Springdance

UTRECHT - Meer dan twintig jaar geleden zag ik haar voor het laatst bewegen op het podium van Carré: een frêle vlinder met gitzwart aangezette vlamogen in een geblanket gezicht. In haar lucifer-ledematen ging een onbenoembare kracht schuil: ze was veel meer dan een Egyptische prinses, Indiase bajadère of groene kronkelende slang. Ze trok haar armen en benen in sikkels en zeisen, balanceerde in Fong Leng-creaties over een plank op een regenton, tolde in een ijzerdraad-crinoline met feestelijke slingers en lichtjes of stond minutenlang roerloos als nietig wezentje Carré plat te leggen. En ik weet zeker dat al die andere honderden mensen die erbij waren ook die beelden in hun hoofd en hart verzegeld hebben.

Natuurlijk heb ik het over Ellen Edinoff, medeoprichtster en de spil van Stichting Eigentijdse Dans, waar alles om draaide. Er stroomde Siciliaans-Nederlands bloed door de aderen van deze New-Yorkse Graham-danseres, die als vrouw van Koert Stuyf aan het Nederlandse dansfirmament verscheen. De diepgang van de spil die zij in de Nederlandse dansklei dreef, laat zich moeilijk peilen. Ze was uniek. Deed zij haar mond open, dan kwam er onvervalst Amsterdams met Amerikaans accent uit. Toen ze halverwege de jaren zeventig van het toneel verdween, bleef haar schim rondwaren. Van de leerlingen en dansers van Stichting Eigentijdse Dans benaderde Truus Bronkhorst haar magnetisme het meest. Andere danspersoonlijkheden namen haar passie over, maar niemand die de absolutie schenkende mythe van Edinoff kon vervangen.

En toen opeens, woensdagavond in de tot theater en ontvangstzaal verbouwde Remonstrantse Kerk aan de Utrechtse Nieuwe Kromme Gracht, dacht ik enkele minuten dat ze als Phoenix herrezen was. Ze had de gedaante aangenomen van een jonge Italiaanse ex-NDT-2-danseres en werd aangekondigd als Daniela Luca, de 'Lara' van de gelijknamige danssolo van Jose Besprosvany. Om haar heen speelden een cellist met de Westerse strengheid van Bach, een percussionist met Oosterse melancholie en twee fel uithalende Spaanse zangeressen. Op de transculturele muziek van Hughes de Courson kwam Luca even ongenaakbaar, onaantastbaar en intens spaarzaam bewegend als haar legendarische voorgangster op. Ze kan zich van geen imitatie bewust zijn geweest, want zal Edinoff nooit hebben zien dansen. Haar verschijning zorgde voor die zeldzame momenten in het theater waarin je je even in een door tijd geslagen gat voelt wegglijden. Terug naar de late jaren zestig, vroege jaren zeventig. Daniela Luca beheerste de rode toneelvloer met de roffelende of schuivelende bal van haar voet als een Indiase mudra-danseres. Haar bovenlijf deed mij aan de muurschilderingen van het Minoïsche paleis te Knossos denken. De opengesperde gitzwarte ogen en haar met goud en zwarte schmink aangestreken voorhoofd en slapen maakten haar tot een trillende libel.

Als evenbeeld van Edinoff beschikte zij over een zelfde dwingende concentratie en zuigkracht. Zoals haar voorgangster zich destijds boven alle culturen stelde, door mudra's, contractions en onnavolgbare poses en codes in zich te bundelen, moest ook Luca van haar Mexicaans-Russische choreograaf te Brussel die overdracht in zich samenballen. Haar dans - of beter rite - moest de passie en strijd tussen moslims en christenen oproepen, want Besprosvany en de Courson baseerden zich op de anonieme oud-Spaanse tekst 'Los siete infantes de Lara'. Zij moest de vloek van Don Rodrigo eruit dansen, die was ontstaan omdat hij als vergelding voor het noodlot van zijn geliefde zijn zeven neven doodde en zijn eigen partij verraadde.

Dat verhaal mag een vruchtbaar voorwendsel zijn geweest, maar deed er eigenlijk niet toe. Lara was Luca als Edinoff, als ideale vertolkster voor een magisch visioen uit een ver verleden. Vijftig lange minuten lang bewoog zij, tot in haar pinkkootjes en haarwortels geconcentreerd, in haar dramaloze ritueel rond een klankkast met koperen snaren. Na zo'n twintig minuten spatte de glanzende zeepbel uit elkaar.

Het lukte haar dus niet de spanningsboog vol te houden die Edinoff destijds juist tot in oneindigheid wist te verlengen. Toch maakte de opgeroepen herinnering dat ik deze onverwachte gebeurtenis in het Springdance Festival koester. 'Lara- Luca' was in elk geval een solo die een festival als dit rechtvaardigt en ook bijzonder maakt. Want binnen een reguliere programmering zou deze exotische overgave met de glans van overdreven pretenties direct vermalen zijn.

Gelukkig had ik ruim de tijd om over te stappen op de melige Hollywood-gimmicks voor jong publiek van The Meek. In 'It can happen to you' moest de hoop op een Oscar-beeldje wonderen verrichten. Filmregisseur Arthur Rosenfeld, zijn assistente Ana Teixido, de dromer Andreas Denk en het miskende danseresje Gabrielle Uetz lieten zich in de creatie van een waspoeder-reclamespot verleiden tot de drogwerelden van MGM. Een aardbeving, bij gebrek aan een andere oplossing, maakte daar een eind aan. Hoe jonge tv-watchers alle persiflages van typisch Amerikaanse helden en heldinnen van good old glamourland zullen ervaren, durf ik niet te voorspellen. In het met volwassenen gevulde Akademietheater bleven gegrinnik en lachsalvo's uit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden