Staatskerken zoeken naar identiteit

Vandaag start premier Balkenende's bezoek aan Suriname, dat dertig jaar onafhankelijkheid viert. Hoe staat het met de Surinaamse kerken? Een gesprek met Diana de Graven, hervormd predikant te Paramaribo.

Haar kerk, de Centrumkerk, staat op het Kerkplein, downtown Paramaribo. Even verderop aan de Steenbakkerijstraat staat de grote lutherse kerk. De hervormde kerk van Suriname telt, op papier, vijfduizend leden. De lutherse kerk is in aantal amper kleiner, maar heeft volgens hervormd predikant Diana de Graven (37) 'een groot pastoraal probleem'. “Er zijn slechts twee predikanten in buitengewone dienst: een legerpredikant en een ziekenhuispastor in het Diaconessenhuis.“

Suriname kent nog steeds de 'zilveren koorde': een financiële band tussen overheid en kerk. De Graven: ,,De predikantstraktementen bij zowel de lutheranen als de hervormden komen uit de staatskas, we zijn eigenlijk beide nog staatskerken. Om scheve gezichten te voorkomen krijgen de rooms-katholieke kerk, de evangelische broedergemeente ('de hernhutters'), de hindoes en de moslims ook subsidie, uit een speciaal potje.“

Een bonte stoet predikanten trok vanaf de zeventiende eeuw vanuit Nederland naar Suriname. Sommigen werden krankzinnig of raakten aan de drank, anderen trouwden met een rijke dame uit de gemeente en repatrieerden gefortuneerd. Brave broeders waren er ook: zij hielden het vol tot ze stierven aan een tropische ziekte.

Tot op de dag van vandaag worstelt de hervormde kerk van Suriname met haar identiteit. In het verleden werd die bepaald door de Nederlandse predikanten. Diana de Graven: ,,Onlangs hielden we een workshop rond vragen als 'wat is hervormd?' en 'wat is Surinaams hervormd?' We weten het eigenlijk nog steeds niet. Er zijn leden die denken dat de identiteit al gevaar loopt als we bepaalde liederen niet meer in het Nederlands zingen. Mij gaat het om het evangelie en hoe je dat beleeft als Surinamers.“

Ook de lutheranen worstelen volgens De Graven met hun identiteit. Een fusie zoals die in Nederland plaatsvond, is dan ook nog ver weg. De Graven: “De lutherse kerk kent een liturgie met meer symboliek. Hun accent op schuldbelijdenis maakt het allemaal zwaarder. Voor ons als hervormden zijn brood en wijn in het avondmaal symbolisch, bij hen is Christus erin aanwezig.“

Een andere belemmering voor een fusie is volgens De Graven de toenadering tussen lutheranen en de rooms-katholieken. ,,In een oecumenische dienst hebben beide kerken een overeenkomst getekend, waarmee de rooms-katholieken schuld hebben beleden tegenover de lutheranen.“ In de lutherse Kerk is het daarna allemaal wat 'roomser' geworden. ,,In de dienst slaat de voorganger nu een kruisteken, wij hervormden zullen zoiets nooit doen. Je bent protestants of katholiek, maar niet beide.“

Toch ziet dominee De Graven ook toenadering. ,,We komen als pastores bij elkaar over de vloer, doen aan 'kanselruil' en organiseren gezamenlijke, helaas maar matig bezochte diensten in het buitendistrict Nickerie. Bij de bouw van de Bethlehemkerk in Paramaribo hebben we de lutheranen gevraagd voor een derde deel mee te doen. We gebruiken nu hetzelfde kerkgebouw, maar wel in aparte diensten.“ Stellig: ,,Fuseren is nooit bij de mensen opgekomen. Waar nodig werken we samen, maar we blijven op onszelf.“

Een standsverschil tussen hervormden en de lutheranen is er volgens De Graven niet. ,,Het loopt gelijk op. Meer nog dan de lutherse is de hervormde kerk begonnen als een blanke kerk, gesticht door de Nederlanders. Vroeger zat de elite in beide kerken, terwijl de evangelische broedergemeente de volkskerk was voor de negerbevolking. Nu zijn ook onze kerken volkskerk geworden met leden van hoog tot laag.“

Hoe belangrijk de hervormde kerk in het koloniale leven was, blijkt in de vele romans van Cynthia McLeod. In een van haar boeken citeert zij een preek uit 1863, het jaar van de afschaffing van de slavernij. De predikant pochte dat de blanken zo goed waren om de negers vrijheid te schenken: 'Beschaving moet hun worden bijgebracht, want ze zijn o, zo onbeschaafd. Het zedeloze leven van de gekleurde bevolking moet uitgebannen worden, de ontucht van deze mensen, die met elkaar leven zonder kerkelijke huwelijksband en die onwettige kinderen ter wereld brengen. Dat is het grote verderf waartegen de kerk moet strijden, waartegen alle christenen moeten strijden'.“

De eerste slaaf werd in 1747 in de hervormde kerk gedoopt. ,,Er was veel ophef over“, zegt De Graven. ,,Terwijl de doop van een slaaf nota bene alleen áchter de fraai besneden mahoniehouten preekstoel mocht plaatsvinden.“

Beetje bij beetje trad er een verdere 'versurinamisering' van de hervormde kerk op. ,,Sinds 1858 worden er af en toe ook liederen in het Sranantongo gezongen, al zijn sommige gemeenteleden daar nog steeds op tegen.“

Na de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 en de revolutie van Bouterse kwam de klad in de kerk. De laatste Nederlandse predikant vluchtte kort na de decembermoorden in 1982 naar Aruba en veel Surinamers weken uit naar Nederland. Door de devaluatie van de Surinaamse gulden die volgde was het voor Nederlandse predikanten, ook na het herstel van de democratie, ondoenlijk om in Suriname rond te komen van een overheidstraktement.

Het koloniale verleden van de Centrumkerk in Paramaribo lijkt er tegenwoordig niet meer toe te doen. Onlangs koos president Venetiaan het gebouw uit om er voor zijn derde termijn te worden beëdigd.

Diana de Graven werd in 1995 de eerste zwarte, vrouwelijke predikant van de Centrumkerk. ,,Dat was nieuws. Maar mij heeft het nooit echt bezig gehouden. Het werd gewoon tijd, al waren er nog steeds gemeenteleden met de opvatting 'blank is beter'. De Heilige Geest heeft het zo geleid dat ik dat proces aan het rollen heb gebracht.“

De ontwikkelingen in het kerkelijke leven tonen parallellen met Nederland. De gevestigde kerken zijn traditioneel ingesteld, maar veel mensen zijn op zoek naar meer vrijheid in de beleving. Pinkstergroepen en wat in Suriname 'de vrije evangelisatie' heet, bieden een alternatief. Tijdelijk, denkt De Graven. ,,Na enige tijd snakt men weer naar vastigheid.“

Zondagse bezoekers van de Centrumkerk hebben meest grijze haren. De Graven noemt hen de 'stonfulu's' van de kerk, Sranantongo voor 'hoekstenen'. ,,Het is de oude garde die de gemeente heeft helpen bouwen.“

De Graven, zelf opgeleid in Jamaica, bracht vijf jaar geleden een half jaar studieverlof door in Nederland. Haar kerkenraad wilde dat ze in Nederland het officiële kerkelijke examen zou doen in de Nederlands hervormde kerk. ,,Toen sloegen bij mij alle stoppen door. Ik zei: 'Ik wil niet naar Nederland om een Nederlands keurmerk te halen, terwijl ik hier in Suriname mijn werk doe.' Het klinkt rebels, maar zo ben ik.“

De Graven beklom tijdens haar verlof menig Nederlandse kansel. ,,Van de Oranjekerk in de Amsterdamse Pijp tot en met Uithuizermeeden en andere dorpen in Noord-Groningen.“ Met haar heldere preken, duidelijke stem en accentloos Nederlands viel ze bij hoorders zonder eigen herder alom in de smaak. Lachend: ,,Ik voelde me in die kerken helemaal thuis, alleen het publiek was blank. Ze vroegen me: 'Waarom wordt u niet ónze dominee?' Ik moest er niet aan denken. Het was er prachtig hoor, maar koud. Laat mij maar lekker zweten in Suriname.“

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden