column

Stadions hebben iets engs

Rob Schouten Beeld Maartje Geels
Rob SchoutenBeeld Maartje Geels

De vrouwen spelen in de Galgenwaard. Of op Het Kasteel of op de Adelaarshorst. Gewone voetbalstadions, zonder uitschuifbare daken. Gelukkig maar, sprak de man die terugdacht aan de tijd dat hij op de statribune van het Oosterparkstadion GVAV gelijk zag spelen.

In het julinummer van National Geographic is een poster meegevouwen van een futuristisch stadion. Zó moet het er over een tijdje uit gaan zien: op het dak een zelfvoorzienend ecosysteem voor zonne- en windenergie, in datzelfde dak schuifjes met fotovoltaïsche paneeltjes die zonlicht absorberen en de fans van schaduw voor- zien.

Op elke stoel een klein schermpje gemonteerd waarop het gebeuren op het veld nog eens te volgen is. Drones die de dorstige en hongerige stadiongangers van eten en drinken voorzien. Om het stadion heen torens die met verschillende kleuren en lichtintensiteiten de plaatselijke bevolking vertellen wat de reacties in het stadion zijn. Een transparant veld waardoor je ook van onderen naar de wedstrijd kunt kijken. Treintjes en drones die je naar je plaats brengen.

Ik kreeg het er eerlijk gezegd nogal benauwd van, al klinkt en oogt het allemaal nog binnen de grenzen van de haalbare fantasie. Want zelfs visioenen zijn tijdgebonden, zoals de verhalen van Jules Verne wel laten zien met ruimtereizen in knusse Victoriaanse capsules en onderwatertochten als sneeuwbollen. Zelfs Jeroen Bosch en Salvador Dalí waren onderworpen aan de uitzichten van hun eigen tijd. Maar toch... ik verlang er niet naar. Deuteronomium 34:4: 'Ik heb het u met uw ogen laten zien, maar gij zult daarheen niet overtrekken.'

Dubbelzinnige plekken

Stadions, bedoeld om de mensen te vermaken, hebben ook iets engs. Allemaal vreemden bij elkaar gepropt om een en hetzelfde mee te maken en te voelen. En wie garandeert je dat je er niet van boven naar beneden valt? Daarbij zijn het dubbelzinnige plekken, waar niet alleen voetbalwedstrijden worden gespeeld en supersterren optreden, maar waar ook mensen worden opgehangen of voor de leeuwen gegooid. Niet dat ik daaraan dacht toen ik onze meisjes zag winnen tegen Noorwegen, maar even later schoof over het vrolijke gebeuren op het veld toch het angstbeeld van het overbevolkte, tegelijk volledig gestroomlijnde stadion.

Het grootste stadion ter wereld, het 1 mei -stadion, voor tussen de 115 duizend en 150 duizend man, staat niet toevallig in Pyongyang, Noord-Korea. Misschien is de meest wijze manier om met het stadiongevoel om te gaan nog wel die van Elias Canetti. De auteur van het beroemde boek 'Masse und Macht', woonde in Wenen in de buurt van het stadion van voetbalclub Rapid Wien. Hij kon zien dat er een wedstrijd zat aan te komen door de mensen die zich op straat bewogen. Even later stond hij voor het openstaande raam te luisteren naar het immense stadiongeluid van hoop en teleurstelling dat uit de verte over zijn buurt golfde. Nooit bezocht hij het stadion van binnen of vroeg hij zich af tegen wie ze eigenlijk speelden.

Zo ga ik het ook doen, op veilige afstand van de zonnepanelen en van de drones.

Lees hier alle afleveringen van de column van Rob Schouten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden