Spreekrecht staat op losse schroeven

Het lijkt wel goed te zitten met de rechten van de slachtoffers in de Amsterdamse zedenzaak. Anders dan ouders in andere zedenzaken mogen de slachtoffers van Robert M. wel spreken in de rechtszaal. Daarvoor is een speciale wet in de maak. Ook wordt hun zaak grotendeels achter gesloten deuren behandeld. Justitie doet er daarnaast alles aan om de privacy van de ouders te beschermen.

Maar de Tilburgse hoogleraar victimologie Jan van Dijk houdt zijn hart vast. De uitspraak van de Hoge Raad, deze week, dat alleen de wetgever het spreekrecht van slachtoffers mag verruimen, en niet de rechter, baart hem ernstig zorgen.

Die zaak ging weliswaar om een moordzaak en niet om een zedenzaak, maar de advocaten van hoofdverdachte Robert M. lieten direct weten op basis van deze uitspraak het spreekrecht te bestrijden.

De Amsterdamse rechtbank kende eerder dit jaar spreekrecht toe aan ouders van de slachtoffers van Robert M., vooruitlopend op reparatiewetgeving die het mogelijk maakt dat ouders van heel jonge slachtoffers namens hun kinderen spreken.

De ontstane situatie ondermijnt de positie van de ouders behoorlijk, zegt Van Dijk. "Vanaf nu is het voor hen onzeker of ze inderdaad kunnen spreken. En mochten ze dat toch doen, dan lopen ze het risico dat de advocaten van de verdachte het aangrijpen om de uitspraak in hoger beroep kapot te maken. Het is een wankele toestand geworden voor deze ouders. Ze kregen het spreekrecht als een gunst van de rechtbank; een structureel recht was het al niet. En het kan zich nu als een boemerang tegen hen keren."

Dat in de oorspronkelijke wet die het spreekrecht regelt niets is geregeld voor heel jonge slachtoffers, wijt Van Dijk vooral aan de onwil bij het juridisch establishment. "Het was een initiatiefwet van D66-Kamerlid Boris Dittrich, maar toenmalig minister Donner en de Vereniging voor de Rechtspraak waren er fel tegen gekant. Daarom is de wet zo beperkt mogelijk geformuleerd, het is een zuinige regeling geworden."

Van Dijk heeft een nog veel groter bezwaar tegen deze vorm van het spreekrecht. "Dat is nu zo geregeld, dat je als gedupeerde alleen maar mag vertellen wat het effect is van wat je is aangedaan. Dus deze ouders kunnen vertellen wat het betekende voor hun gezin. Ze mogen niets zeggen over welke straf ze de dader opgelegd willen zien. Terwijl dat nu juist precies is wat de meeste gedupeerden heel graag willen zeggen."

Dit verbod om iets te zeggen over de strafmaat heeft ook weer te maken met het verzet uit juridische kringen: men was daar bang dat de zaak heel emotioneel zou worden en dat de opgelegde straffen hoger zouden worden. "Die angst voor emotionele pleidooien, die is heel vreemd", zegt Van Dijk. "Ik verwacht ook in deze zedenzaak verhalen van de kant van de dader, van het effect op hem en nog meer argumenten waarmee waarschijnlijk wordt gevraagd om strafvermindering. Met dat soort emoties kunnen rechters heel goed omgaan, waarom geldt dat dan niet voor de emoties van de gedupeerden? Daar moet je tegen kunnen, daar heb je die toga voor gekregen."

Van Dijk vraagt zich af waarom M.'s advocaten het spreekrecht willen aanvechten. "Ik zie niet waarom zijn belangen geschaad worden als sommige ouders iets zeggen. Misschien is het ze er vooral om te doen de zaak te vertragen."

Het liefst zag Van Dijk de slachtoffers in een volwaardiger rol, zoals in Duitsland waar ze Nebenanklager, een soort hulpaanklager, kunnen zijn. "De angst voor zwaardere straffen is daar niet bewaarheid geworden. In de VS is zo'n rol in sommige staten wel mogelijk, in andere niet. In beide soorten staten blijken de straffen even hoog uit te pakken. Overigens, als de straffen in sommige gevallen wat hoger zouden uitpakken door de uitgebreidere rol van de slachtoffers, zou ik dat niet direct een argument vinden hun die rol te weigeren."

In landen als Frankrijk en België is het ook mogelijk dat een stichting de belangen van slachtoffers vertegenwoordigt. "Zeker als slachtoffers bang zijn om te getuigen of van spreekrecht gebruik te maken, zoals je bijvoorbeeld bij mensenhandel nogal eens ziet, kan dat uitkomst bieden. Nu zie je een advocaat die spreekt namens een deel van de ouders, formeel doen we nog alsof het om individuele zaken gaat."

Al met al is het nog maar de vraag of het spreekrecht ouders in deze zaak goed zal bevallen. Van Dijk noemt het 'gemuilkorfd spreekrecht'. De versnelde reparatiewetgeving om ouders spreekrecht te geven, neemt deze muilkorf niet weg.

Omdat het spreekrecht in de zedenzaak nog afgepakt kan worden, vreest Van Dijk voor wat in wetenschappelijke kring 'secundaire victimisatie' heet. "Als gedupeerde is je bestaan al geschokt door wat de dader je heeft aangedaan. Dat kan traumatiserend werken. Als organen als de rechterlijke macht je dan ook nog hardvochtig behandelen, kan er een extra trauma bijkomen. Iemand voelt zich dan voor de tweede keer vernederd, en nu door de instantie die hij nog vertrouwde."

Second rape noemen de Amerikanen dat fenomeen. Dat extra trauma uit zich niet alleen in psychische klachten, maar ook in cynisme tegenover of vervreemding van de samenleving. Van Dijk: "Sommigen begaan daardoor zelf een misdrijf. Waarom belasting betalen als niemand het doet, is dan de redenering."

Van Dijk: "Ik ben geen klinisch psycholoog, maar hoor wel geluiden dat er grote kans is dat kinderen van zo'n jonge leeftijd zich niet zullen herinneren wat er is gebeurd. Als dat klopt zou dat heel mooi zijn. Het maakt het wel belangrijker dat de ouders geen last krijgen van secundaire victimisatie, van cynisme en andere klachten. Want die ouders wordeinterview n belangrijk juist als deze kinderen gaan opgroeien."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden