Staat moet zich terughoudend opstellen

Liberalen vinden dat vrijheid een essentieel fundament van elke samenleving behoort te zijn. Dat is genoegzaam bekend. Ik zal daarover vanmiddag dan ook niet uitweiden. Ik wil mij richten op dat andere, met vrijheid verbonden fundament: verantwoordelijkheid. Wat is de betekenis van dat begrip? Wanneer is er sprake van verantwoordelijke burgers? Mijn betoog van vanmiddag gaat over liberalisme en verantwoordelijkheid, dat wil zeggen over het liberalisme en de moraal.

In 'The fable of the bees' legt de uit Nederland afkomstige filosoof Bernard Mandeville uit dat individueel handelen gericht op eigenbelang geenszins in strijd behoeft te zijn met het bevorderen van het algemeen belang. In zijn vroeg-18de-eeuwse leerdicht over het leven van bijen met zeer menselijke trekken, betoogt Mandeville dat een gedrag gericht op het algemeen belang vaak averechtse gevolgen heeft. Het gedicht gaat over een korf vol bijen die ieder voor zich op eigen voordeel uit zijn. Maar het wijdverbreide egoïsme in de korf leidt niet tot chaos. Integendeel: 'Verdorven was elk onderdeel, en toch een paradijs in 't geheel.' Problemen ontstaan er pas als Jupiter besluit de korf te ontdoen van alle slechtheid. Als alle bijen sober en oprecht zijn en niet langer geld over de balk gooien, stort de economie in elkaar. Er is tevredenheid en niemand wil méér, met als gevolg dat de samenleving wegkwijnt. Wat deugdzaam lijkt op individueel niveau is dat vaak niet op macro-niveau. En andersom. Mandeville vat zijn betoog samen met de beroemd geworden woorden: 'Private vices, public benefits'.

De Duitse socioloog Max Weber heeft een onderscheid tussen Gesinnungsethik en Verantwortungsethik gemaakt. Dat is hier relevant. Bij Gesinnungsethik is een handeling goed op grond van het oogmerk van die handeling zelf en niet omdat het gevolg ervan goed zou zijn. Deze ethiek staat tegenover de Verantwortungsethik. Bij deze laatste ethiek worden handelingen beoordeeld aan de hand van hun gevolgen.

De Gesinnungsethik leert dat de egoïstische bijen uit de korf van Mandeville vanwege hun bedoelingen slecht zijn. Maar als men - overeenkomstig de Verantwortungsethik - de gevolgen van hun handelen beschouwt, moet hun gedrag positief worden beoordeeld.

In het klassieke liberalisme baseert men zich vooral op de Verantwortungsethik. Beroemd is de volgende uitspraak van Adam Smith uit zijn boek de Wealth of Nations: 'Het is niet van de goedertierenheid van de slager, de bierbrouwer of de bakker dat wij onze maaltijd verwachten, maar van hun zorg voor hun eigenbelang.' Adam Smith geeft hiermee aan dat de gerichtheid van de ondernemer op winst een voorwaarde voor de continuïteit van zijn onderneming is. Een filantropische bakker die zijn brood uit naastenliefde tegen een bescheiden prijs aanbiedt, zal na verloop van tijd zijn bakkerij moeten sluiten. De klanten zijn daarmee niet gediend. Zijn op winst beluste concurrent handelt volgens de Gesinnungsethik bedenkelijk maar zijn gedrag is conform de Verantwortungsethik toch aan te bevelen. Zijn klanten worden immers ook op langere termijn nog van brood voorzien. Vaak lijken het eigenbelang en het belang van anderen elkaars tegengestelden maar in werkelijkheid is het belang van anderen veelal het beste gewaarborgd als het eigenbelang de ruimte wordt gelaten.

De vraag die ik mij nu stel, betreft de inhoud van het begrip maatschappelijke verantwoordelijkheid. In de visie die ik net heb uiteengezet, is duidelijk dat verantwoordelijkheid niet verder gaat dan de individuele verantwoordelijkheid voor het eigen welbevinden. Een ieder is verantwoordelijk voor de gevolgen van zijn eigen daden. Ieder voor zich en de invisible hand van Adam Smith voor ons allen. Het is het marktmechanisme dat zorgt voor een dusdanige coördinatie van alle handelingen gericht op eigenbelang, dat niet chaos maar harmonie het resultaat is. Zo zou men deze gedachtegang kunnen samenvatten.

In deze zienswijze past geen maatschappelijke verantwoordelijkheid. Daarbij gaat het om de verantwoordelijkheid voor het welbevinden van anderen. Maar als de verantwoordelijkheid verder gaat dan die voor het eigen welbevinden en een ieder zich ook verantwoordelijk moet voelen voor het welbevinden van de ander en voor het reilen en zeilen van de samenleving als geheel, is in feite iedereen verantwoordelijk voor iedereen en voor van alles en nog wat. Als iedereen verantwoordelijk wordt gemaakt, draait dat er al snel op uit dat niemand de verantwoordelijkheid nog voelt. Door de inflatie van verantwoordelijkheden devalueert de waarde van de verantwoordelijkheid. Als ook anderen verantwoordelijk zijn voor het welbevinden van een individu, kan deze laatste zijn eigen verantwoordelijkheid afschuiven op die anderen. In die toestand zijn we nog maar één stapje af van de stelling dat als een mens tekortschiet dit het gevolg is van maatschappelijke structuren. Het model van de klassieke liberalen waarschuwt ons voor een opvatting van maatschappelijke verantwoordelijkheid waarbij door afschuifmechanismen elke verantwoordelijkheid is zoekgeraakt.

Vertrouwen

Tot zover het ideaaltypische klassieke model. Ik kom nu op de noodzaak van maatschappelijke cohesie als voorwaarde voor het adequaat functioneren van een liberale samenleving. In het klassiek-liberale model worden de verhoudingen in de samenleving beschreven als ruilrelaties. De transacties die tot stand komen zijn het resultaat van verschillende bijeenkomende strevingen naar individuele nutsmaximalisatie. Maar als relaties de vorm hebben van contracten, dan moet er sprake zijn van consensus over een aantal normen, een aantal vaste regels omtrent die contracten. Ontbreekt die consensus dan komen de contracten alleen tegen zeer hoge transactiekosten tot stand. Zonder deze consensus moet immers elke transactie van te voeren in extenso worden beschreven, omdat alleen dàn bij de contractanten voldoende zekerheid bestaat omtrent de afloop van de transactie. Pas als een stelsel van normen (dat wil zeggen stilzwijgende afspraken) is geïnternaliseerd, bestaat er voldoende zekerheid, ook zonder dat de onuitgesproken voorwaarden expliciet worden vastgelegd. Daarom heb ik in het verleden ook wel geschreven over de noodzaak van een bezielend verband.

Er moet dus voldoende vertrouwen aanwezig zijn dat de burgers in het onderlinge verkeer bepaalde regels in acht nemen. Zonder dat vertrouwen juridificeert de samenleving of komen er geen transacties tot stand.

Dit betekent dat het individu zich bij zijn handelen rekenschap moet en wil geven van een aantal basisnormen - algemene gedragsregels - die te maken hebben met de belangen van anderen. Het handelen is dan gericht op het welbegrepen eigen belang. Daarmee bedoelen moderne liberalen meer dan alleen de verantwoordelijkheid van het individu voor zijn eigen welbevinden. Het individu heeft ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Die verantwoordelijkheid is gericht op het in stand houden van het vertrouwen dat noodzakelijk is voor het goed functioneren van een open en vrije samenleving. Het is van belang vast te stellen dat deze opvatting haaks staat op die van het klassiek liberale model. In dat model beperkt de verantwoordelijkheid zich immers tot de individuele verantwoordelijkheid voor het eigen welbevinden.

Ik stel dus vast dat het aan het begin van mijn betoog gestileerde klassiek liberale model een anomalie of tegenstrijdigheid bevat. De theorie bijt zich als het ware in haar eigen staart. De werkelijkheid wordt te zeer vereenvoudigd. Daardoor komen de conclusies van het model met betrekking tot verantwoordelijkheid haaks te staan op de omgeving die wordt verondersteld noodzakelijk te zijn om het model te laten werken.

Deze kritiek heeft als consequentie dat liberalen niet volkomen neutraal kunnen staan ten opzichte van de wijze waarop individuen hun leven inrichten. Anders gezegd: ook liberalen hebben een opvatting over de inhoud van het 'goede leven'. Bepaalde omgevingsvoorwaarden zijn essentieel zodat individuen in vrijheid hun keuzes kunnen maken. Omdat die omgevingsvoorwaarden door menselijk gedrag worden bepaald, zijn bepaalde gedragingen te verkiezen boven andere. In die zin wensen liberalen te moraliseren, dat wil zeggen goed te keuren en af te keuren.

Als bepaalde individuele deugden van belang zijn, verdienen die ook gepropageerd te worden. Temeer omdat de maatschappij, in vergelijking met de tijd van Adam Smith, minder overzichtelijk is geworden. Algemene gedragsregels die twee eeuwen geleden in kleinschalige leefverbanden gemeengoed waren, komen nu binnen een grootschaliger en aan veel meer invloeden onderhevige samenleving moeizamer tot stand. We zijn daarom genoodzaakt meer onderhoudswerkzaamheden aan gedragsregels te verrichten.

Wij komen daarmee tot de conclusie dat de kritiek op het klassiek-liberale model tot de erkenning leidt dat het welbegrepen eigenbelang het besef omvat van een maatschappelijke verantwoordelijkheid.

'Goede burger'

Welke eisen mogen wij nu minimaal aan een 'goede burger' stellen? Welke criteria moet die burger hanteren als hij om het algemeen belang te bepalen, bijzondere belangen gaat afwegen? Hoe geeft de 'goede burger' inhoud aan zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid? Het gaat bij deze vragen om ethiek. Wij gaan op zoek naar de ethische beginselen die moeten worden gehanteerd, dus naar de normen die het uitgangspunt voor het beoordelen van menselijk gedrag vormen.

De filosofen Herbert Spencer en John Dewey hebben daarvoor hun 'sociologisch-evolutionistische ethiek' ontwikkeld. Zij betogen dat de moraal, dat wil zeggen het geheel van bestaande waarden en normen, niet spontaan aanwezig is, maar is gegroeid als het resultaat van een lange evolutie. De moraal die in dit proces als het ware 'overleeft' is die welke het beste past bij de zich steeds wijzigende omstandigheden. De moraal die in het licht van de omstandigheden als het ware de 'sterkste' blijkt te zijn, wordt dan de heersende moraal. Is de maatschappij sedentair, dan verandert de moraal niet of weinig en ontstaat de indruk dat er absolute waarden en normen zouden bestaan. Maar in een tijdvak met snelle veranderingen moet de ethiek haar normen aanpassen: eeuwige normen blijken dan niet te bestaan.

Deze evolutie van de moraal is een proces dat zich in belangrijke mate aan bewuste beïnvloeding onttrekt. De geschiedenis is als het ware het grote laboratorium waarin onze hypothesen over goed en kwaad zich hebben te bewijzen. De moraal vindt zijn oorsprong niet in blauwdrukken maar in het overleven van wat heeft bewezen te werken. Waarden en normen kunnen niet worden geconstrueerd overeenkomstig een rationalistisch ontwerp, aldus de filosofen Hayek en Popper. De communisten hebben dat geprobeerd. Zij hebben gefaald. De condition humaine is nu juist dat wij niet alwetend zijn.

De traditie is bij de morele vorming onmisbaar. Nu is de traditie geen stilstaande poel, waarvan wij de dampen maar hebben in te ademen zonder erbij stil te staan. Door nieuwe ideeën over waarden en normen aan te dragen, kunnen mensen een frisse bries laten waaien. Voorwaarde is wel dat die bries niet uitgroeit tot een storm die tradities en mensen wegvaagt. Anders gezegd, vernieuwing van normen mag en kan niet met geweld worden afgedwongen, maar moet het gevolg zijn van overredingskracht.

Betrekkelijk universeel

Hoewel ik dus van mening ben dat een moraal evolueert, ligt er mijns inziens onder de veranderlijke concrete moraal toch een verzameling van waarden die een universeel voorkomen hebben. Deze ethica naturalis lijkt altijd en overal in de een of andere vorm aanwezig. Vandaar mijn opvatting dat de traditionele westerse waarden een betrekkelijk universele betekenis hebben. Zij hebben zich bewezen en zijn een richtsnoer voor maatschappelijk verantwoord handelen.

Om welke waarden en normen gaat het? Ik zal hier geen limitatieve opsomming geven, maar beperk mij tot het aanstippen van enkele deugden die, wil de maatschappij goed kunnen functioneren, niet kunnen worden gemist. Deugden als eerlijkheid en oprechtheid, bijvoorbeeld, zijn fundamenteel voor het maatschappelijk vertrouwen, zonder welk een geordend maatschappelijk leven niet mogelijk is. Wellevendheid en rechtvaardigheid zijn andere deugden die vaak als wezenlijk voor de samenleving worden beschouwd. Maar de moeilijkheid met dergelijke deugden is dat het niet mogelijk is hun exacte betekenis aan te geven. De algemene gedragsregels die nodig zijn om de maatschappij goed te laten functioneren, zijn niet in een handleiding Hoe word ik een goed burger? te vangen. Welke concrete invulling deugden als oprechtheid, wellevendheid en rechtvaardigheid in een bepaalde situatie dienen te krijgen, zal immers altijd van die situatie afhangen. Het gaat nooit om maatschappelijke eisen die als 'bevelen' dienen te worden opgevolgd; maatschappelijke verantwoordelijkheid doet een beroep op iedere burger zonder hem op een bepaalde keuze vast te leggen.

Hier ligt de koppeling tussen vrijheid en verantwoordelijkheid. Door mensen als maatschappelijk verantwoordelijke wezens op te vatten, doen wij een beroep op hun redelijkheid. Liberalen gaan ervan uit dat mensen reflexief zijn ingesteld. Daarom mogen zij in beginsel in staat worden geacht op verantwoorde wijze met hun vrijheid om te springen. Het is onze menselijke rationaliteit die ervoor zorgt dat vrijheid en verantwoordelijkheid geen elkaar uitsluitende begrippen zijn maar juist een complementair karakter hebben.

Sanctie

Dit wil niet zeggen dat we met een probleemloze verhouding van doen hebben. De mate waarin onze redelijkheid op het verantwoordelijkheidsgevoel inwerkt, bepaalt in hoeverre de verantwoordelijkheid met de individuele vrijheid harmonieert. Vaak zal de mogelijkheid van een sanctie op de achtergrond aanwezig moeten blijven om mensen tot verantwoordelijk gedrag aan te sporen. Die sanctie behoeft niet altijd een juridisch karakter te hebben, kan dat in het geval van maatschappelijke verantwoordelijkheid ook niet hebbben. Zij kan ook moreel van aard zijn. Juist wanneer de algemene gedragsregels breed gedragen zijn, is het waarschijnlijk dat onverantwoordelijk gedrag wordt bestraft met reprimandes van of verlies van achting onder buurtgenoten, vrienden of gezinsleven.

Idealiter is de redelijkheid verder doorgedrongen, zodat de 'sanctie op de achtergrond' is geïnternaliseerd: een individu zal dan zijn best doen zich verantwoordelijk te gedragen op straffe van een conflict met zijn geweten.

Dit brengt mij op de vraag of wij anderen moeten voorhouden dat zij zich verantwoordelijk hebben te gedragen en of wij hen op maatschappelijk onverantwoord gedrag mogen aanspreken. Wat betreft de burgers volgt uit een eerder deel van mijn betoog dat de algemene gedragsregels alleen kunnen overleven als burgers de bereidheid tonen ze in stand te houden. Het valt niet precies aan te geven hoe ver zij daarbij hebben te gaan. Elk individu zal, in wisselwerking met zijn omgeving, moeten bepalen of er in een gegeven situatie een maatschappelijke verantwoordelijkheid ligt en wanneer de grens met bemoeizucht wordt overschreden.

Maar de staat moet zich hier terughoudend opstellen. De staat is er niet om te moraliseren maar om de in strafrechtelijke regels gegoten normen te handhaven.

Taak van politici

Politici bevinden zich op het kruispunt tussen burgers en staat. Enerzijds zijn zij burger als ieder ander. Of en op welke wijze zij hun medeburgers tot maatschappelijk verantwoord gedrag wensen op te wekken, staat geheel aan henzelf. Anderzijds brengt hun publieke functie met zich mee dat zij in het bijzonder zijn belast met een taak als het gaat om het formuleren van die waarden en normen, waarvan het nodig wordt geoordeeld dat ze strafrechtelijk worden vastgelegd. Als wij bovendien vaststellen dat een vrije samenleving op bepaalde gemeenschappelijke waarden en normen dient te berusten om te kunnen overleven, hebben politici ook de taak om duidelijk te maken welke waarden en normen van belang zijn en welke aan een onderhoudsbeurt toe zijn.

Maar uiteindelijk zijn het niet de politici die een invulling aan maatschappelijk verantwoord gedrag moeten of zelfs kunnen geven. Dat moeten de burgers zelf doen, in onderling samenspel en bij de overdracht van waarden en normen aan hun kinderen. Die overdracht vindt - als het goed is - thuis plaats; ze wordt aangevuld vanuit de directe omgeving van kinderen en op school. Kinderen, burgers in wording, zijn bij uitstek degenen aan wie waarden en normen moeten worden voorgehouden. Zij zullen zo, met vallen en opstaan, leren een eigen invulling aan het begrip maatschappelijke verantwoordelijkheid te geven. Hun invulling zal op die van ons voortbouwen, zonder daaraan identiek te zijn.

Niet iedere burger in wording zal gevoel voor maatschappelijke verantwoordelijkheid ontwikkelen. Maar liberalen zijn zo optimistisch om er op te vertrouwen dat velen zich er tijdens hun leven rekenschap van zullen geven. De paarlen worden immers niet voor de zwijnen geworpen maar voor redelijke wezens die met waardevolle zaken kunnen omgaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden