Stabiliteit in Afrikaanse top toegenomen

De Afrika Cup, die zondag begint, kan op het eigen continent worden gezien als een schouwtoneel voor het aanstaande WK. Zo kan Oranje-tegenstander Kameroen worden beoordeeld.

Zonder noemenswaardig rumoer vooraf maken de beste Afrikaanse voetballanden zich op voor een nieuwe editie van hun continentale kampioenschap. Vanaf zondag tot de laatste dag van januari wordt in Angola om de Afrika Cup gestreden. Dat belooft vooral hitte: op het veld, waar het kwik in het zuidwesten van Afrika kan oplopen tot 40 graden, en daarbuiten – met karakteristieke chaotische taferelen, hartstochtelijke erupties en (wat ook niet mag ontbreken) een ruzie over premies tot vlak voor de aftrap.

Maar vooralsnog is er verhoudingsgewijs weinig ophef geweest. Dat zal óók met gewenning en, iets, met de gegroeide status van het Afrikaanse voetbal te maken hebben. Het is voor Europese clubs zinloos gebleken om te klagen dat ze hun exotische werknemers in een incourante periode moeten missen. Aan de speelmaand van de meer dan 50 jaar oude Afrika Cup, in de Afrikaanse zomer, wordt niet getornd en clubs zijn reglementair verplicht spelers af te staan.

Bovendien speelt, weten inmiddels ook de clubleiders, een gevoelskwestie een voorname rol. De Ivoriaan Drogba, spits van het Engelse Chelsea en in naam de grootste Afrikaanse voetballer van dit moment, bracht al herhaaldelijk de trots onder woorden die hem en de zijnen tweejaarlijks terugdrijft naar het eigen continent. De Afrikaanse vertegenwoordigers die het in de rijkere wereld hebben kunnen maken, voelen zich verplicht zich aan het eigen volk te blijven tonen. Twee jaar geleden kocht het pragmatische Chelsea de Fransman Anelka, mede om in het tijdelijke gemis van Drogba en zijn landgenoot Kalou te kunnen voorzien.

Zo moet Barcelona het de komende weken zonder zijn middenvelders Keita (Mali) en Touré (Ivoorkust) stellen. Het gerucht dat daarom PSV’er Afellay in de winterstop zou worden aangetrokken, is voorlopig ontzenuwd. Trainer Guardiola denkt het vooralsnog met interne herschikkingen af te kunnen. De uitgedijde selecties van de topclubs mogen daartoe tegenwoordig normaal gesproken ook breed genoeg worden geacht. Veel straks in Angola verzamelde Afrikaanse spelers komen – tekenend voor hun progressie – uit in de grotere competities, van bijvoorbeeld ook Engeland en Frankrijk.

Niet voor niets merkt het uitgeholde Nederland, bij gebrek ook aan financiële middelen voor de hogere salarissen voor niet-EU-spelers, al langer nauwelijks iets van de Afrika Cup. In 2006 werden er vijf spelers tijdelijk aan de eredivisie onttrokken, in 2008 slechts één (de toenmalige PSV’er Addo) en nu zes: de Ivoraan Tioté en de Ghanese reserve Osei van FC Twente, de Kameroener Enoh van Ajax, de Zambiaan Mulenga van FC Utrecht en de Ghanezen Addo (nu Roda JC) en Amoah (NAC). Waarbij zij aangetekend dat de ‘schade’ ook in een ander opzicht meevalt: de Afrikanen missen hooguit twee vastgestelde competitieronden, en een inhaalduel vanwege de afgelastingen van eind december.

Breder beschouwd kan een toenemende stabiliteit worden geconstateerd in de Afrikaanse top. De gekende sterkere landen, samengetrokken in het westen van Afrika, plaatsten zich alle voor het WK van dit jaar: Kameroen, Ivoorkust, Nigeria en Ghana. Voor het WK 2006 leverde Afrika nog vier debutanten, op vijf deelnemers. Vooral in Afrika zelf kan de Afrika Cup, met de bundeling van het beste van het continent, worden gezien als een schouwtoneel voor het in die contreien zo bijzondere aanstaande wereldkampioenschap. Méér dan als het toernooi van gastland Zuid-Afrika wordt dat ter plaatse ervaren als een podium voor het gehele continent.

Zuid-Afrika, nummer 85 op de wereldranglijst, wist zich niet eens te plaatsen voor de Afrika Cup. Rond de recente WK-loting in Kaapstad werden geen Zuid-Afrikaanse spelers bezongen, maar Drogba en Eto’o, de spits van Kameroen – als de krijgshaftige rolmodellen van hun werelddeel. De Nederlandse bondscoach Van Marwijk zal de komende weken nauwlettend de verrichtingen volgen van Kameroen, als de mondiale nummer elf het hoogst geklasseerde Afrikaanse land en straks in Zuid-Afrika een van de groepstegenstanders van Oranje. Maar hij zal óók letten op vooral Ivoorkust en Nigeria, als mogelijk latere opponenten.

Niet dat hij nieuwe inzichten hoeft te verwachten. Al langer jammeren romantici dat ook in Afrika de onbevangenheid dan wel losbandigheid is verdwenen, en dat er mede door Europese invloeden strakke defensieve concepten voor in de plaats zijn gekomen. In sportief opzicht bleken de voorgaande Afrika Cups, los van de amusante verhalen buiten het veld, daardoor goeddeels saai. Maar wellicht wordt het nu met het oog op het WK toch iets interessanter – ook voor Nederland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden