Sportieve ergernis is nauwelijks door iets anders te overtreffen

We kunnen ons natuurlijk groen en geel ergeren aan George W. Bush of tv-presentator Robert Jensen, maar voor echte, betrouwbare irritaties zijn we toch op de sport aangewezen. De helft van sportgenoegens bestaat immers uit ergernissen. Natuurlijk is het al erg genoeg dat de tegenstander wint, maar daar komen dan ook nog de irritante gezichten, uitspraken, nagoalse dansjes en ander ongerief bij.

Ik las in The Guardian van afgelopen weekend dat het Australische cricketteam het allerirritantste team op aarde is. Jammer dus dat wij niet aan cricket doen, maar ik kan me er, ook zonder een zier van testmatches en wickets te begrijpen, iets bij voorstellen. Het domme gelach, het niet tegen je verlies kunnen, het treiteren van je tegenspelers, de ongeschoolde gezangen, aangeheven in de groepsbus. Australië heeft onlangs lelijk van India verloren, wat door de Indiërs als een nationale victorie werd gevierd, en ter gelegenheid daarvan feliciteerde de Britse premier Gordon Brown, net op bezoek in India, zijn gastland met de overwinning. Er is natuurlijk geen sprake van dat die Engelse dominee iets met cricket heeft, maar hij zag hoe goed het was om de irritante vlegels van down under een lesje te leren.

Sportieve ergernis is nauwelijks door iets anders te overtreffen. Persoonlijk krijg ik uitslag van arrogante en narcistische lieden in de sport, zoals Louis van Gaal en de zo mogelijk nog onverdraaglijker José Mourinho. Maar ik kan me ook heel goed voorstellen dat iemand Robin van Persie of Roger Federer niet kan luchten. Niet dat het nare mensen zijn, maar ze hebben iets, iets... ja, wat eigenlijk? Een van mijn lievelingsergernissen is Ajax, dat denk ik op nationaal vlak is wat het Australisch cricketteam mondiaal is.

Je moet als ergerniswekker in het algemeen een beetje op de voorgrond treden om waarlijk irritant te zijn, maar een rol als scheidrechter of coach wil ook weleens helpen. Soms erger ik me zelfs even aan inbrave atleten op wie niks valt aan te merken, zoals de altijd en eeuwig energieke Pieter van den Hoogeband. Een hoogst enkele keer schieten ook de theatrale frustraties van een Erben Wennemars me in het verkeerde keelgat, maar dan heb ik zelf allicht niet goed geslapen.

Ergernissen zijn mooi. Ik zou niet zonder kunnen en in de sport zijn ze onontbeerlijk. Daarom stel ik voor ieder jaar naast de beste voortaan ook de irritantste sporters van Nederland te kiezen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden