Srebrenica-eisers willen meer geld

Claim omvat smartegeld en 'forse' vergoeding voor materiële schade

Dutchbat-tolk Hasan Nuhanovic en de nabestaanden van electricien Riza Mustafic willen in totaal 180.000 euro smartegeld van de Nederlandse staat, die door de rechter verantwoordelijk is gehouden voor de dood van hun naasten. Eerder bepaalde het ministerie van defensie eenzijdig het bedrag op 80.000 euro.

Na de val van Srebrenica in juli 1995 hadden Dutchbat-militairen de slachtoffers van de VN-basis in Potocari gestuurd, in de armen van het wachtende Bosnisch-Servische leger. Zij werden vervolgens vermoord. In september 2013 bepaalde de Hoge Raad dat Dutchbat dat risico kende en die mensen niet weg had mogen sturen. Nederland was verantwoordelijk voor dit onrechtmatig optreden als gevolg waarvan Mustafic en de vader en broer van Nuhanovic de dood vonden.

De nabestaanden en hun advocaat Liesbeth Zegveld werden vorig jaar april verrast door de beslissing van Defensie om elk van de vier eisers 20.000 euro uit te keren. Ze waren daar niet in gekend. Zegveld noemde het besluit en de manier waarop het tot stand kwam 'respectloos'.

Nu doet ze een alternatief voorstel: Nuhanovic, als enige overlevende van zijn gezin, krijgt 30.000 euro voor ieder slachtoffer uit zijn gezin waarvoor de staat aansprakelijk is gehouden. Mustafic' vrouw en drie kinderen krijgen 30.000 euro ieder. Daarnaast legt ze ook een claim neer voor materiële schade, zoals reis- en verblijfskosten, de tijd die de klagers aan het proces hebben besteed, en gemiste carrièremogelijkheden als gevolg van het drama. Dat laatste is berekend door het Nederlands Rekencentrum Letselschade.

Over de hoogte van de materiële schade wil Zegveld zich niet uitlaten. Wel wil ze kwijt dat het bedrag 'fors' is, vooral vanwege de lange duur van het proces, ruim tien jaar: "De staat heeft dit zo lang volgehouden, dat de schade is verergerd. Die proceshouding rekenen we de staat zwaar aan." Defensie zegt dat ze het verzoek bestudeert.

De afwikkeling van de schadevergoeding voor Nuhanovic en de familie Mustafic wordt op de voet gevolgd door advocaat Marco Gerritsen. Hij voert namens de stichting Moeders van Srebrenica een andere rechtszaak over de Nederlandse verantwoordelijkheid voor de slachtoffers van de genocide.

De rechtbank in Den Haag bepaalde in juli vorig jaar dat de staat aansprakelijk is voor zo'n driehonderd mannen en jongens die als laatsten van de basis in Potocari werden gestuurd. In een hoger beroep dat later dit jaar dient, hoopt Gerritsen aan te tonen dat die verantwoordelijkheid zich uitstrekt tot een veel grotere groep, wellicht zelfs tot alle 8000 slachtoffers van de genocide. Hoe dan ook wil hij voor nabestaanden die in het gelijk worden gesteld dezelfde immateriële schadevergoeding als Nuhanovic en de familie Mustafic krijgen: "Ik kan mij niet voorstellen dat mijn cliënten met minder genoegen zullen nemen."

Mocht de staat het hoger beroep in deze zaak verliezen, dan kan dat leiden tot een claim van enkele honderden miljoenen euro's.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden