Sprinter is de nieuwe allrounder

Voor het laatst een EK met 10 kilometer. Straks erven sprinters het voordeel van de stayers.

Normaal gesproken blijft Sven Kramer na zondag voortleven als de grootste heerser van de grote vierkamp. Met zeven titels op deze klassieke schaatsdiscipline is hij op mondiaal niveau al de succesvolste aller tijden; de achtste Europese kroon die hem in Minsk wacht zal een record zijn met eeuwigheidswaarde.

Om te overleven moet snelschaatsen aantrekkelijker worden voor een groter publiek in meer landen. Afgelopen zomer besloot de internationale schaatsunie ISU met grote meerderheid om het kwakkelende EK allround rigoureus te reorganiseren. Het is een kantelpunt in de in 1893 officieel begonnen historie van het EK mannen, met een afscheid en een nieuw begin in respectievelijk de schaatsarme regio's Wit-Rusland en Polen.

Er zijn volgend jaar in Zakopane (Polen) ook titels per afstand te verdienen; de massastart en ploegenachtervolging zijn aan het programma toegevoegd. Maar het afschaffen van de tien kilometer (en de vijf voor vrouwen) kwam voor Nederland hard aan. In Minsk vormt de tien kilometer (sinds 1896) voor de 107e maal de afsluiting van de mannenvierkamp.

De Nederlandse specialiteit bij uitstek is aan de kant geschoven voor een 1000 (!) meter: van grote meerkamp naar minimeerkamp. De KNSB heeft in allerijl een voorstel ingediend om daar een drie kilometer van te maken. Met een 1000 zouden sprinters te veel worden bevoordeeld.

Kjeld Nuis rekende zich, anticiperend op de ISU-beslissing, vorig seizoen al rijk met een Europese titel allround: zijn voorsprong zou op de afsluitende vijf kilometer groot genoeg zijn. Bewijs daarvoor werd in december geleverd. Waar Nederland mokt, speelde Finland in op de nieuwe ontwikkeling: sprinter Mika Poutala werd Fins kampioen allround.

Dat is de reden dat Sven Kramer het welletjes vindt. De stayer is in Minsk voor definitieve geschiedschrijving: de laatste EK-titel grote meerkamp, met het afscheid van de tien kilometer. Hij spreekt voor de toekomst van een veredeld sprinttoernooi, en zal zich volledig gaan richten op zijn laatste olympische missie als stayer.

Wie zich nu nog allrounder mag noemen, werd meer dan een eeuw geleden bepaald. In een ander tijdperk, zonder overdekt kunstijs, Zamboni, klapschaats en aerodynamica, waarin de 1500 meter werd beschouwd als sleutelafstand.

In hoeverre heeft Kramer recht van spreken waar het toekomstige bevoordeling van sprinters betreft? Is Kramer zelf wel een echte allrounder? Was juist hij als stayer niet ruim een decennium in het voordeel ten opzichte van sprinters?

Statistisch gezien moeten die twee laatste vragen met 'ja' worden beantwoord, afgaande op onderzoek dat wiskundige Miriam Loois deed naar de vraag of een allroundtoernooi bij de mannen wel eerlijk is.

De 'balansrisicomanager' bij pensioenorganisatie PGGM bepaalde op basis van de persoonlijke records van 2449 schaatsers op zes afstanden welke factoren bepalen wie sprinter of stayer is. Met die kennis concludeerde ze op basis van de Adelskalender (wereldranglijst aller tijden op basis van persoonlijke records op 500, 1500, 5000 en 10.000 meter) dat in de top twintig van het huidige allroundsysteem stayers veruit in de meerderheid zijn. Toch gaat sprinter Shani Davis aan kop, voor stayer Kramer. De 'neutrale' Koen Verweij staat zesde.

In het nieuwe systeem (500, 1000, 1500 en 5000 meter) zijn de sprinters ver in de meerderheid. Kramer heeft gelijk dat hij er de brui aan geeft, hij tuimelt naar plaats vijftien. Het voorstel van de KNSB (500, 1500, 3000 en 5000) brengt meer evenwicht, met licht voordeel voor sprinters. Het eerlijkst zou het volgens de statistieken van Loois zijn om de tien kilometer niet te vervangen.

Met drie afstanden zou het EK-toernooi nóg compacter worden. En daarmee moet, zo betreurt schaatswetenschapper Jos de Koning van de Vrije Universiteit, toch rekening worden gehouden. "De televisie is helaas de dominerende leidraad geworden. Voor de samenstelling van een evenwichtig toernooi moet je kijken naar de energiesystemen die worden aangesproken. Een tien kilometer is dan nog aan de korte kant, daar zou je een marathon van moeten maken."

De Koning begrijpt dat die afstand sneuvelt. "Ik kan erg genieten van de tien kilometer. Maar alleen als het erom gaat, de laatste twee ritten. Je zou verwachten dat ze de tien vervangen door een drie kilometer. De 500 en 1500 meter liggen dan in het sprintgebied, de drie en vijf kilometer in het duursysteem."

"Vroeger was de beste allrounder de beste op de 1500. Die reden ze toen in rond de twee minuten, nu 1.40. Vergeleken met dertig jaar geleden is die 1500 meter meer een sprint geworden, die zit in het domein van de explosieve mensen. Daar ligt Kramer ten opzichte van de specialisten een dikke drie seconden achter."

"Dat allroundkampioenen altijd stayers waren, is overigens niet waar. Het is altijd een mix van verschillende rijders geweest. Een van de grootste allroundkampioenen uit historie, Eric Heiden, was een sprinter. Net als Ids Postma dat van origine was, en Ard Schenk. Tot de jaren zeventig was er voor sprinters geen plaats, er waren buiten de Olympische Winterspelen slechts allroundtoernooien."

Requiem voor het allrounden in Minsk

De EK van Minsk lijkt dit weekeinde het requiem voor het allroundschaatsen. Waar het uiteenvallen van Europese landen in andere individuele sporten als zwemmen, atletiek en judo een enorme verbreding van de top in gang zette, is die bij schaatsen afgestompt.

In Minsk verschijnen morgen zeventien vrouwen uit negen en vijfentwintig mannen uit veertien landen aan de start.

Bij de vrouwen wil buiten Ireen Wüst nog wel eens een Tsjechische of Duitse winnen, maar daar houdt de variatie op. Bij de mannen bestaat die variatie niet eens meer.

Vooruit, Nederland moet Noorwegen in de totale medaillespiegel voorrang verlenen. Lang kan dat niet meer duren. Sinds vader Yep Kramer 33 jaar geleden achter Hilbert van der Duim in Den Haag onfortuinlijk tweede werd, won Nederland 27 titels. Van de 99 plaatsen op het erepodium werden er 62 door Nederlanders bezet.

In de 109 officiële afleveringen van het EK mannen brachten slechts tien landen de kampioenen voort. Mondiaal is het nog treuriger, met negen leveranciers in net zoveel toernooien.

In de veertig EK's voor vrouwen leverden slechts zeven landen medaillewinnaars.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden