Stad blijft groeien, maar ergens is er een grens

Amsterdam: Amstel met Magere Brug en stadhuis bij avond.Beeld anp

Het zijn de jonge, hoogopgeleide vrouwen en de liefde. Zij laten Nederlandse steden verder groeien en bloeien, voorziet demograaf Jan Latten. 'Meisjessteden' noemt hij ze. Ze zijn in trek omdat steden goede opleidingen hebben - meer dan mannen zijn ze geïnteresseerd in diploma's - en meer kans bieden op goede banen, veelverdienende superpartners en hoogopgeleide nakomelingen.

"Hoog zoekt hoog", zegt Latten. Niet dat ze zich daarvan zo bewust zijn, denkt de hoogleraar, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en het Centraal Bureau voor de Statistiek. Het is een wetmatigheid die zich niet alleen meer in Londen, Parijs en Berlijn voordoet, maar ook in Amsterdam en Utrecht. "De stad als sorteermachine van de liefde en welvaart", zegt Latten, die gisteren sprak op een conferentie over bevolkingsontwikkelingen in stadsgewesten. Het talent is in die steden neergestreken en de succesvollen zullen volgens hem elkaar blijven versterken.

De nieuwste cijfers in het rapport 'De stad: magneet, roltrap, spons' dat het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) daar presenteerde, tonen dat de grote stad 'als een magneet' jongeren (18 tot 24 jaar) aantrekt. Daar beginnen ze hun studie en hun carrière, want met het aanbod van banen en mogelijkheden voor startende ondernemers functioneert de stad als roltrap om maatschappelijk te stijgen.

Aanwas
En anders dan in de jaren zestig en zeventig, toen jonge welvarende stellen massaal de 'vieze, drukke' stad verlieten voor nieuwe steden zoals Zoetermeer, Capelle, Almere en Nieuwegein, kiezen ze er nu voor in de stad te blijven, ook met kinderen.

Het heeft sinds de eeuwwisseling (en vooral de afgelopen vijf jaar) gezorgd voor een aanwas van in totaal 315.000 inwoners in Utrecht, Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Groningen en Eindhoven, de zes stadsgewesten waar het PBL de verhuisbewegingen heeft onderzocht." Je kunt het beschouwen als succes van het beleid", oppert PBL-directeur Maarten Hajer. "Met de bouw van vinex-wijken zoals Leidsche Rijn en IJburg was er plaats voor gezinnen in Utrecht en Amsterdam."

De druk op de steden houdt echter aan. De bevolking van de vier grootste steden groeit naar verwachting tot 2040 met 330.000 mensen, maandelijks komen er nu al 1000 Amsterdammers bij. Ondanks veel minder nieuwbouw in de afgelopen jaren hebben de steden als een spons nieuwkomers opgenomen, die kennelijk genoegen nemen met minder vierkante meters. Maar aan dat indikken zit een grens, waarschuwt Hajer. "Op een gegeven moment is die spons vol." Het dilemma: moet je dan duizenden woningen bijbouwen?

Verandering
Wees voorzichtig, zeggen de PBL-onderzoekers, in tegenstelling tot Latten zijn ze niet zeker of de groei van de steden doorzet. De geschiedenis leert dat keuzes voor een woonplek door de tijd heen veranderen. Er zijn aanwijzingen dat de instroom in het hoger onderwijs, waarvoor jongeren nu naar de steden trekken, zijn top heeft bereikt.

In hun aanbevelingen pleiten ze voor een flexibele strategie, bijvoorbeeld de bouw van woningen die gemakkelijk anders gebruikt kunnen worden of zelfs zijn af te breken en te recyclen. Leegstaande panden kunnen worden verbouwd tot woonruimte. Maar nog belangrijker: "Hou als Rijk de vinger aan de pols. Want de triomf van de stad heeft schaduwkanten: die zuigt andere plekken leeg en kan leiden tot een opdeling van de samenleving in kansrijk en kansarm."

Beeld Trouw
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden