Sprankje hoop in bevroren conflict

India en Pakistan praten dezer dagen weer over terreurbestrijding en vrede, waarbij de al 60 jaar betwiste regio Kasjmir onvermijdelijk op de agenda staat. Er is de laatste jaren sprake van een lichte ontspanning, maar de Kasjmiri hopen op meer.

Net voor zonsopgang komen vier lege bussen onder politiebegeleiding aanrijden bij de State Motor Garage, zes kilometer buiten Srinagar, de zomerhoofdstad van Indiaas Kasjmir. De wacht lijkt nog te slapen want de chauffeurs moeten flink toeteren voor de poort openzwaait. Een groepje passagiers staat al een halfuur buiten te wachten, in gezelschap van familie en vrienden die hen zullen uitzwaaien.

Dit zijn de gelukkigen die na vele maanden van procedures, formulieren en controles, een kaartje hebben kunnen bemachtigen voor de ’Vredesbus’, zoals de busdienst tussen Indiaas en Pakistaans Kasjmir wordt genoemd. De vorig jaar april ingevoerde dienst was een doorbraak in het vastgelopen conflict over Kasjmir. Voor het eerst sinds de deling van India en Pakistan in 1947 konden mensen hun familieleden aan de andere kant van de bestandslijn (LoC) weer eens opzoeken, zij het mondjesmaat.

De busdienst is een zogeheten ’vertrouwenwekkende maatregel’ die is voortgekomen uit het in 2004 begonnen vredesoverleg tussen beide aartsrivalen. De bus rijdt twee keer per maand tussen Srinagar en Muzaffarabad, de hoofdstad van Pakistaans Kasjmir. Meer dan duizend mensen zouden er inmiddels gebruik van hebben gemaakt, vooral vanuit Pakistan.

Militante strijders, die sinds 1989 vechten voor onafhankelijkheid voor Kasjmir, zijn het niet eens met de buslijn en verstoorden vorig jaar het feestje met een bomaanslag op het vertrekpunt in Srinagar. De bus is blijven rijden, zij het met een onderbreking van drie maanden door de verwoestende aardbeving van vorig jaar oktober.

Klachten zijn er genoeg, vooral over de ellenlange veiligheidscontroles; sommige mensen hebben meer dan een jaar moeten wachten voordat ze toestemming kregen, en soms zijn bussen bijna leeg vertrokken bij gebrek aan voldoende ’goedgekeurde’ passagiers. Maar de vraag blijft groot en dit jaar is er een tweede buslijn geopend via een andere grensovergang.

Terwijl de eerste zonnestralen het busterrein opglijden, komen er steeds meer passagiers aan. Een jongen staat even te snikken. Hij wordt getroost door iemand die zich voorstelt als Azfar uit Muzaffarabad.

Hij heeft het heel erg naar zijn zin gehad, vertelt de 26-jarige computerprogrammeur die zeven maanden heeft moeten wachten voordat hij twee weken bij zijn familie in Srinagar op bezoek kon. „Het meest verbaasde me dat mensen met allerlei geloven hier zo gemakkelijk samenleven. De faciliteiten zijn beter dan bij ons, maar zoveel politie en leger op straat geeft me een ongemakkelijk gevoel.”

Het is een frustratie die breed gevoeld wordt door de bewoners van het door India bestuurde deel van Kasjmir. India heeft naar schatting 700.000 militairen in het gebied gestationeerd, die hard optreden tegen alles wat naar militanten riekt. Aanslagen en gevechten zijn aan de orde van de dag, hoewel de intensiteit de laatste jaren wat afneemt.

Srinagar is een stad van controleposten, prikkeldraad en camouflagepakken. Langs sommige straten staat om de tien meter een soldaat. De meesten kijken nerveus om zich heen, hun wapens gereed.

Vanwege het grote aantal arrestaties, martelingen en de duizenden verdwijningen de afgelopen jaren, beschouwen veel Kasjmiri het Indiase leger als een bezettingsmacht en kijken ze de soldaten met de nek aan. Angst en lijfsbehoud spelen hier een rol. Aangezien worden voor een verrader van de Kasjmierse zaak kan je het leven kosten.

„Het leger opereert hier ongestraft”, zegt de mensenrechtenadvocaat Parvez Imroz in Srinagar. „De realiteit is dat de militairen, die hierheen zijn gestuurd om de mensenrechten te handhaven, zich zelf schuldig maken aan schendingen daarvan.” Of de recente belofte van de Indiase premier Singh dat er hard zal worden opgetreden tegen mensenrechtenschendingen door het leger, resultaat zal hebben, moet nog blijken.

Ook de versnipperde politieke partijen in Indiaas Kasjmir zijn niet bij machte gebleken een oplossing voor het conflict te forceren. De drie regeringspartijen willen bij India blijven, maar bepleiten verschillende vormen van zelfbestuur. De separatistische partijen streven naar onafhankelijkheid, terwijl de radicale moslimpartijen, die het dichtst bij de militante groepen staan, aansluiting willen bij Pakistan. Het totale gebrek aan eenheid geeft India intussen de gelegenheid achterover te leunen tot ze het in Kasjmir onderling hebben uitgevochten.

Toch lijkt er wel iets van beweging in te zitten. Het naar onafhankelijkheid strevende Bevrijdingsfront voor Jammu en Kasjmir (JKLF) van de charismatische leider Yasin Malik doet met een aantal andere partijen mee aan de rondetafelconferentie, het forum voor vredesoverleg dat India dit jaar heeft gelanceerd. „We zijn bereid tegemoet te komen aan de zorgen van India”, zegt de voormalige rebellencommandant, die het geweld in 1994 afzwoor.

Andere separatisten als de All Parties Hurriyet Conference (APHC), op zich al een coalitie van zo’n twintig facties, weigeren aan het overleg mee te doen. Zij willen juist de al langer lopende een-op-een-dialoog met India voortzetten, hoewel die tot nu toe weinig heeft opgeleverd. Een probleem is dat van veel partijen – zoals genoemde JKLF – niet duidelijk is hoe groot hun achterban eigenlijk is, omdat de meesten weigeren mee te doen aan verkiezingen.

„Er wordt alleen maar gepraat over vredesbesprekingen”, verzucht een Kasjmierse handelaar. „Intussen is er geen enkele ontwikkeling in Kasjmir en ligt de economie in duigen. Ik denk dat als er meer geld komt voor ontwikkeling, de terreur vanzelf zal afnemen. Nu is er zoveel wrok en boosheid over verwaarlozing van Kasjmir, dat de mensen vanzelf militant worden.”

Op het terrein van de State Motor Garage staan de bussen en het politie-escorte van vijf wagens gereed voor vertrek. De Pakistaan Azfar neemt hartstochtelijk afscheid van zijn familie, die hij tot twee weken geleden nooit had ontmoet. „Als de procedures zo lang blijven duren, kan ik misschien pas over twee jaar weer terugkomen”, zegt hij. „Maar terugkomen wil ik zeker”, voegt hij er enthousiast aan toe. „Ik wil hier trouwen. Ik heb een leuk meisje ontmoet en ben verliefd geworden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden