Staatloze verdient een betere behandeling

Staatlozen vallen tussen de wal en het schip. Nederland kan hen op een praktische en humane manier helpen, stelt onderzoeker Laura van Waas.

De Nederlandse staat erkent officieel al vijftig jaar dat staatlozen bijzonder zijn en bijzondere behoeftes hebben. Voor Nederland is namelijk in 1962 het VN-Verdrag betreffende de Status van Staatlozen (uit 1954) in werking getreden, waarin de rechten van staatlozen uiteen worden gezet.

Maar een Nederlands adviescollege kwam afgelopen week tot de conclusie dat 'in Nederland geen goed instrument bestaat om staatloosheid vast te stellen, waardoor staatloosheid in een aantal gevallen niet wordt (h)erkend' (Trouw, 7 december). Volgens de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ) zou dit anders moeten.

Er zijn verschillende manieren waarop mensen staatloos kunnen worden. Mijn eerste kennismaking met staatloosheid betrof de kleine Omar (pseudoniem). Omar was een gezonde baby en had twee liefdevolle ouders. Maar hij had één behoorlijke achterstand: hij had geen nationaliteit. Hij kon de nationaliteit van zijn moeder niet krijgen, omdat zij uit een land kwam waar vrouwen geen recht hebben hun nationaliteit over te dragen aan hun kinderen (nog altijd een probleem in ruim 25 landen). Hij kon de Nederlandse (!) nationaliteit van zijn vader niet krijgen omdat zijn ouders niet getrouwd waren. Zijn vader had al voor zijn geboorte zijn vaderlijke band met Omar moeten erkennen om de nationaliteit automatisch over te kunnen dragen. Maar dat wist hij niet.

Omar staat niet alleen. Van de 2005 personen die als staatlozen ingeschreven staan in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) hebben er maar liefst 1400 Nederland als geboorteland. Weliswaar is de nationaliteit van deze mensen vaak niet een puur Nederlandse kwestie, maar toch moeten we concluderen dat Nederland bijdraagt aan het ontstaan van staatloosheid. Nederland heeft een waarborg in het nationaliteitsrecht, volgens het welke kinderen zoals Omar na drie jaar een optierecht kunnen uitoefenen en alsnog de Nederlandse nationaliteit verkrijgen. Maar in de praktijk doen er zich volgens de ACVZ enkele problemen voor.

Een prangend probleem is dat Nederland de voorwaarde van wettig verblijf hanteert, die simpelweg strijdig is met internationale verplichtingen. Door deze voorwaarde te hanteren, wordt aan veel kinderen het recht op een nationaliteit ontnomen. In de GBA staan 85 staatloze kinderen ingeschreven die inmiddels vier jaar of ouder zijn, maar geen verblijfstitel hebben en daarom geen optierecht kunnen uitoefenen. Nederland laat deze kinderen in de steek. De ACVZ adviseert dan ook: 'Laat de eis van wettig verblijf voor het optierecht van hier te lande geboren kinderen vervallen'.

In Nederland kan een staatloze niet op een verblijfsrecht rekenen, maar evenmin is er de uitweg van terugkeer naar eigen land. Dit heeft tot gevolg dat staatlozen vaak langdurig vastzitten in vreemdelingendetentie of te kampen hebben met de gevolgen van illegaal verblijf. Hier moet een praktische en humane oplossing voor komen. Het ACVZ doet de aanbeveling om een procedure in te richten om staatlozen als zodanig te erkennen en een verblijfsvergunning te verlenen.

Het ACVZ-rapport maakt duidelijk hoe Nederland door middel van kleine beleidsaanpassingen voor een kleine groep mensen toch een groot verschil kan maken. Daarnaast zal het helpen begrip te kweken. Ooit vertelde een staatloze vrouw in Frankrijk in een opname voor de UNHCR: "Als ik aan mensen vertel dat ik staatloos ben, lees ik uit hun gezichten schrik, onwetendheid en wantrouwen. Elke keer opnieuw moet je het uitleggen - het is alsof je je eigen bestaansrecht moet bewijzen." Tegen dit onbegrip moet gevochten worden. Staatloos zijn is iets bijzonders, maar een staatloze is ook een mens.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden