Stad van de Duitse klassieken

Als geen andere stad – Berlijn daargelaten – weerspiegelt Weimar de bewogen Duitse geschiedenis. De stad afficheert zich graag als het kunsthart van Duitsland. Maar kan een stedentrip zonder de realiteit van Buchenwald?

Johann Sebastian Bach zag zijn kans schoon toen de hofkapelmeester van Saksen-Weimar ziek werd. Als hoforganist had hij al naam gemaakt; Bach componeerde de meeste van de orgelwerken die hem na zijn dood wereldberoemd maakten tijdens zijn verblijf in Weimar, tussen 1708 en 1717. Maar hertog Willem Ernst weifelde en Bach kreeg een aanbieding uit Anhalt-Köthen. Toen hij daarom zijn ontslag indiende, zette de hertog hem een maand gevangen.

Rita Seifert vertelt de anekdote met smaak. Het is een van de vele verhalen die passen in een reeks van gemiste kansen. Want wat zou Weimar zijn geweest als Bach was gebleven, als optiker Carl Zeiss niet uit nood naar het naburige Jena was uitgeweken, als Walter Gropius niet met zijn Bauhaus naar Dessau was vertrokken?

Maar hoho, niet al te somber. Want ook zijn glorie dankt Weimar aan het toeval, legt Seifert uit. Keurvorst Johan Frederik I de Grootmoedige verloor zijn macht en bezit bij de Capitulatie van Wittenberg (1547), nadat hij in de strijd van de protestantse prinsen tegen het Heilige Roomse Rijk van Keizer Karel V het onderspit had gedolven. Na zijn vrijlating in 1552 kon hij alleen nog terecht in een klein leegstaand slot bij Weimar. Het stadje bestond al vanaf de 9de eeuw, maar de Grootmoedige stootte het op in de vaart der volkeren, als hoofdstad van Saksen-Weimar. Hij bracht schilder Lucas Cranach de oudere mee, die een kruisiging schilderde boven het altaar in de Petrus en Pauluskerk, waarop de keurvorst met vrouw en kinderen figureert op de zijpanelen; de schilder zelf staat samen met kerkhervormer Luther aan Christus’ voeten.

Die Petrus en Pauluskerk staat in Weimar trouwens bekend als de Herderkerk, vernoemd naar filosoof-dichter-predikant Johann Gottfried von Herder, die hier op de kansel stond en nu in koper waakt over het kerkplein. Herder (1744-1803) was een tijdgenoot van Johann Wolfgang von Goethe en kwam op diens verzoek naar Weimar. Aangevuld met Christoph Martin Wieland en Friedrich von Schiller vormen zij de Weimarer Klassiker, die met hun hang naar de oude Grieken en Romeinen zorgden voor een grote bloei in literatuur, filosofie en (minder direct) beeldende kunst.

Kultur Bahnhof luidt het opschrift op het station van Weimar, en dat is geen grap. De Weimarer – niet te verwarren met de Weimaraner, dat is een hondenras – zijn apetrots op hun deftige achtergrond. Twee warenhuizen in de binnenstad heten in alle ernst Goethe Kaufhaus en Schiller Kaufhaus. Maar ook de Hongaarse pianovirtuoos en componist Franz Liszt woonde hier, reden voor freistaat Thüringen om 2011 uit te roepen tot Lisztjaar, met tal van muzikale activiteiten, in samenspraak met het Beierse Bayreuth.

De culturele bloei, rondom de Klassiker, was in gang gezet door regentes Anna Amalia (van Brunswijk, 1739-1807), die de bibliotheek liet aanleggen die, sinds hij op de kop af zes jaar geleden gedeeltelijk afbrandde, geldt als de grootste toeristische attractie van Weimar. Voor de opleiding van haar zoon, de latere hertog Karel August, haalde ze in 1772 filosoof en dichter Wieland naar het hof. Goethe volgde in 1775, op uitnodiging van Karel August, Schiller kwam op eigen initiatief.

Wieland beschreef hoe de stad in 1805 de Russische prinses Maria Paulowna feestelijk inhaalde als bruid van Karel Augusts zoon, groothertog Karel Frederik. Maria was de oudere zus van Anna Paulowna, die door haar huwelijk met koning Willem II toetrad tot het vorstenhuis van Oranje. Die familiebanden zorgden voor een financiële en kunstzinnige impuls van Weimar, zowel vanuit Rusland als vanuit Nederland. Maria’s zoon Karel Alexander, die in 1842 met zijn Nederlandse nichtje Sophie trouwde, was goed bevriend met de Deense schrijver Hans Christian Andersen, die geregeld in Weimar verbleef en, aldus Seifert, zelfs een sprookje in Thüringen situeerde. Het is helaas een van zijn minder bekende.

Weimar staat liefst twaalf keer genoteerd op de Werelderfgoedlijst van Unesco en was in 1999 culturele hoofdstad van Europa. In tegenstelling tot de meeste gemeenten in voormalig Oost-Duitsland neemt de bevolking van het stadje toe, vooral dankzij de gunstige ligging tussen industrie- en universiteitssteden Erfurt en Jena, en zijn aangename culturele omstandigheden, compleet met de in dit deel van Duitsland nog veelvuldig voorkomende gevels uit gotiek en renaissance. De stad is gemütlich, maar wel een tikje tuttig. Toeristen maken een ritje met paard en wagen over de klinkers, schuifelen over krakende vloeren door de woonhuizen van Goethe, Schiller en Liszt, bewonderen de tientallen bustes in de Anna Amalia Bibliotheek of likken aan ijsjes op een van de vele terrassen.

Toch is Weimar niet alleen klassiek. De stad toont juist alle lagen van de Duitse geschiedenis. Ook het Bauhaus, dat begin vorige eeuw een radicale nieuwe koers inzette, die we nu design zouden noemen. Of de Theaterzaal die bij toeval – omdat Berlijn destijds niet veilig was – in 1919 plaats bood aan de grondwetgevende Nationale Vergadering (waar voor het eerst ook opzichtig vrouwen aan deelnamen) voor de stichting van het Duitse Rijk. En Buchenwald. Ook dat is Weimar.

Hertog Karel August was zo verguld met de komst van Goethe, dat hij hem een riant huis schonk. De grote Duitse dichter stouwde het vol met kunstwerken en snuisterijen, die zijn nazaten alleen mochten verkopen als de verzameling compleet zou blijven. Het Goethehuis is nu een museum, vol Romeinse kopieën, bustes en Italiaanse volgers van Michelangelo en Rafaelo. Heerlijk, wat een snob. Daarbij steekt het woonhuis van Schiller wat sober af. Maar die moest dan ook gewoon betalen voor zijn onderkomen.

In een prachtige ovale zaal van het Grüne Schloss liet de jonge weduwe van hertog Ernst August II een bibliotheek voor de klassieken inrichten. Anna Amalia, dochter van hertog Karel van Brunswijk en nichtje van Frederik de Grote, was zelf nog minderjarig toen haar man stierf en ze als regentes werd aangesteld totdat haar zoon Karel August zijn vader kon opvolgen. De bibliotheek werd in 1991 naar haar vernoemd. In 2004 zorgde brand voor flinke schade: vijftigduizend boeken en manuscripten gingen verloren. Drie jaar later ging de volledig gerestaureerde bibliotheek weer open.

Een geheimtip noemen Anja Dietrich en Rita Seifert van het toerismebureau in Weimar de tuin achter de Petrus en Pauluskerk, beter bekend als Herderkerk. De ruime stadstuin is een oase van stilte, waar bezoekers in alle rust een kopje koffie of thee kunnen drinken, te koop in de kleine boekwinkel op de begane grond van de predikantswoning. Frau Herder plukte hier haar kruiden: in het verscholen tuinhuisje hangen lijsten met de namen en toepassingen.

Braadworst hoort bij Duitsland, maar de enige echte is de Thüringer Rostbratwurst. Zeggen de Thüringer. Eten met senf, de scherpe Duitse mosterd. Ketchup is uit den boze. De worst dient recht van de gril te komen – stalletjes staan op strategische plaatsen in de stad – en wordt tussen twee helften van een hard bolletje geklemd. Nauwelijks minder vet en net zo onvermijdelijk is het Duitse gebak van de Konditorei. De beste van Weimar heet Frauentor en zit op een hoek van de gelijknamige straat: dagelijks minstens 25 soorten vers. Voor de fijne keuken moet je hier niet zijn. De enige sterkok van heel Thüringen roert in de pannen van vijfsterrenhotel Elephant in Weimar. Het is een Italiaan: Marcello Fabbri.

Hang naar vroeger en een vleugje economisch vernuft vormen de oorsprong van de Ostshop in de Windischenstrasse. T-shirts en bekers met ludieke opdruk: vooral de mannetjes op de verkeerslichten doen het goed. „Die waren veel leuker dan die in het Westen.” Ook de Schwedeneisbecher is nostalgie: ijs, slagroom, advocaat, chocoladesaus en appelmoes. Typisch DDR, maar waar die naam op slaat weet niemand.

Andere interessante winkels zijn Hofman’s Buchhandlung, seit 1710, die het na driehonderd jaar toch dreigt af te leggen tegen goedkopere ketens, de merkshop met Meissen porselein, waarvan ook de klokken in de toren van het Renaissancestadhuis zijn gemaakt, en de apotheek aan de Marktplatz in een pand uit de 15de eeuw dat branden en bommen heeft doorstaan, en al elf generaties in dezelfde familie. Daar steken het Goethe Kaufhaus en Schiller Kaufhaus schril bij af.

Het Bauhausmuseum herinnert aan het begin van een voor de hedendaagse kunst bepalende stroming. Het museum heeft een beperkte verzameling. Maar de Bauhauswandeling met studenten, die ook de Bauhaus Universiteit aandoet, met bezoek aan de kamers waar Gropius, Kandinsky, Klee en Van der Velde hebben gewerkt, vergoedt veel. En er staat een heuse Bauhaus-chair.

De stad beu en zin in een avond ontspannen? Dan is de sauna in Bad Sulza een uitkomst. Op een kwartiertje sporen van Weimar – de trein kost 5 euro – ligt Toskana Therme: zeven hete ruimtes met verschillende temperaturen, hete lucht of vochtigheidsgraad, een afzonderlijk zwembad en een klein buitenbad met ruime afgesloten tuin voor de saunagangers.

Net als andere delen van Thüringen leent ook de omgeving van Weimar zich uitstekend voor activiteit. Wandelen door een van de parken, zoals het langgerekte Park an der Ilm, of op de goeddeels vrijliggende Ilmtal Radwanderweg waar, de naam zegt het al, ook kan worden gefietst.

Weimar is een toeristenstad, al kunnen er volgens de toerismebureaus van stad en staat nog veel meer bij. Maar dat de stad weet hoe ze toeristen moet bedienen, blijkt uit iets vernuftigs als de Thüringen Card, die in een keer toegang verleent tot tal van bezienswaardigheden. Formaat bankpas en bruikbaar in vrijwel alle musea en bijvoorbeeld ook in de Toskana Therme (voor twee uur). Verkrijgbaar voor 1 dag (15 euro), 3 dagen (35 euro) of 6 dagen (55 euro).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden