Springdance

UTRECHT - De belangstelling voor het 'Bal Moderne' laat zien dat de behoefte aan samen dansen op voorgeschreven passen springlevend is. Des te opmerkelijker zijn de twee Springdance-premières waarmee het Festival begon. Daarin werd juist gestreefd naar het afleggen van gangbare voorschriften en codes in de verhouding tussen dansers en hun schrijvers.

In zijn openbare gesprek voor een jong, aandachtig publiek liet Lloyd Newson, de ex-psycholoog en leider sinds 1987 van het in Londen gevestigde DV8, er geen twijfel over bestaan. Zowel klassiek als modern ballet als de moderne theaterdans acht hij zand-in-de-ogen-strooiers. Bij het aanleren en verkopen van dit repressieve erfgoed moeten ondermijnende vragen gesteld worden: over de functie die theaterdans voor het publiek vervult, maar ook over de betekenis die de beoefenaren er zelf aan toekennen. Waarom slachtofferen ze zichzelf in deze prestatiegerichte vermaakscultus?

Na negen jaar met uiterst succesvolle produkties tegen zere schenen van de Engelse samenleving te hebben getrapt, wil Newson definitief afrekenen met het prozac-gehalte van dans en ballet. Is het decorum verlies van een 65plus ballerina-besje met rugplooien en spataders die zich letterlijk bloot geeft in haar hunkering naar een jonge onruststoker niet even mooi, in de zin van ontroerend? In zijn nieuwste produktie 'Bound to please' plaatste choreograaf-regisseur Newson zijn dansers van alle leeftijden op de door Balanchine, Cunningham, Bausch geërodeerde dansgrond. Ook hij moet echter erkennen dat hij en zijn fysical-theatre-acteurs dagelijks de academische technieken trainen, al stopte hij de arabeske in de ban. Zijn 'Bound to please' kan men daarom in het verlengde plaatsen van het slotdeel van Pina Bausch' 'Nelken' (1983) en Jiri Kylians 'Tanzschule' (1988), waarin de vele geledingen en uithoeken van het dansuniversum werden opgezocht. Maar het fysieke theater van DV8 gaat een stap verder, door elke gangbare norm tot een parodie op decorum-verlies te verheffen en onderwijl een onruststokende slungelachtige duivel in trainingspak zijn ontwrichtend werk te laten doen.

Wat dansers elkaar niet allemaal aandoen! Van de twee jonge vrouwen met dansambities straalt Milli Bitterli een gedecideerde, harde techniek uit. Wendy Houston laat zich in een vermakelijk spel voortdurend onderuithalen en zij moet zich wel afvragen of zij later zo wil worden als de 65-plusster Diana Payne Mayers. De bejaarde ballerina klampt zich aan de ballettraining als aan haar laatste strohalm in een extremistische, eclectische wereld. De mannen in 'Bound to please' komen minder duidelijk uit de verf. Er zijn de ijdeltuit, de querulant en de hanige docent die geen afwijking duldt. Voor allen geldt het dilemma in hoeverre danstechniek verstandelijk beheerst moet worden om er niet geestelijk aan onder door te gaan. Newsons antwoord luidt: dat moet ieder voor zichzelf ontdekken.

Zelf kiest hij voor de onruststoker die tot slot de hele bliksemse dansbende achter zich laat. Zijn 'Bound to please' is zijn (voorlopige?) afscheid van het dansbedrijf. Hij heeft schoon genoeg van beweging en gaat richting woord en toneel. Alle comtemporaine danstrends moeten daarom bij de vuilnisdienst gezet. Kortom, DV8 blijft meedogenloos. Alleen, voor hoe lang nog? Deze afscheidsrede in de Utrechtse schouwburg is minder overtuigend dan alle vorige produkties, vooral omdat hij teveel naar mimische sketches afglijdt.

Ook het Nederlandse choreografenduo Roebana en Leine probeert zich al jaren aan het keurslijf van hun vak te ontworstelen. Gingen zij eerder op de intellectualistische, voor leken nogal ontoegankelijke danstoer, nu willen zij beweging intuïtief (laten) benaderen, zowel door hun dansers als door hun publiek. Wat blijft is een onuitgesproken afspraak. Uit al hun abstract ogende, lichaamsgebonden plastiek onder invloed van wisselend geluid en licht vragen zij ons zelf een dramaturgie te distilleren, als goldt hun 'Tales of Eversion' het computerspelletje 'Make your own genesis'. Mij lukte dat maar ten dele met met de goed getrainde lichamen die kronkelen, schetteren, in elkaar zakken, roteren en nu eens in clusters dan weer als los zand alle kanten uitschieten. Janine Dijkmeier, Michael Jahoda, Gavin Louis en Mauricio de Oliveira zijn alleen al door hun fysieke beheersing fabelachtige bewegers met een uniek toneelcharisma.

In dit kwartet van eigentijdse, op tilt geslagen zwanen dwaalt Andrea Leine als een hunkerend, eigenwijs eendje. Dwars door alle lichaamstaal loopt een dubbelspoor, want een echte vrijbrief voor woeste fantasie werd hun voorstelling niet. Daarvoor zijn de roestbruine, zachtgroene en okergele kostuums, de sfeer suggerende belichtingseffecten of hun soms te letterlijk reageren op muziek van Varèse, Zorn, Bryars en Cicconia toch te voorschrijvend.

Niettemin geven Roebana en Leine met deze vijf sterke danspersoonlijkheden een treffend antwoord op de performance-aanpak van DV8. De opening van Springdance onderstreept in elk geval de oproep van festivaldirecteur Guy Gypens om de dansresearch meer rijpingstijd te gunnen. Hij vraagt geduld van de kijkers en alertie van de makers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden