COLUMN

Staak je, komt er extra geld voor onderwijs, word jij er nóg niet beter van

Beeld Maartje Geels

Leraren staken, in Oklahoma én in Nederland. Maar waar actievoeren in de VS lekker overzichtelijk is, leidt hier zelfs een overwinning tot boze vakbonden, teleurgestelde leraren en algehele verwarring onder het publiek.

Ondanks haar masteropleiding en twintig jaar ervaring, verdient lerares Donna Ross zo weinig dat ze er nog twee banen op na houdt. Voor haar lessen rijdt ze voor Uber en erna bedient ze op bruiloften. Haar collega Michael Turner is zo armlastig dat hij terugvalt op de soep die de kerk uitdeelt.

CNN had vorige week nog meer angstaanjagende verhalen over het onderwijs in de Amerikaanse staat Oklahoma: klassen tellen soms wel 35 of 40 leerlingen, de staat van het meubilair en het lesmateriaal is erbarmelijk, en er is een massale exodus gaande van leraren naar staten waar aanzienlijk meer te verdienen valt. Een grote lerarenstaking is er zijn tweede week ingegaan.

Een duidelijke boosdoener

Hoe ernstig de situatie daar ook is, in vergelijking met Nederland is actievoeren in de VS in ieder geval lekker overzichtelijk. Het is helder wie de boosdoener is: de staat. En de staat moet simpelweg meer geld uittrekken voor onderwijs. Meer geld voor salarissen betekent ook verhóging van de salarissen.

Dan Nederland. Vrijdag wordt hier weer gestaakt. Het kabinet trok extra geld uit voor het basisonderwijs, maar wat dat betekent voor de arbeidsvoorwaarden moeten anderen uitonderhandelen. De PO-Raad - de werkgevers - en de vakbonden zijn aan zet, zoals dat heet.

Die komen na vele maanden onderhandelen met honderden pagina's aan afspraken, waar de echte werkgevers - de individuele schoolbesturen - zich niet aan hoeven te houden. Het staat hun, afhankelijk van de tekst van het akkoord, nog steeds vrij om het extra geld níet aan salarisverhoging te besteden. En daardoor, zo stelde De Telegraaf geïrriteerd, zitten er nu 18.000 leraren onterecht in een te lage salarisschaal.

Met een verkeersbordje

Vervolgens begint het geëtter. De politiek geeft de PO-Raad er de schuld van dat het geld niet 'naar de portemonnee van de leraar' is gegaan. De PO-Raad legt de schuld weer bij 'vijf jaar nullijn' vanuit Den Haag. De individuele besturen zeggen het geld goed te hebben besteed. Vakbonden boos, leraren teleurgesteld, en bij het publiek heerst vooral verwarring.

In het voortgezet onderwijs gaat het niet anders. Zo verwees de VO-raad twee weken geleden een kleine groep stakers letterlijk, met een verkeersbordje, naar Den Haag, vindt de AOb dat de VO-raad zich onvoldoende, tja, activistisch opstelt, en komt Paul Rosenmöller, voorzitter van die VO-raad, met een voorstel voor een loonsverhoging, omdat de vakbonden niet meer willen praten.

Het onderwijsbestuur is verworden tot een peperduur spiegelpaleis. Of iemand de uitweg nog weet te vinden, maakt het verschil tussen kostelijk vermaak en akelige horror.

René Kneyber deelt zijn ervaringen als wiskundeleraar op het vmbo. Lees hier zijn eerdere columns.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden