Srebrenica-rapport / Het goede goed en het kwade kwaad

'Het trauma van Srebrenica is ook een trauma van de Nederlandse journalist, evenwel zonder dat dit heeft geleid tot veel openlijke kritische zelfreflectie van die zijde.' De media zouden hebben gefaald in hun berichtgeving over de gebeurtenissen in Bosnië. In hoeverre klopt dat? Een gesprek met Jan Wieten die tekende voor een deel van het Niod-onderzoek naar de rol van de pers.

Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie heeft gesproken. De regering, het parlement en de legerleiding hebben gefaald. Maar daarmee niet genoeg. 'Srebrenica: het falen van de media' stond er boven de brief van Trouw-hoofdredacteur Frits van Exter vrijdag in deze krant. Hij baseerde zich op deelonderzoeken van het Niod-rapport die de rol van Nederlandse kranten en televisie onder de loep namen voor de periode van de zomer van 1992 tot en met de eerste zeven maanden van 1995: grofweg van de beelden van de broodmagere man achter prikkeldraad in Omarska tot aan de val van Srebrenica.

Meer dan duizend pagina's met tekst, die op een CD-rom bij het Niod-rapport werden aangeleverd. Ze behelzen een onderzoek in drie delen naar het nieuwsproces en een inhoudsanalyse van de Joegoslavië-berichtgeving in NRC-Handelsblad, Trouw, De Telegraaf, de Volkskrant en het NOS-journaal. En alsof dat nog niet genoeg is, is er ook nog een vierde deel. Daarvoor tekende onderzoeker Jan Wieten.

'Srebrenica en de journalistiek' heet het droogjes. Het bevat een korte uiteenzetting over hoe de media de politiek en de publieke opinie kunnen beïnvloeden, en het bevat vooral een weergave van gesprekken die Jan Wieten voerde met betrokken verslaggevers en redacteuren. Want Wieten was op zoek naar het hoe en waarom van hun handelen.

In de epiloog staat de cruciale passage die ook Van Exter in zijn hoofdredactionele brief aanhaalt. 'Het trauma van Srebrenica is ook een trauma van de Nederlandse journalist, evenwel zonder dat dit heeft geleid tot veel openlijke kritische zelfreflectie van die zijde.' Er zouden nu dus heel veel mensen met het Niod-rapport op hun knieën thuis moeten zitten tobben over hun menselijk tekort. Wim Kok, de toenmalige fractieleiders van de politieke partijen, de generaal Couzy, de hoofdredacteur van de krant.

Van Exter mag spreken over het falen van de media, onderzoeker Wieten is teveel wetenschapper om zoiets in zijn algemeenheid te beweren. In zijn smalle werkkamer aan de Universiteit van Amsterdam zegt hij dat hij niet zozeer van falen zou willen spreken.

,,Maar je kan zo'n algemene uitspraak wel gebruiken als je de media niet losziet van de contekst waarbinnen ze opereren. In het politieke klimaat in Nederland in de periode die vooraf ging aan de uitzending van Dutchbat was juist behoefte geweest aan een wat grotere afstandelijkheid en een meer kritische benadering. Als die er was geweest dan was het misschien toch tot uitzending gekomen maar dan was het trauma achteraf niet zo groot geweest. In hun berichtgeving hebben de media denk ik niet zo slecht gefunctioneerd, in vergelijking bijvoorbeeld met buitenlandse media, al had men consequenter kunnen berichten en meer kennis kunnen opbouwen. Men had meer de feitelijke problematiek moeten analyseren in plaats van de druk op te voeren op de politiek om te handelen.''

Was de teneur in de buitenlandse berichtgeving zoveel anders?

,,Onderzocht heb ik het niet, maar ik geef er wel een indruk van. Ik geloof dat de Nederlandse journalistiek, sterker dan de buitenlandse, door moraliteit wordt gekenmerkt. Tegelijkertijd zijn daar in het buitenland ook voorbeelden van waar je ze niet zou verwachten. Als je kijkt naar John Simpson en Martin Bell die beiden werkten voor de BBC, een instituut dat staat voor afstandelijkheid, objectiviteit en onafhankelijkheid, dan zie je dat de één - Bell - in dit conflict een andere benadering kiest en partij kiest voor de slachtoffers, terwijl de ander - Simpson - zegt dat je dat als journalist niet moet doen, want je verliest je geloofwaardigheid en je raakt zelf betrokken.''

,,Maar die betrokkenheid zie je in Nederland dus heel sterk. Denk maar aan de noodkreet van de redacteuren Peter Michielsen, Elsbeth Etty, Ewoud Nysing en Anet Bleich die NRC en de Volkskrant eind 1991 op hun opiniepagina's plaatsten. Het was een emotionele oproep aan collega's en aan de publieke opinie om de burgeroorlog in Joegoslavië niet te laten gebeuren. Om je desnoods tussen de strijdende partijen te plaatsen.''

,,Daarmee moet je natuurlijk wel oppassen. Ik geef nog een ander voorbeeld, van de Hier en Nu-rubriek die ruim een jaar lang, van begin 1993 tot de uitzending van Dutchbat in 1994, weekoverzichten uitzond van de gebeurtenissen in Joegoslavië en die uitzendingen steevast afsloot met de opmerking dat dit de zoveelste dag was dat niet is ingegrepen. Dat is een bekend trucje waarmee je de morele druk op Den Haag verhoogt.''

Maar Den Haag dacht er niet veel anders over.

,,Daarom is het ook moeilijk te zeggen of Hier en Nu heeft bijgedragen aan een klimaat waarin ondoordacht is besloten tot het uitzenden van die troepen. Ik denk dat je dat niet hard kunt maken omdat Den Haag helemaal geen duwtje nodig had.''

Wat waren daarvoor de aanwijzingen?

,,De aanwijzing was het bestaan van een consensus, een algemeen klimaat. Met name in de zomer van 1992, als die beelden komen van dat concentratiekamp bij Omarska, ontstaat vrij algemeen een beeld van helderheid van de situatie. Daarvóór was het heel ingewikkeld allemaal wat zich tussen die etnische groepen in Joegoslavië afspeelde. Typisch Balkan. Maar daarna wordt er duidelijk onderscheid gemaakt tussen slachtoffers en daders en dat dat alleen maar door militair ingrijpen kan worden opgelost: een militair ingrijpen van de volkerengemeenschap met een specifieke rol van Nederland daarin. Dat is een teneur in de opiniëring in de media, maar je ziet dat die aandrang vanuit de politiek, vanuit buitenlandse zaken, vanuit het parlement zeker even sterk is. De humanitaire waarden die in het geding waren waren zo groot dat je niet afzijdig mocht blijven, zo zei men.''

Is dit sterk gevoelde argument nu typisch Nederlands of leefde dat in heel Europa?

,,In andere landen leefde dat minder. Dat kwam in de Nederlandse politiek ook aan de orde. Daar zei men: die anderen doen niks, die denken alleen maar aan hun eigen belang. De Duitsers verscholen zich achter allerlei excuses en hun verleden op de Balkan en de Fransen en Engelsen zouden veel te veel de neiging hebben om de Serviërs te steunen vanwege hun entente in de Eerste Wereldoorlog. En in de commentaren en opiniestukken wordt regelmatig gewezen op de specifieke taak die Nederland zou hebben, dat Nederland traditioneel zou staan voor waarden in het internationaal rechtsverkeer. Maar tegelijkertijd denk ik dat de Nederlandse politiek niet alleen maar nobele motieven had maar ook uit was op een sterkere positie in de internationale organen.''

Dat speelde allemaal mee in die drang om op te willen treden.

,,Ja, als anderen het niet doen dan zullen wij het voorbeeld moeten geven. Nederland als gidsland. Dat speelde bij Hier en Nu, bij Brandpunt, bij bepaalde commentaren in De Volkskrant en in mindere mate in de NRC, die wat meer afstandelijk bleef.''

,,Wat je ook ziet - en dat gebeurde in die zomer van 1992 na de beelden van de uitgemergelde man in het kamp van Omarska - is dat de gebeurtenissen in het perspectief van de Tweede Wereldoorlog worden geplaatst. Dan gaat het niet alleen meer om Nederland-gidsland, maar ook dat München 1938 zich niet meer mag herhalen. Men zei: dit soort conflicten kun je alleen maar met geweld oplossen want deze agressor luistert niet naar rede. Dit perspectief is denk ik bepalend geweest voor het opinieklimaat. Dan kan zelfs een Dayton-akkoord al niet meer, want je weet al wat daarmee zal gebeuren. Dan lever je humanitaire waarden in voor een Realpolitik waarin je eigen belangen voorop staan.''

,,Tegelijkertijd zie je dat dat beeld doorwerkt ongeacht de berichtgeving. Want de feitelijke berichtgeving over Joegoslavië vertoonde vele nuances, ook over de beoordeling van de uitzending van Dutchbat. Er zijn heel wat kritische artikelen geschreven van september 1993 tot de uitzending van Dutchbat; over het mandaat, over de bewapening, over de uitzichtsloze situatie waarin men terechtkomt.''

Maar waren die ITN-beelden van Omarska werkelijk ook bepalend voor de politiek?

,,Lees de commentaren van de toenmalige minister van defensie Relus ter Beek die zegt: als je dat ziet dan kan je toch niet afzijdig blijven? Maar Douglas Hurd, de Engelse minister van buitenlandse zaken verwijt de pers juist dat ze met die beelden een stemming creëren van 'er moet iets gedaan worden'.''

Tussen Omarska en het besluit tot uitzending zit nog een flinke periode.

,,Je ziet in de beeldvorming achteraf dat aan Omarska een grotere invloed wordt toegeschreven dan het werkelijk heeft gehad. In het programma Middageditie zei Inge Diepman dat toen die beelden werden uitgezonden George Bush sr. en John Mayor besloten tot militair ingrijpen. Dat is helemaal niet waar. Dat besluit viel veel later.''

Wel was vanaf dat moment duidelijk wie de goeien en de kwaaien in het conflict waren.

,,Ik wil daar een kanttekening bij plaatsen. Er waren ook journalisten in Nederland die een afstandelijker positie innamen, zoals Raymond van den Boogaard bij NRC, Othon Zimmermann bij het Algemeen Dagblad en Nicole Lucas bij Trouw, die tegen veel kritiek opliepen en intern het verwijt kregen dat ze de verkeerde kant kozen. Dat is ook een beetje het verschil tussen de mensen die daar moeten werken en diegenen die thuis op de redactie zitten en menen het beter te weten. Daar heeft de redacteur net The Guardian gelezen en dan moet je als verslaggever in feite óók dat verhaal leveren. Je moet je realiseren dat de media voortdurend de neiging hebben een beperkt beeld te geven.''

Aan de muur achter u hangt een reproductie van de eerste pagina van het pas opgerichte dagblad De Nederlander uit 1848. Daar lees ik: 'We willen geen regeringskrant zijn en geen oppositieblad. We willen het goede goed noemen en het kwade kwaad.' Is dit nog voor onze media van toepassing?

,,Ik denk dat je kunt zeggen dat in deze meer journalisten zich ingespannen hebben om het goede goed te noemen en het kwade kwaad dan ze ooit in hun journalistieke loopbaan hadden gedaan. Tegelijkertijd moet je je afvragen of dat wel het beoogde resultaat heeft gehad. Soms leidt die moraliteit tot verkeerde calculaties, die los staan van de werkelijkheid.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden