij de stad, dat oude kind / Dat wat wij niet verloren zijn steeds vindt”.

En als het gaat over de verzakkende panden op de Vijzelgracht, ondergraven door het geboor van de Noord-Zuidlijn, doet Anker toch echt niets ingewikkelders dan een van de panden, als ware het een personage, te doen uitroepen: „Een week geleden zakte een van ons ineens / Een beetje door zijn knieën”. Op een dag dat er geen markt is op de Albert Cuypstraat in De Pijp, beschrijft de dichter het tafereel zo: „Geen markt vandaag, geen stem die werft, geen druisend / Gaan, zelf geen lege kraam om bij te wonen.” Het is niets meer dan in andere woorden zeggen dat er geen markt is. Er wordt niets verbeeld. Het is platte tekst.

Ankers bekendste stadsgedicht ‘Valentijn, een week te laat’ eindigt dan in ieder geval sterk: „Ik loop met mijn trompetje door het Vondelpark / Je hoort me overal en waar ik ben zul je me vinden.” Dat lijkt een verwijzing naar Jezus die tot de Farizeeën sprekend zijn naderende dood voorzag: „U zult mij zoeken maar niet vinden; waar ik ben, daar kunt u niet komen.”

Maar ik verlangde toch vooral naar eerdere gedichten van Anker, zoals ‘Het goede schip’ uit de in 2002 verschenen bundel ‘De broekbewapperde mens’, opgenomen in het eind vorig jaar verschenen ‘Nieuwe veters, verzamelde gedichten 1979-2006’. Als je die regels leest is het alsof je kennis maakt met poëzie van een geheel andere dichter.

Want dat hooggelegen dus onbeladen schip dat de inwoners van de stad doet verstommen. De hartslag van dat lege schip, alsof kiel en kajuit symbool staan voor hoop en tijdverdrijf. De ik-figuur die zich klunzig verontschuldigt voor zijn roken door te wijzen op het feit dat hij toch het raampje opendraaide. Dat ‘net niet’ zien van haar naam, dat je doet kermen om op zijn minst toch initialen. Heerlijke poëzie waarin zoveel valt te raden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden