Sprintkoning EK atletiek was ook voetballer en wielrenner

Dafne Schippers moet de koningin van de EK atletiek in Amsterdam worden. In 1934 werden de kampioenschappen voor het eerst gehouden. Toen domineerde een Nederlandse man de sprintnummers.

Het Franse sportblad L'Auto noemde Chris Berger eind 1933 al de beste Europese sprinter. In 1934, tijdens de eerste Europese kampioenschappen atletiek, kon de Nederlandse sprinter die reputatie waarmaken met echte titels. Plaats van handeling: het Mussolini-stadion in Turijn. Het fascistische Italiaanse regime misbruikte het festijn voor propagandadoeleinden. De nazi's deden er inspiratie op voor 'hun' Olympische Spelen van 1936.

Berger was nog niet eens zo heel lang bezig met atletiek. In 1928 voetbalde hij bij DWS in Amsterdam, toen een overwinning tijdens een atletiekkampioenschap voor voetballers hem wees op zijn mogelijkheden in de moeder der sporten.

Bergers faam groeide snel. In het cruciale seizoen 1934 lieten zijn prestaties aanvankelijk te wensen over. Zijn Duitse concurrent Borchmeyer en de Hongaar Sir klokten betere tijden. Pas hartje zomer, net op tijd voor de EK, begon zijn vorm te groeien.

In Turijn maakte de 23-jarige Berger grote indruk in de series en de halve finale van 100 meter. Tijdens de finale leek hij onbedreigd te winnen, maar in de laatste dertig meter verkrampte de Nederlander en kwam Borchmeyer steeds dichterbij. Het was lastig te zien wie als eerste over de streep ging. De officials riepen de Duitser tot winnaar uit.

Sportliefhebber Adriaan Paulen, na de oorlog voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie en de Europese en wereldatletiekbond, zat op de tribune en zag het anders. Met steun van enkele Italiaanse toeschouwers tekende hij protest aan.

Voor aanvang van de laatste wedstrijddag van de EK keek de jury de film van de sprintfinale terug. De beelden lieten geen twijfel bestaan over de winnaar: Berger kwam met zeker veertig centimeter voorsprong als eerste over de streep. Het protest werd toegewezen.

Berger hoorde het net voor de finale van de 200 meter. Die won hij daarna met miniem verschil van de Hongaar Sir. De Nederlander was nu onbetwist de snelste man van Europa. Mogelijk lag nog een derde gouden medaille op hem te wachten.

Op de 4 x 100 meter estafette werd vooraf een felle strijd tussen Nederland en Duitsland verwacht. Maar echt spannend werd het niet. De eerste Nederlandse wissel tussen Osendarp en Boersma was slecht en de laatste liep ook matig. Berger kon als slotloper de achterstand niet meer goed maken. De Duitsers wonnen het goud, Hongarije het zilver en Nederland moest genoegen nemen met brons.

Toch was dagblad De Tijd tevreden: 'Voldoende is gebleken, dat Nederland met zijn klein select groepje een uitstekend figuur heeft geslagen. Dat deze successen de algeheele athletiekbeoefening in ons land ten goede zullen komen, staat buiten twijfel.'

Terug in Amsterdam werd Berger onthaald met een zoen van zijn moeder en een huldiging.

In 1935 beproefde Berger zijn geluk als sprinter in de wielrennerij. Het werd geen succes. In 1936 richtte hij zich weer op de atletiek. Het fietsavontuur had hem geen goed gedaan. Op de Olympische Spelen in Berlijn sneuvelde hij in de kwartfinales van de 100 meter. Tinus Osendarp werd de grote Nederlandse sprintheld door in de finales van de twee kortste sprintnummers in het kielzog van Jesse Owens als derde en eerste blanke te eindigen. De Nederlandse ploeg met Berger haalde de finale van de 4 x 100 meter estafette, maar werd gediskwalificeerd nadat Osendarp het stokje had laten vallen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden