Spufford wil zich niet verdedigen of verontschuldigen

Hoe het voelt om te geloven

SIJBOLT NOORDA

Gelovigen zijn mensen die een verwaterde variant van het kerstspel van de basisschool uitbazuinen zonder dat ze in de gaten hebben dat hun kindertijd voorbij is. Voor gelovigen kunnen de dingen nooit gewoon zijn wat ze zijn. Ze houden hun vingers in de oren om het geluid van de echte wereld buiten te houden.

"Het gekke is", schrijft Francis Spufford, "dat het voor mij precies andersom is. Naar mijn beleving is geloof de meest intense vorm van aandacht voor de dingen. Het geloof vraagt me juist om illusie na illusie op te geven, terwijl het gezond verstand tegenwoordig voortdurend van ons lijkt te vragen te doen alsof." Te doen alsof het leven louter genieten is, geluk te koop, en vrede een kwestie van goede wil.

Spufford is een overtuigd christen en geneert zich niet. Hij is schrijver van z'n vak en wil wel eens iets terugzeggen op al die stille verwijten of uitgesproken bezwaren tegen het christelijk geloof en zijn aanhangers. Dus heeft hij een boek geschreven. Niet om voor de zoveelste keer de opvattingen en ideeën van het christendom te verdedigen. Nee, hij wil het voor de verandering eens hebben over de gevoelskant van het geloof, over de emotionele huishouding van een christen, die van Francis Spufford zelf.

Hij windt er geen doekjes om. Geloof is geen zeilen bij mooi weer of vol bewondering naar de sterrenhemel liggen staren. Nee, gelovigen zijn net als iedereen behept met de onuitroeibare neiging de dingen te verpesten, voor zichzelf evengoed als voor anderen. Anders dan veel mensen denken hebben gelovigen geen teflonlaag waar de ellende van afdruipt of een constante aangename fantasie van een toekomstig tweede leven wanneer alles beter zal zijn. Desondanks hebben ze het gevoel dat God er is en van hen houdt, hen niet uit zijn handen laat vallen. Niet omdat er een diepe zin in het leed van de mensen en de wereld zou zitten. Want er is eenvoudigweg geen sluitend antwoord op de vraag hoe een wrede schepping, onverdiend leed en onmenselijke moordpartijen te rijmen zijn met het idee dat er een welwillende en almachtige god van alle dingen is.

Toch heb ik het gevoel dat er een God is, schrijft Spufford. Maar hoe dan? Dat probeert hij duidelijk te maken. Eerst met verwijzing naar zijn persoonlijke ervaring. Zonder rationele godsbewijzen (daar ziet hij niets in) en theologische dogma's (daar ziet hij zo mogelijk nog minder in) duidt hij aan hoe dat gaat en wat dat is, Gods presentie ervaren. Niet als een abstract idee of een projectie van je wensen en verwachtingen, maar als een overweldigende letterlijke aanwezigheid, in alles en overal.

Dan vertelt hij het verhaal van Jezus na, niet als theologie of christologie, maar als de geschiedenis van een Joodse man uit het Palestina van de eerste eeuw, in wiens daden, woorden en leven God zichtbaar en voorstelbaar is geworden op de schaal van de menselijke geest. Dan gaat het over liefde van een vader van een ontspoorde zoon ('het soort liefde dat we nodig hebben, ook als we die niet verdienen') en over een goede afloop ondanks het tragische einde en het zinloze lijden ('de belofte dat liefde sterker is dan de dood'). Jezus is als het ware de belichaming van 'desondanks' en 'maar toch'.

De kracht van dit boek zit 'm in de vaart, de vrijpostigheid en de persoonlijke stijl. Spufford blijft buiten het strijdgewoel van atheïsten en theologen, ver van de kleine lettertjes van wetenschappelijke rationaliteit en filosofische scherpslijpers. Geloven is immers een manier van leven, geen dogmatiek van achterhaalde wereldbeelden waarvoor je voortdurend ter verantwoording wordt geroepen.

Hij zegt niet: "Sorry, let maar niet op mij, ik ben er zo eentje van een bijna uitgestorven soort", maar kiest met flair zijn eigen wapens, die van taal en gevoelens, om over te brengen hoe hij gelooft en hoe zinnig dat is. "Ik heb het gevoel dat er een God is. En daarom heeft het emotioneel gezien zin om door te gaan en te doen alsof Hij er is, ja, het erop te wagen met die mogelijkheid." Dat levert het nodige retorische vuurwerk op, heel Brits en niet gemakkelijk te vertalen. De Nederlandse versie is wat minder briljant dan het origineel, maar heel niet slecht. Al zou ik de oorspronkelijke titel ('Unapologetic') anders vertaald hebben (eerder: 'Niets om je voor te schamen'), en de Joodse Jezus niet op z'n Engels Yeshua hebben genoemd. Hoe dat ook zij, het boek verdient veel lezers. Het zou wel eens een klassieker kunnen worden.

Francis Spufford: Dit is geen verdediging! Waarom het christendom ondanks alles verrassend veel emotionele diepgang heeft. (Unapologetic: Why, despite everything, Christianity can still make surprising emotional sense) Vert. Karl van Klaveren. Ten Have, Kampen; 224 blz. euro 18,95

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden