Reportage

Staatssecretaris Harbers ziet met eigen ogen dat het beter moet op Lesbos

Twee bewoners staan even buiten het kamp Moria, september vorig jaar. Beeld AFP

Een bliksembezoek aan vluchtelingenkampen op het Griekse eiland Lesbos leert staatssecretaris Harbers van justitie dat de medische zorg daar onder de maat is. ‘Maar ik denk dat we vooral een eind moeten maken aan dat eindeloze wachten.’

 Ha, jou ken ik van de video”, zegt staatssecretaris Mark Harbers (VVD) van justitie, waarna een ontspannen lach volgt. Hij schudt verpleegkundige Joyce Bakker de hand als zij een tent in de provisorische kliniek van Artsen zonder Grenzen (AzG) binnenloopt, vlak buiten de poort van vluchtelingenkamp Moria op het Griekse eiland Lesbos. 

In het filmpje riepen Bakker, enkele collega’s en vier Nederlandse hulporganisaties Harbers vorige week op om met eigen ogen te komen kijken hoe erbarmelijk de situatie in Moria is. En daar zit hij dan donderdagmorgen op een houten bankje in de tent, al zat het bezoek aan Lesbos al langere tijd in de planning. 

AzG-coördinator Caroline Willemen heeft net daarvoor de noodklok bij Harbers geluid, met het verhaal dat haar organisatie al maanden, zo niet jaren vertelt. De slechte sanitaire en leefomstandigheden, het gebrek aan medische voorzieningen, de overbevolking in het kamp en de kou leiden tot allerlei kwalen bij de vluchtelingen, zoals diarree en huidziektes. “Daarnaast stapelen mensen hier trauma op trauma. Velen komen in slechte psychische toestand aan, en dat wordt hier alleen maar erger. Kinderen met gestreste ouders raken zelf ook gestrest.” 

Haar boodschap: Europa moet meer doen om de Griekse overheid te helpen. De mensen komen niet specifiek naar Griekenland. Het verbod om door te reizen naar het Griekse vasteland, ingesteld om te voorkomen dat migranten op eigen houtje illegaal verder Europa in reizen, moet worden opgeheven. En andere Europese landen moeten hen opnemen.

Yogales

“Daarmee los je het probleem hier niet op”, werpt Harbers tegen. “Want dan stappen er zo weer nieuwe vluchtelingen op een bootje om de lege plekken te vullen.” Maar dat de opvang te wensen overlaat, lijdt ook voor hem geen twijfel. Hij erkent dat de medische zorg onder de maat is, onder meer vanwege gebrek aan personeel, een gat dat wordt opgevuld door AzG en vrijwilligersorganisaties.

“Ik vind het prima dat vrijwilligers hier komen om yogales te geven”, zegt Willemen. “Maar niet om basiszorg te verlenen. Dat is een plicht van de Griekse overheid.” 

Harbers knikt. “Alle respect voor jullie werk. De medische zorg moet inderdaad beter. Mijn Griekse collega Vitsas heeft me gisteren in een gesprek verzekerd dat er nieuwe artsen en verpleegkundigen geworven worden. Maar ik denk dat we vooral een eind moeten maken aan dat uitzichtloze wachten van mensen, door asielprocedures te versnellen en mensen die geen recht hebben om hier te blijven naar Turkije terug te sturen.”

Staatssecretaris Harbers en zijn gevolg deze week op Lesbos. Beeld Thijs Kettenis

Een met Harbers meegereisde topambtenaar informeert of Willemen weet dat de kampen in Turkije een stuk beter zijn dan Moria. “Ik ken de situatie daar niet”, zegt ze. “Wellicht dat het voor sommigen een alternatief is.”

Zijn zorg over de gebrekkige uitvoering van de EU-Turkijeverklaring van bijna drie jaar geleden is een van de redenen waarom Harbers naar Griekenland is afgereisd, zal hij na afloop van zijn bezoek aan Lesbos in het vliegtuig naar Athene vertellen. Volgens dat akkoord moeten vluchtelingen in principe terug naar Turkije. In de praktijk komt van dat terugsturen weinig terecht, onder meer door de lange procedures en beroepsmogelijkheden in het asielsysteem.

Afrikaanse landen

“De terugkeerafspraken moeten beter worden nageleefd. Maar het is de enige migratieafspraak van Europa met een derde land die werkt. De deal heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan het beteugelen van de instroom van deze route. We hebben de wens om zoiets ook met Afrikaanse landen af te spreken. Ik vind dat we er alles aan moeten doen om er een succes van te maken.”

Maar ook de noodzaak tot verbetering van de situatie op Lesbos is een reden op bezoek te gaan. “Ik wil met eigen ogen zien waar het loopt en waar het knelt en kijken hoe we dat met de Griekse regering kunnen verbeteren.”

En dus begint Harbers zijn bezoek al vroeg in de morgen met een gesprek met Anastasia Antonella, locoburgemeester van Lesbos. Die vertelt nog eens dat Griekenland de situatie met de vluchtelingen niet alleen aankan na jaren van gedwongen bezuinigen.

Een halfuur later laat manager Stavros Mirogiannis zijn kamp Kara Tepe zien, waar tegen de twaalfhonderd mensen zitten, vooral Syrische families. Harbers ziet waarom dit als een modelkamp geldt: een schoon, opgeruimd en georganiseerd terrein met voor iedereen plek in wooncontainers. Er zijn dagprogramma’s voor kinderen en volwassenen. “Dat komt ook dankzij de drie Nederlandse vrijwilligersorganisaties Movement on the Ground, Because We Carry en Connect by Music. Zij hebben de juiste spirit”, benadrukt Mirogiannis. Harbers klinkt tevreden als hij een eenvoudige keet met stapelbedden van binnen heeft gezien. “Niemand verwacht luxe. Dit ziet er netjes uit.”

Moria

Na het gesprek bij Artsen zonder Grenzen en een rondleiding door hun kliniekje is het tijd voor het meest beladen bezoek van de dag: drie kwartier lang in het beruchte Moria. Aan de stinkende stroom water bij de poort, waar Harbers overheen moet stappen om binnen te komen, is te zien dat de afwatering nog steeds niet op orde is. Wie vaker in Moria is, weet dat elf uur ’s ochtends het rustigste tijdstip is in het kamp: de distributie van het ontbijt is achter de rug en de bewoners rusten wat, of gaan naar zee of de hoofdstad Mytilini.

Later op de dag en met name ’s avonds is het drukker en vooral onrustiger. Daarnaast zorgen autoriteiten er bij hoog bezoek voor dat het kamp er net wat beter bij ligt dan gebruikelijk, iets waarvan Harbers zich bewust is. Maar ook met dat in het achterhoofd ziet de situatie in Moria er ordelijker en georganiseerder uit dan in de herfst van afgelopen jaar.

“Dat komt doordat we het aantal overplaatsingen naar het vasteland hebben versneld”, zegt assistent-kampmanager Dimitris Vafeas. Zaten er in september nog tegen de negenduizend in en rond het kamp, nu zijn dat er nog ruim vijfduizend. Nog steeds meer dan de capaciteit van 3100, maar het verschil is duidelijk merkbaar. 

In sneltreinvaart leidt het management Harbers door een afgesloten stuk van het kamp waar een deel van de alleenreizende minderjarigen verblijft. Harbers’ gevolg zwelt aan: behalve zijn topambtenaar, woordvoerder, de Nederlandse ambassadeur, een diplomaat en leden van het kampmanagement lopen er ook medewerkers van hulporganisaties mee. In het deel voor alleenstaande vrouwen, doet de groep een vrouw verschrikt opkijken. Ze staat kleding te wassen, een ander staat te koken op een op hout gestookt fornuis.

Aanstaren

In het kantoor van de Europese grensbewakingsdienst Frontex leggen medewerkers Harbers onder meer uit dat een van hun hoofdtaken is te onderzoeken of persoonsdocumenten die asielzoekers meebrengen echt zijn of niet. “Ga door met jullie goede werk”, zegt Harbers instemmend, en hij staat alweer buiten. Enkele tientallen vluchtelingen staren hem en zijn gevolg aan vanaf hun matjes en rugzakken die ze als kussens gebruiken.

“Zij zijn gisteren aangekomen en gaan hier het proces in”, legt Vafeas uit. Gemiddeld komen er deze weken zo’n dertig vluchtelingen per dag aan op Lesbos. Deze dag geen enkele, vermoedelijk vanwege het slechte weer. Het waait zo hard dat zelfs veerboten in de haven blijven.

Dan is het op naar de ruimte van de Europese asieldienst Easo, die de asielgesprekken voert op grond waarvan de Griekse asieldienst beslissingen neemt. Net als aan Frontex levert Nederland ook aan dit agentschap medewerkers. Harbers hoort dat 80 procent van de vluchtelingen als kwetsbaar wordt aangemerkt, de voorwaarde om naar het vasteland te mogen worden overgeplaatst en daar de asielprocedure af te wachten.

Dat criterium zorgt voor een prikkel om medische klachten uit te vergroten, zal hij later in het vliegtuig zeggen. “Dat is in ieder asielstelsel. Ook in Nederland zijn er regels die om goede redenen gemaakt zijn voor mensen die het echt nodig hebben. Maar ze worden ook gebruikt door mensen die denken: hé, dat is handig.”

Harbers ziet nog een muziekles, en een piepklein schooltje waar de Nederlandse Stichting Bootvluchteling les geeft aan kinderen tussen zes en tien jaar. “Wat vindt u van het verwijt dat hulporganisaties de slechte situatie in dit kamp alleen maar in stand houden?”, vraagt Anna Farrow van de stichting aan Harbers. “Kinderen iets bijbrengen kan nooit kwaad. Alle waardering voor jullie werk”, antwoordt hij. Maar ook aan Farrow herhaalt hij zijn belangrijkste boodschap: er moet een structurele oplossing komen, en dat is een versnelling van de asielprocedure.

Het kampmanagement doet Harbers via een poort aan de zijkant uitgeleide. De stoet loopt over de hoofdroute langs het deel van het kamp waar de overbevolking het grootst is en mensen opgepropt zitten tussen en in de containers. De vluchtelingen daar bezoekt Harbers niet.

Johnny de Mol

Hij sluit de ochtend af met een toer over een deel van de zogeheten Olive Grove, een kamp dat direct naast Moria is ontstaan toen daar niemand meer bij paste. Hulporganisatie Movement on the Ground, waarvan Johnny de Mol een van de oprichters is, heeft dit voorheen problematische stuk met veel alleenstaande jonge mannen grondig aangepakt.

Ze hebben het tegen een berg gelegen terrein door de aanleg van terrassen geëgaliseerd. Bij hun verbeteringen krijgen ze hulp van het Nederlandse bedrijfsleven en betrekken ze zowel vluchtelingen als Grieken. De Griekse autoriteiten zijn enthousiast: zij willen een deel van de aanpak van Movement on the Ground kopiëren in Moria en het kamp op Samos. 

Ook bij Harbers gooit de organisatie hoge ogen. “Kun je niet een keer bij het Coa langskomen?”, vraagt hij lachend aan mede-oprichter Adil Izemrane. De staatssecretaris geeft hem zijn kaartje.

Lees ook:

Met de avond sluipt ook de wanhoop vluchtelingenkamp Moria binnen

Niet eerder sinds de deal met Turkije in maart 2016 zaten er zoveel vluchtelingen in kamp Moria op het Griekse eiland Lesbos. Als een van de weinige journalisten kwam Trouw-correspondent Thijs Kettenis binnen in het kamp, waar de ontlasting door de straten stroomt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden