Staat de zeepbel in het Spaanse voetbal op barsten?

Barcelona-spits David Villa schiet op de goal tijdens een thuiswedstrijd tegen Rayo Vallecano.Beeld epa

Voorzichtigheid was geboden bij het aanpakken van één van Europa's meest heilige koeien; de professionele voetbalcompetities. En dan vooral die in Spanje. Hoe is het toch mogelijk dat Spaanse voetbalclubs een belastingschuld hebben van bijna 700 miljoen euro terwijl het land 40 miljard steun voor de banken vraagt?

Het is een vraag die ook steeds luider in Brussel wordt gesteld, zo meldt The Guardian. Het is al jaren bekend dat het succes van de Spaanse clubs is gebouwd op ondoorzichtige financiële constructies en enorme schulden. De Spaanse sporteconoom José María Gay de Liébana berekende vorig jaar dat de betaald voetbalclubs in Spanje 3,5 miljard euro aan schulden hebben uitstaan.

Voor de mededingingsautoriteiten in Brussel lijkt de grens bereikt. Zij willen van de Spaanse regering weten waarom het de clubs is toegestaan een grote belastingschuld op te bouwen.

"Het is onbegrijpelijk dat in een tijd waarin belastingen, zoals de BTW, worden verhoogd en ziekenhuizen en openbare bedrijven worden geprivatiseerd om op korte termijn financiële middelen binnen te halen, deze particuliere, recreatieve organisaties een fiscale voorkeursbehandeling krijgen", zei Willy Meyer, een Spaanse Europarlementariër van Verenigd Links, waar namens Nederland de SP deel van uitmaakt.

De Europese Commissie heeft momenteel al een onderzoek lopen naar vermeende ongeoorloofde overheidsteun aan voetbalclubs. Maar niet in de competities van het grote Engeland, Italië of Frankrijk, maar in de kleine Nederlandse eredivisie waar PSV, NEC, Willem II en FC Den Bosch onder het vergrootglas liggen.

Dat is klein bier vergeleken bij de bedragen die er in Spanje omgaan. Bekende clubs als Deportivo La Coruna en Racing Santander kunnen wel eens snel verdwijnen uit de ranglijsten.

Valencia kon onlangs een lening niet terugbetalen en viel daarmee in handen van de Bankia bank, die vorig jaar werd genationaliseerd, waarmee de club feitelijk in handen is van de Spaanse belastingbetaler is.

De situatie van Valencia is niet uniek. Meer clubs in de hoogste twee divisies zullen met moeite het hoofd boven water weten te houden. The Guardian spreekt van een Spaanse zeepbel die op barsten staat zodra Europa echt werk gaat maken van de publieke geldstromen naar de stadions.

"Als mensen mij vragen welke clubs in de gevarenzone verkeren, antwoord ik met de lijst van de clubs die niet in gevaar zijn", zegt Gay de Liébana. "Dat zijn Barcelona, Real Madrid en Athletic Bilbao". Real en Barcelona hebben weliswaar ook forse schulden, maar daar staan enorme inkomsten tegenover.

Eurocommissaris voor mededinging Joaquin Almunia vindt net als kritische Europarlementariërs niet dat de bevoorrechting van Spaanse voetbalclubs kan voortduren. Een onderzoek zoals in Nederland is dan ook een kwestie van tijd.

Maar dan moet de Europese Commissie zich niet alleen op Spanje richten, vindt Gay de Liébana. "Als je begint te vragen of de Italiaans en Franse clubs marktconforme prijzen betalen voor de huur van hun stadions, boor je grote conflicten aan," zo wijst hij op enkele misstanden in andere Europese competities.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden