Sta open voor de poëtica van de ander

palliatieve zorg | Het is moeilijk om in de praktijk recht te doen aan het streven naar waardigheid van de zieke. Filosofische teksten kunnen helpen bij een verbetering van de rol van vrijwilligers.

De verpleeghuiszorg schiet tekort, bleek gisteren uit een rapport van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Anne Goossensen, hoogleraar Zorgethische aspecten van informele zorg en bijzonder hoogleraar Vrijwillige palliatieve terminale zorg, deed onderzoek naar de rol van vrijwilligers in de palliatieve zorg. Ook daarin is verbetering mogelijk, stelde Goossensen onlangs in haar oratie. En daar kan de Duitse filosoof Martin Heidegger bij helpen.

Een van de gevolgen van de vergrijzing is dat we steeds vaker na een ziekbed sterven. Bijna 70 procent van de Nederlandse bevolking geeft aan dit ziekbed thuis te willen doorbrengen, terwijl dit nu nog maar in 30 procent van de gevallen lukt. Of mensen thuis sterven of in een hospice, de inzet van opgeleide vrijwilligers is hierbij onmisbaar. Nu al leveren in Nederland ruim 11.000 vrijwilligers een bijdrage aan de de zorg aan mensen in hun allerlaatste levensfase.

Zij ondersteunen mensen thuis, in hospices en steeds vaker in zorginstellingen en werken nauw samen met de beroepsmatige zorg.

Maar zij zíjn geen professionals, en moeten ook niet als zodanig beoordeeld worden. Toch willen vrijwilligers weten of ze hun werk goed doen. Zijn daar maatstaven voor aan te leggen?

Lang ging het in gezondheidsonderzoek alleen maar over de effectiviteit en de wetenschappelijke onderbouwing van geboden zorg, zegt Goossensen. Maar ze ziet dat de politiek daar wel verandering in probeert aan te brengen.

Ze wijst op het plan dat staatssecretaris Martin van Rijn een jaar geleden lanceerde en dat de kwaliteit van verpleeghuizen moet verbeteren. Van Rijn zei toen: "Ik wil in ieder Nederlands verpleeghuis liefdevolle zorg door trotse medewerkers, die bijdraagt aan een waardige oude dag".

"Waardigheid van de zieke en trots van de professional waren binnen het effectiviteitsdenken van de gezondheidszorg buiten beeld geraakt", zegt Goossensen. "Als je die termen dan opeens onderwerp van gesprek over kwaliteit laat worden, ontstaat er een hoop verwarring.

"Waardigheid is een soort uitkomst van zorg, wat iets heel anders belicht dan een gezondheidszorg die aan symptoombestrijding doet. Het is moeilijk in de praktijk recht te doen aan het streven naar waardigheid en trots. Filosofische teksten kunnen helpen om naar een passend kader voor kwaliteitsreflecties te komen."

Ze is psycholoog, geen filosoof, benadrukt Goossensen. Het gaat haar dan ook niet om een nieuwe of sluitende interpretatie van een tekst van Heidegger.

"Ik gebruik filosofische teksten, onder andere van Heidegger, Iris Murdoch of Simone Weil, om onder woorden te helpen brengen wat uit beeld gedrukt is de afgelopen jaren."

En wat hebben we dan aan Heidegger?

"VPTZ Nederland, de koepelorganisatie voor vrijwillige palliatieve terminale zorg, heeft als taak voor vrijwilligers geformuleerd: 'Er zijn'. Maar dit concept blijkt in de praktijk nog weinig onderbouwd en voor verschillende interpretaties vatbaar.

"Een tekst van Heidegger uit het boek 'Gelassenheit' zou behulpzaam kunnen zijn dit begrip meer inhoud te geven. De filosoof Martin Heidegger schrijft in dit boek over twee manieren van denken: calculerend en meditatief denken.

"Het calculerend (rechnendes) denken is gericht op doelstellingen, uitgangspunten, resultaten. Heidegger zegt hierover: 'De eigen aard van dit denken bestaat hierin, dat wij, als wij plannen maken, navorsen en een onderneming opzetten, steeds met gegeven omstandigheden rekening houden. Als we die in rekening brengen, hebben wij het berekenend op wélbepaalde doelen afgezien. Wij rekenen bij voorbaat op welbepaalde resultaten. Dit rekenen kenmerkt iedere vorm van planning en navorsend denken. [...] Het rekenende denken calculeert. Het calculeert voortdurend nieuwe, steeds meer belovende en tevens goedkopere mogelijkheden. Het rekenende denken raast van de ene kans naar de volgende. Het rekenende denken houdt nooit stil, komt niet tot bezinning.'

"Calculerend denken, zo vat ik het boek 'Gelassenheit' samen in mijn oratie, valt te karakteriseren als 'gebruikend' denken. Als de mens zich beperkt tot het calculerende denken, wordt hij aan dát denken uitgeleverd, wordt hij er de knecht van. Het denken gaat met hem op de loop, gaat een eigen leven leiden. En daarmee wordt de 'worteling in eigen bodem', de Bodenständigkeit, bedreigd. Die worteling betreft een verbinding met het wezenlijke van zaken, van waaruit de betekenis ervan kan worden ervaren.

"Een cultuur die vooral bestaat uit calculerend denken loopt het gevaar dat mogelijkheden om zin te ervaren verloren gaan."

Het effectiviteitsdenken was in Nederland te dominant geworden?

"Ja. En vanuit de protocollen die uit het effectiviteitsdenken volgen kun je geen inhoud geven aan 'Er zijn', de kernwaarde die de koepelorganisatie VPTZ voor vrijwilligers heeft geformuleerd."

Dat lukt wel met de tweede manier van denken?

"Beter. Kenmerkend voor deze tweede manier van denken is dat het een openheid bevat waarin zich nieuwe inhoud kenbaar kan maken. Deze geopende wijze van het denken wordt ook wel meditatief denken genoemd, poëtisch of bezinnend, besinnliches, denken: denken dat in staat is het wezenlijke, de zin, aan te boren."

Hoe moet ik dit poëtische denken praktisch voor me zien?

"Ik begrijp poëtisch denken als wachten, als een deel van jezelf terughouden, zodat zich een diepe existentiële werkelijkheid in termen van ervaren kwetsbaarheid van de ander kan tonen."

Waarop moet een vrijwilliger wachten?

"In de palliatieve vrijwilligerspraktijken kan het 'goed willen doen', het handelen, een belemmerende factor zijn bij het goede doen. 'Doenerigheid' kan belastend worden aan het levenseinde."

Die doenerigheid is weer typerend voor het calculerende denken?

"In zekere zin. Doenerigheid gaat over doen wat je wilt doen en niet over afgestemd handelen als respons op de ander. Door een dergelijke calculerende houding tegen te houden en bewust innerlijk te wachten, aanwezig te zijn, ontstaat ruimte waarin zich iets kan tonen. Hier past een zekere overgave.

"Volgens Heidegger ontstaat de benodigde staat van verstilling niet door een activiteit van de wil, eerder resulteert de openheid juist uit een terughouden van de wil."

Dus die vrijwilliger moet gewoon lekker niets gaan zitten doen?

"Haha nee, niet echt. Passiviteit, onverschilligheid of veronachtzaming leiden ook niet tot de gewenste openheid waarin uitgevonden kan worden wat het goede is. Er is wel een wens voor nodig en een alerte aanwezigheid."

Hoe kunnen die vrijwilligers dan de gewenste openheid bereiken?

"Het gaat om een juiste attitude en sensitiviteit. Zij kunnen dat zelf heel helder beschrijven. We hebben een project gedaan met 120 vrijwilligers, die in brieven opschrijven wat zij ervaren, en wat het werk hen oplevert. Zij beschrijven bijvoorbeeld dat ze, voordat ze naar het hospice gaan, zich actief proberen leeg te maken.

"Je zou dit verstilling kunnen noemen, of in termen van Heidegger, ontzelving of ontlediging."

Het is misschien een wat 'doenerige' vraag, maar wat levert deze verstilling op?

"Het begint met de noodzaak om over jezelf heen te springen, jezelf deels achter te laten. Wie dat kan, is beter in staat om existentiële opgaven van de ander te verstaan. Dat noem ik in mijn oratie de poëtica van de ander."

Wat kun je met de poëtica van de ander aan een ziekbed?

"In een zorgpraktijk treden allerlei vormen van spanning op. Lang niet alle mensen in een terminale fase zijn vriendelijk. Allerlei minder prettige karaktertrekken kunnen naar voren komen.

"Soms is er veeleisendheid. Het komt voor dat iemand tien keer om ander eten vraagt. Vrijwilligers wordt bijvoorbeeld geleerd grenzen te stellen, aan te geven wanneer ze overvraagd worden.

"In plaats van in actie te komen, of te besluiten dat het genoeg is geweest en er nu een grens wordt overschreven, kun je ook afwachten, om dan dieper de vraag te kunnen stellen: waarom vraagt deze persoon tien keer om ander eten? Wat zit daar onder? Is dit moeilijke gedrag mogelijk een uiting van de existentiële worsteling die mensen doormaken?

"Als je jezelf zulke vragen stelt, zet je je eigen identiteit even tussen haakjes, om die van de andere ten diepste te kunnen verkennen. Ik denk dat je zo, met het begrip 'gelatenheid' in het achterhoofd, beter inhoud kunt geven aan 'Er zijn'."

Anne Goossensen

Prof. dr. Anne Goossensen werkt als hoogleraar Informele zorg en zorgethiek en als bijzonder hoogleraar Vrijwillige palliatieve terminale zorg aan de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht.

Vanuit haar achtergrond als onderzoekster naar kwaliteit van zorg, identificeert ze relationele kwaliteitsaspecten in de zorg, en begrijpt ze die vanuit zorgethisch perspectief.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden