Sporttalenten moeten op houtje-touwtjebasis de wereld over

Eline Rentier, de beste floretschermster van Nederland. Foto: Dora Barens Beeld RV
Eline Rentier, de beste floretschermster van Nederland. Foto: Dora BarensBeeld RV

Veel sporters die aan het begin van hun carrière staan, reizen de wereld over om te trainen en aan wedstrijden mee te doen. Vaak moeten ze daar zelf duizenden euro's voor betalen. Trouw portretteert drie Nederlandse talenten die alles voor hun sport over hebben.

Eline Rentier (21) schermster

Eline Rentier (21) had het plan deze zomer eens lekker in Nederland te blijven. Ze is al zo vaak weg, dat ze het wel fijn vond even thuis te zijn. Maar nu zitten de zomermaanden toch weer vol: ze plaatste zich voor het EK (waar ze 29ste werd), het WK en de Universiade.

De beste floretschermster van Nederland praat gedurende het schermseizoen bijna meer Engels dan Nederlands. Haar hobby is veranderd in topsport. En dat kost tienduizenden euro's per jaar.

Een artikel in Het Parool, getiteld 'Het WK? Ik mocht, maar kon de reis niet betalen', leverde haar privésponsors op. Daarvóór zocht ze zelf het geld bij elkaar. Ze maakte bijvoorbeeld een kalender om die vervolgens te verkopen, met mannelijke modellen in de achtergrond.

Na elk toernooi typt ze een verslag voor op Facebook en op haar website. Binnen twee weken had ze die site op eigen houtje gebouwd. Ze had geen zin om haar ideeën aan anderen uit te leggen. Zonde van de tijd en het geld. Kon ze maar beter zelf meteen goed doen.

Het is beknibbelen op kosten. Veel toernooien schermt ze zonder coach. Ze is er 'een soort Zwitserland', hoopt overal te kunnen aanschuiven. Is een fysio nodig, dan buurt ze even bij de Italianen. Zoekt ze iemand om mee op te warmen, dan trekt ze een Duitse concurrent aan haar arm.

Ideaal is dat niet. Een eigen fysio weet wat een schermster nodig heeft. Niet alleen even masseren, maar ook bepaalde spieren extra behandelen. Ze heeft het nodig, daar gelooft ze heilig in, daarom verzamelt ze nu voedingsdeskundigen en een personal trainer om zich heen.

Inmiddels staat ze net iets buiten de top-100 op de wereldranglijst. Maar dat zegt nog niet veel, drie jaar voor de Olympische Spelen in Tokio. Het gaat om ervaring, telkens een stapje beter worden. Bij haar tweede Grand Prix, in Long Beach, haalde ze de tweede dag. Ze werd er 52ste. "Dat was erg goed. Bedenk je: alle topschermers komen daar."

Reizen 'tot Parijs', dus alles in een straal van vijf uur, gaan per auto. Lange vliegreizen zijn een noodzakelijk kwaad. Met haar 1,86 meter zit ze toch wat opgevouwen in haar stoel. Niet ideaal voor een sporter. Eersteklas vliegen kan niet. Te duur. Om de twee uur loopt ze daarom een rondje. Praatje maken met de stewardessen en dan wat rekoefeningen doen achterin het vliegtuig.

Over tegenslag spreekt ze niet. Hoogstens is ze af en toe gefrustreerd. Ze houdt zich aan één gegeven vast: elk punt dat ze wint, waar ook ter wereld, is een stap dichter bij Tokio.

(Tekst gaat verder onder de afbeelding)

Joris van Essen. Beeld RV
Joris van Essen.Beeld RV

Joris van Essen (21) windsurfer

Terwijl de Nederlandse windsurfer Kiran Badloe afgelopen weekend de wereldbekerwedstrijd in Santander won, zat Joris van Essen met zijn neus in de boeken. Zijn scriptie moest af.

Achter Dorian van Rijsselberghe en Badloe vecht Van Essen (21) voor de 'nummer-drieplek' van Nederland in de Olympische RS:X-klasse. Hij 'fixt' alles zelf, want hij besloot op zijn zeventiende uit het bondsprogramma te stappen en met zijn vader als trainer en coach TeamNed op te richten.

Daarom schuurt hij inmiddels in een wat afgelegen loods in de Haarlemse Waarderpolder zijn plank. Die loods mag hij gratis gebruiken, met dank aan de eigenaar.

Met zijn lengte van 1,96 meter en handen met lange, slanke vingers is de Haarlemmer ideaal gebouwd voor het windsurfen. Vier keer per week zit hij op het water, zeker negen keer per week in de sportschool. Hij heeft het geluk dat hij onder leiding van onder anderen oud-judoka Eelco van der Geest kan trainen.

Inmiddels is hij fysiek op zijn minst net zo sterk als Dorian en Kiran, durft hij met zekerheid te zeggen. Vorig jaar was hij tijdens een training al één keer sneller dan die twee. Een wow-momentje.

Het EK in Marseille begin mei, verliep desastreus. Hij eindigde in de achterhoede. Maar hij weet waarom. De studie kreeg even voorrang. En geen buitenlandse trainingsstages, maar in maart bij zeven graden varen op het IJsselmeer.

Af en toe zijn er wel uitschieters. Een derde plek in een van de races bij de Delta Lloyd Regatta vorige maand, bijvoorbeeld. Daarnaast heeft hij nu wel ideeën hoe hij zichzelf kan vermarkten. Via Instagram (per maand vijftienduizend views), of via zijn vlogs op YouTube, of met de sponsor met wie hij surfoordoppen ontwikkelde.

Hij bekostigt materiaal, trainingsstages en reizen nu grotendeels zelf, onder meer met geld dat hij met zijn kiteschool verdient. Zijn ouders zijn hoofdsponsor. Een windsurfset kost al ruim zesduizend euro. Hij heeft er eigenlijk drie nodig.

De wateren van het IJsselmeer zijn goede trainingsgronden, maar echt beter worden kan alleen op een belangrijk toernooi. Met z'n zestigen een proefstart maken is toch anders dan met zijn drieën trainen.

Daarom gaat hij na de zomer naar het olympisch water van Tokio. Mogelijk voor het WK, maar sowieso om te trainen, deels met Kiran. Hij heeft er een crowdfund-actie voor opgezet. Daar wil hij materiaal, een appartement en de coachboot voor vader Matthijs van huren. Zo'n tripje kost al snel tienduizend euro. Maar dat is dan wel inclusief benzine.

(Tekst gaat verder onder de afbeelding)

Maya Kingma. Beeld RV
Maya Kingma.Beeld RV

Maya Kingma (21) triatlete

Driehonderd Whatsappberichten en Facebook ontplofte. Het was vorige week zaterdag even schrikken voor Maya Kingma (21), de stroom aan berichten na de voor haar succesvolle triatlon op het hoogste niveau in Leeds. Ze werd er veertiende, na een bliksemstart.

Want Kingma is nog helemaal niet zo bekend, vindt ze zelf. Ze wordt nog niet herkend. Wel is ze inmiddels achter Rachel Klamer de beste Nederlandse op de wereldranglijst. Het is een gevolg van een goede keuze: sinds een jaar traint ze niet meer bij het bondsteam.

Ze vindt het wel fijn. Ze houdt van de sfeer in haar team bij trainer Edo van der Meer en kan trainen met atleten die op een specifiek onderdeel beter zijn dan zijzelf. Dankzij hen kan ze op die onderdelen verbeteren.

De studente psychologie heeft nog wel examens die ze moet halen. Langzaamaan voelt ze zich steeds meer topsporter. Met een masseur, chiropractor, een vaste trainer en een voedingsadviseur verzamelt ze ook een begeleidingsteam om zich heen. Een beetje op houtje-touwtjebasis, want ze kan niet alles zelf betalen.

Haar sport en haar studio in Sittard betaalt ze met studiegeld. Naar internationale toernooien kan ze alleen door maximaal bij te lenen. Dat levert een schuld op, maar dat heeft ze ervoor over. Met het geven van triatlonles verdient ze een extraatje, af en toe strijkt ze wat wedstrijdgeld op. Soms staat ze op een sportbeurs voor een bedrijf. In ruil daarvoor krijgt ze materiaal.

Een toernooi in, noem eens wat, China, zit er dankzij deze beperkte middelen niet in. Aan de ene kant zonde, want bij die wedstrijden zijn vaak minder atleten en dus meer punten te scoren. Aan de andere kant is ze gelukkig niet de enige atleet die de keuze maakt niet te gaan.

Het trainingsprogramma is intensief. Het ligt aan haar schema, maar gemiddeld ligt ze drie tot vijf keer per week in het zwembad, voor sessies van anderhalf uur. Fietsen doet ze vier keer per week. Twee duurtrainingen, een temporit en een lostrapsessie.

Hardlopen is nog het zorgenkindje. Dat moet harder. Knieblessures hinderden haar twee jaar lang. Ze loopt nu om de dag. Voorzichtig opbouwen is het devies. In Leeds kwam ze als eerste het water uit, lag ze na het fietsen ook nog voorop, maar renden dertien concurrenten haar uiteindelijk voorbij.

Het doel dit jaar is zorgen dat de felbegeerde top-70 wordt bereikt. Dat geeft recht op directe plaatsing voor belangrijke wedstrijden. Op dit moment staat ze op 87. Het grote doel dit jaar, het WK in Rotterdam, komt steeds dichterbij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden